Voor het eerst deze oorlog vielen woensdag ook Israëlische bommen in de Libanese havenstad Tyrus. Het is een van de belangrijkste steden van het land, met grote historische betekenis: Tyrus is naar schatting 5.000 jaar oud, het centrum geldt als werelderfgoed.
is nieuwsverslaggever van de Volkskrant.
Maak dat je wegkomt, waarschuwde het Israëlische leger inwoners van het centrum van Tyrus woensdagochtend vroeg. De ‘activiteiten van Hezbollah’ in delen van de havenstad dwongen het Israëlische leger naar eigen zeggen daar aan te vallen. Niet veel later daalden er Israëlische bommen neer.
Zuid-Libanon is in de afgelopen weken verworden tot het belangrijkste strijdtoneel in de oorlog tussen Israël en Hezbollah. Ook de regio Tyrus was al vaker het doelwit van Israëlische aanvallen, maar niet eerder kwam de historische stad deze oorlog zelf onder vuur.
Voor de oorlog telde Tyrus, een van de oudste nog bewoonde steden ter wereld, zo’n 200 duizend inwoners. Inmiddels zijn er daar volgens schattingen van de Arabische nieuwszender Al Jazeera nog maar 15 duizend van over.
In eerste instantie zochten veel inwoners van Zuid-Libanon nog hun toevlucht tot de stad toen medio september het conflict tussen Israël en Hezbollah in alle hevigheid losbarstte. Inmiddels hebben veel inwoners van de havenstad een onderkomen gevonden elders in het land, of zelfs daarbuiten, net als grofweg een miljoen andere Libanezen.
In het al decennia durende Israëlisch-Palestijnse conflict speelt Tyrus een grote rol. Tyrus is van oudsher een veilige haven voor vluchtelingen. De drie officiële vluchtelingenkampen van UNRWA (de VN-vluchtelingenorganisatie voor Palestijnen) in het zuiden van Libanon liggen op slechts enkele kilometers van de stad. Sinds 1948 zijn die kampen uitgegroeid tot de woonplaats van grofweg 70 duizend Palestijnse vluchtelingen en hun nakomelingen, die ooit hopen terug te keren naar wat nu Israël is.
Het groeiende aantal Palestijnen in Zuid-Libanon ging gepaard met de opmars van de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO) in het gebied. PLO-aanvallen vanuit Libanon vormden voor Israël de reden om in 1978 het land binnen te vallen. Onder meer de drie vluchtelingenkampen bij Tyrus waren het doelwit van zware Israëlische aanvallen.
In de Oudheid was de stad de uitvalsbasis van de Feniciërs, een zeevarend volk dat tot in Spanje handel dreef. Nog steeds zijn er in Tyrus overblijfselen uit dat tijdperk te vinden, alsook van de latere Hellenistische, Romeinse en Ottomaanse periodes. Zoals het hippodroom en de necropolis van al-Bass, populaire toeristische trekpleisters van de stad. Datzelfde geldt voor de binnenstad, die op de Unesco-werelderfgoedlijst staat.
Maar door de oorlog in het land is het toerisme ingestort. Veel winkels en restaurants hebben hun deuren gesloten. Ook UNRWA heeft zijn activiteiten in de vluchtelingenkampen grotendeels gestaakt. De vluchtelingen die zijn achtergebleven, hebben beperkt toegang tot water en eten.
Toch keren sommige bewoners van de stad weer terug, omdat ze geen geld hebben om elders te verblijven en ze ook op andere plekken niet veilig zijn voor de Israëlische bommen. Zoals inwoner Fatma Abdallah zei tegen de Franse krant Le Monde: ‘We leven liever hier in waardigheid, we zijn niet bang om te sterven.’
Op beelden is te zien hoe de Israëlische bombardementen van woensdag grote schade hebben aangericht aan gebouwen in de stad. Volgens het Israëlische leger waren de aanvallen gericht op commandocentra van Hezbollah. In hoeverre Tyrus’ historische erfgoed schade heeft opgelopen, is vooralsnog onduidelijk.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant