Begin jaren zeventig maakte de Amerikaanse psycholoog Walter Mischel furore met zijn marshmallow-test. Hij zette kleuters aan een tafel met een marshmallow voor hun neus, met de mededeling dat ze een tweede zouden krijgen als de eerste er over 15 minuten nog onaangeroerd lag. Vervolgens liep de onderzoeker de kamer uit. Kinderen die voor de test slaagden hadden later betere leerprestaties, meer vrienden en waren gezonder, zo bleek volgens Mischel. Wie in staat is behoeftebevrediging uit te stellen, slaagt in het leven. Karakter bepaalt succes. Toch?
De video’s van de geprangde kleuters zijn nog altijd adembenemend, maar op de conclusies van Mischel bleek wel het een en ander aan te merken. Niet het karakter van het kind, maar de bescherming van de omgeving bleek de belangrijkste voorspellende factor. Kinderen van rijke ouders vonden het veel makkelijker zich in te houden. Wie zelfvertrouwen heeft en een mooi toekomstperspectief, laat een lekkernij makkelijker even liggen.
Zou je de marshmallow-test ook kunnen toepassen op een samenleving? Hoe zou Nederland het er dan afbrengen? Ik vrees dat we ons daar weinig illusies over hoeven maken. Nederland grist de zoetigheid van tafel. We zien later wel hoe het met dat tweede snoepje zit. Als we genoeg misbaar maken, krijgen we dat wellicht ook nog.
De marshmallow-test voor een samenleving is natuurlijk een gedachtenexperiment. Maar de uitkomst dient zich overal om ons heen in de werkelijkheid aan. Onze maatschappij is steeds minder bereid nu iets te laten liggen, ten behoeve van later. Of ten behoeve van elkaar. Alles moet nu, meteen, hier, zonder wachten. En hoewel we heus weten dat dat onverstandig is, kunnen we collectief blijkbaar de verleiding niet weerstaan.
Over de auteur
Diederik Samsom is natuurkundige, oud-politicus en columnist van de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Het fenomeen is niet nieuw. Nederland loopt al geruime tijd enthousiast achter het snoepje van de dag aan. Op dinsdagen wordt het vragenuur sinds jaar en dag gebruikt om de minister te kapittelen omdat het probleem van die ochtend om twee uur ‘s middags nog altijd niet is opgelost. Oud-minister Jan Pronk verzuchtte al eind jaren negentig dat het in Den Haag enorm zou schelen als politici de ochtendkrant pas in de avond zouden gaan lezen.
De laatste jaren is er echter een versnelling opgetreden. #Ophef bepaalt steeds meer de politieke agenda. En die van de talkshows. Tijdens de laatste verkiezingen werd de illusie verkocht dat migratie onmiddellijk een halt toegeroepen kon worden en het eigen risico zonder wachten nu ‘voor deze mevrouw’ kon worden afgeschaft. Letterlijker dan dat kan je niet zakken voor de test.
En inmiddels is Nederland geobsedeerd door de vraag of het asielvraagstuk nú middels noodrecht ofwel per direct met spoedwetgeving moet worden aangepakt. Terwijl iedereen kan weten dat de paar ingrepen in spoed- of noodwet, over gezinshereniging en tijdelijke verblijfstatus, het verschil niet gaan maken. Weer valt Nederland voor de snelle bevrediging, in plaats van de duurzame aanpak.
En het wordt nog erger, vrees ik. Om voor de test te slagen heeft een samenleving namelijk hetzelfde nodig als de kleuter in de kamer van Mischel: vertrouwen. Vertrouwen dat de politiek, namens ons allen, in staat is om grote gezamenlijke vraagstukken het hoofd te bieden. Ik ben natuurlijk verre van neutraal, maar de incompetentie die dit kabinet daarvoor tentoonspreidt doet inmiddels ook bij objectieve waarnemers pijn aan de ogen. De coalitie struikelt waarschijnlijk net niet over de spoed-noodwet, maar de meest basale vormen van coördinatie, procedures of zelfs maar fatsoensnormen, die nodig zijn om een kabinet normaal te doen functioneren, zijn verdwenen. Zelden werd er zoveel onzinnigs in zo’n korte tijd over ons uitgestrooid, en vervolgens weer ingetrokken. Roept-u-maar-politiek. Het is goed dat je in de politiek iets vindt, maar eenmaal in het landsbestuur moet je ook iets kunnen.
Wie geen fan is van rechts beleid zou vergenoegd kunnen constateren dat dit kabinet in al zijn onmacht dus weinig stuk kan maken. Maar juist die onmacht sloopt de belangrijkste pijler onder een goed functionerende samenleving: vertrouwen. In onszelf, in elkaar en in ons vermogen de toekomst aan te kunnen. Als dat weg is, rest er weinig anders dan amechtig naar snoepgoed graaien.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant