Doordat elke rol voortreffelijk wordt gespeeld, kost het geen enkele moeite met deze personages mee te leven. Je gunt ze alles, en vooral dat pikketanussie.
schrijft voor de Volkskrant over toneel en musical.
Of er ook echte Jordanezen in de zaal zitten, wil acteur Steyn de Leeuwe weten. Het blijken er welgeteld drie. De Leeuwe maakt vooraf het publiek dat naar de musical Onze Jordaan is gekomen warm met een korte introductie over wat we gaan zien. En relativeert daarmee tevens de romantiek die altijd rond deze Amsterdamse volkswijk hing en hangt. In het decor een draaiorgel, de Westertoren en smoezelig wasgoed dat eeuwig hangt te drogen.
Als de voorstelling na dat geinige begin aanvangt, wordt meteen de toon gezet. Het is 7 mei 1945, de dag dat Amsterdam de bevrijding viert, en de jonge moeder Greet met haar man Jopie naar de Dam gaan om feest te vieren. Daar echter wordt Jopie met 31 anderen door radeloze Duitsers doodgeschoten. Vanuit dat drama ontrolt zich het verhaal van Greet, door Diederik Ebbinge geschreven, in een overrompelend warmbloedige en ook ontroerende voorstelling die Ebbinge trouwens ook heeft geregisseerd.
Onze Jordaan – eerlijk gezegd verwacht je dan een potpourri van de bekende liedjes van Tante Leen, Johnny Jordaan en Willy Alberti, een café à la ’t Schaep met de 5 Pooten, meezingen, veel citroentjes met suiker en ten slotte een polonaise.
Maar nee, het is totaal anders, er is weliswaar een café, maar daar repeteert wekelijks het zangkoor De Belcanto’s, van buurtbewoners met een grote liefde voor de Italiaanse opera, speciaal die van Verdi en Puccini. In de voorstelling worden die klassieke nummers afgewisseld met Jordanees repertoire, waaronder ook veel onbekende nummers. Soms lopen ze zelfs in elkaar over. Dat is de sterkste troef van deze nieuwe Nederlandse musical, zonder meer de beste sinds Hij gelooft in mij over leven en carrière van André Hazes.
Ebbinge schetst in zijn script Greets leven in De Jordaan tussen 1945 en ergens in de jaren tachtig, een periode van grote veranderingen. Veel oorspronkelijke bewoners trekken weg naar Purmerend en Almere, haar kinderen groeien op, dochter Loes trouwt en gaat ook de stad uit, zoon Jan (die een geweldige stem heeft) valt voor de charmes van een Italiaanse violist en vertrekt met hem naar Napels. Gelijk heeft-ie, alles beter dan eindigen op het biljart met Manke Nelis. Het leidt wel tot een breuk met zijn moeder, want Jan is dus ‘van ‘t handje’ en dat trekt Greet niet. Ze eindigt in een verzorgingshuis in Amsterdam-Noord, waar ze wordt verpleegd door de Turkse Ayçè.
Zo vlecht Ebbinge een paar moderniteiten in het verhaal, en ook een paar onverwachte wendingen. Op zich zijn het voorspelbare verhaallijnen, maar heel zorgvuldig uitgewerkt, met hier en daar een spontane lach en zeker tegen het eind een oprechte traan. Doordat elke rol voortreffelijk wordt gespeeld, kost het geen enkel moeite met deze personages mee te leven, sterker nog: je gunt ze alles, en vooral dat pikketanussie.
De klassiek geschoolde tenor Peter Gijsbertsen speelt zoon Jan en hij is de verrassing van deze voorstelling – zo goed gezongen en geacteerd, en zo innemend. Ook Roosmarijn Luyten als dochter Loes maakt indruk: hoe fel zij De glimlach van een kind zingt, en hoe krachtig haar performance van Amsterdams parfum. En dan natuurlijk Ellen Pieters, die met al haar ervaring van moeder Greet een monumentale rol maakt – een mengeling van Kniertje en Blonde Greet. Verbeten, ronduit lelijk soms, hard en bits, maar gaandeweg laat zij het masker van de teleurstelling vallen. De scènes in het bejaardenhuis met Willianne Liemborg als Ayçè zijn juweeltjes van dialogen.
In Onze Jordaan worden kleine, intieme scènes afgewisseld met grote ensemblenummers, in een evenwichtige mix van ernst en luim. Met af en toe ruimte voor regelrecht Amsterdams komediespel, vooral in het café waar de Belcanto’s samenkomen. Het is soms schaamteloos sentimenteel, maar nooit té, dus voordat je er erg in hebt, tuin je er volop in.
Muzikaal is Onze Jordaan subliem, doordat Jeroen Sleyfer niet alleen nieuwe arrangementen maakte op nummers als De ouwe Jordaan, Mooi is Amsterdam bij nacht en Slaap en vergeet, maar ook de keuze van Italiaanse klassieke operamuziek en moderner repertoire is verrassend. Zo is er een schitterend gezongen duet uit De parelvissers van Bizet naast het opwindende partizanenlied Bella ciao.
Als het hele ensemble dan ineens in loepzuivere samenzang uitbarst, weet je één ding zeker: altijd blijven zingen.
Onze Jordaan is mede geproduceerd omdat Amsterdam volgend jaar zijn 750-jarig bestaan viert. Ook vijftig jaar geleden werd vanwege Amsterdam- 700 een een musical geproduceerd: De Engel van Amsterdam van Lennaert Nijgh en Joop Stokkermans, met Jasperina de Jong in de hoofdrol.
De hoofdstad is overigens vaker onderwerp geweest van een Nederlandse musical. De Jantjes is daarvan het beroemdste voorbeeld, gemaakt naar het volkstoneelstuk van Herman Bouber uit 1920. Van de tv-serie ’t Schaep met de 5 Pooten werd een musicalversie gemaakt, evenals van Albert Mols boek Wat zien ik? over het leven op de Wallen. In Yab Yum stond het gelijknamige chique bordeel van Theo Heuft model, en in Hij gelooft in mij was het wel en vooral wee van André Hazes het onderwerp.
De plannen voor de musical De koning van Amsterdam over Maup Caransa, in regie van Theu Boermans met muziek van Henny Vrienten, zijn intussen definitief van tafel.
Musical
★★★★★
Door TEC Entertainment en De Theateralliantie; script en regie Diederik Ebbinge, muzikale supervisie en arrangementen Jeroen Sleyfer.
21/10 Theater DeLaMar Amsterdam, daar t/m 24/11, tournee t/m 1/2.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant