In de peilingen staan Donald Trump en Kamala Harris vrijwel gelijk. Amerika-deskundigen over de rol van kranten en tv-zenders in misschien wel de spannendste Amerikaanse presidentsverkiezingen ooit.
Het jongste onderzoek van peilingbureau Gallup, dat vorige week werd gepubliceerd, benadrukt nog eens hoe beroerd het is gesteld met het vertrouwen van de Amerikanen in hun federale regering, wetgevende instanties, het rechtssysteem en de media. Met name de geloofwaardigheid van de Amerikaanse media blijkt een nieuw dieptepunt te hebben bereikt.
Zo stelde de bekende Amerikaanse politicoloog Norm Ornstein dat mediabedrijven geen bereidheid zouden tonen om na te denken over hoe ‘onverantwoordelijk en roekeloos’ pers en journalisten zijn geweest en nog steeds zijn. Volgens Ornstein krijgen de Amerikanen dezelfde ‘flauwe focus op de race tussen Trump en Harris en de peilingen’. ‘We behandelen de huidige strijd om het Witte Huis als een typische presidentsverkiezing en niet als een stembusgang die een existentiële bedreiging voor de democratie vormt.’
Ook Rebecca Solnit velde in The Guardian een hard oordeel over de Amerikaanse media, die volgens de schrijfster slechts op zoek zouden zijn naar ‘clickbait-content die draait om conflicten en persoonlijkheden’. Hierdoor zouden Amerikaanse kranten en nieuwszenders ‘misdaden uit het verleden’, ‘hedendaagse leugens’ en ‘belangrijke verhalen met echte gevolgen’ domweg negeren.
Is die kritiek terecht? Hebben de media Amerika in de steek gelaten? Had een beter geïnformeerd Amerikaans electoraat bijvoorbeeld minder spannende presidentsverkiezingen opgeleverd?
‘Amerikaanse media zijn traditioneel politiek gekleurd, want tot ongeveer 1900 werden kranten vooral door en rond politieke partijen opgericht. Televisie verenigde de natie: drie grote brede televisiekanalen (ABC, CBS en NBC) bedienden ‘heel’ Amerika met een one size fits all-aanpak. Maar de opkomst van nieuwskanalen als FOX, MSNBC en CNN en sociale media blies dit model op. Deze kanalen richten zich met gekleurde berichtgeving, columns en commentaren op hun eigen achterban. Kranten zoals The New York Times hebben deze aanpak overgenomen. Het gevolg: praktisch alle omroepen en kranten bedienen de vooroordelen van hun volgelingen, waarmee zij zowel hun eigen geloofwaardigheid als de kijker en lezer in de steek laten.
‘Dit past overigens in een bredere trend waarin het vertrouwen in meer instituties al tientallen jaren wegzakt, en dus los staat van Donald Trump. Alleen het leger (61 procent), de politie (51 procent) en kleine ondernemers (68 procent) kunnen volgens Gallup op het vertrouwen van een meerderheid van de Amerikanen rekenen. Dat steekt schril af bij de kerk (32 procent), het Hooggerechtshof (30 procent), het Congres (9 procent), en de het president (26 procent). En dus ook bij televisienieuws (12 procent) en kranten (18 procent).
‘Helaas voeden politici en ambtsdragers die vaak in beeld zijn, met onware uitspraken tot en met wangedrag, het wantrouwen van de kijker, terwijl juist zij een voorbeeldrol moeten spelen. Daarnaast helpt het niet dat leidende politici niet alleen de geloofwaardigheid van elkaar, maar óók van andere instituties ter discussie stellen. Dat helpt niet het vertrouwen te herstellen.
‘De president is de eerst aangewezen functionaris om het land te verenigen en het vertrouwen te herstellen. Met voorbeeldgedrag, de benoeming van capabele ministers, en door respect voor de instituties uit te spreken. Ongeacht of Donald Trump of Kamala Harris de verkiezingen wint: de nieuwe president moet hieraan, in het belang van de VS, prioriteit geven.’
‘Thomas Jefferson waarschuwde al in 1789 dat een goed geïnformeerde bevolking essentieel is voor het Amerikaanse experiment van democratisch zelfbestuur. Sinds de zogenaamde Fairness-doctrine uit 1949, die televisiezenders verplichtte om tijd te besteden aan onderwerpen van publiek belang, in 1987 werd afgeschaft nam de polarisatie gestaag toe. En met de huidige cultuur in de traditionele Amerikaanse media waarin polarisatie en politieke verzuiling hoogtij viert, en met het oneindige internet is voor de gemiddelde burger goed geïnformeerd zijn een ware kunst.
‘De media hebben Jefferson in de steek gelaten en gekozen voor kijkcijfers en winstmarges in plaats van bijdragen aan gezond politiek debat. De huidige dreigingen vanuit rechts-populistische kant voor de democratie – en de media zelf – stelt de Amerikaanse media dan ook voor een dilemma waar ze vooralsnog niet uit komen. De media hebben een hele belangrijke democratische functie om het publiek te informeren en de macht te controleren, maar zijn vooral commerciële bedrijven. Intussen zijn de Amerikaanse kiezer en de democratie de dupe.’
‘Een vicieuze cirkel van clickbaitjournalistiek, apathie van de kiezer en verkeerde toepassing van het recht op vrije meningsuiting in het Eerste Amendement van de Grondwet heeft het Amerikaanse publiek inderdaad benadeeld. Alle nieuwskanalen in Amerika zenden een eindeloos spervuur uit van negatieve en vaak ongefundeerde politieke aanvallen. We zijn getuige van een aanhoudende erosie van de objectiviteit, die ertoe leidt dat kiezers zich van de politiek afkeren, omdat ze het gevoel hebben dat deze volkomen irrelevant is voor hun leven.
‘Het recht op vrije meningsuiting is verkeerd geïnterpreteerd als ‘zeg wat je wilt, zonder gevolgen’. De kiezer wordt makkelijk meegesleept in sinistere algoritmen en wordt z’n eigen feitencontroleur, omdat veel online mediakanalen dit niet doen. Om dit te verhelpen moet de Federal Communications Commission (FCC) veel meer dan nu ervoor zorgen dat Amerikanen krijgen wat ze verdienen van hun media: eerlijke en evenwichtige berichtgeving.’
‘Een van de grootste bepalende factoren van deze verkiezingen is desinformatie en het wantrouwen in de media. Volgens het Pew Research Center zeggen 31 procent van de Republikeinen dat journalisten zeer lage ethische normen hanteren, zes keer zoveel als bij de Democraten (5 procent). Een van de redenen is de commercialisering van de media, waar het meer lijkt te gaan over het hebben van ‘the hottest take’ dan het informeren van het publiek. Ook spelen de media meer in op emotie dan op ratio en dragen duidelijker een politieke voorkeur uit bij hun verslaggeving over de verkiezingen.
‘Mede hierdoor doen traditionele media het steeds slechter, vooral onder Republikeinse stemmers. Die consumeren alleen nog Fox News en halen hun informatie liever van platforms als X, YouTube en conservatieve podcasts. Deze content is vaak niet geverifieerd, maar toch wordt aangenomen dat wat men hoort, leest en ziet de waarheid is. De impact van desinformatie en mediawantrouwen op de uitkomst van deze verkiezingen kan daarom niet worden onderschat.’
‘De Italiaanse dictator Benito Mussolini zei ooit: ‘Als je een kip veer voor veer plukt, heeft niemand dat in de gaten.’ Een dictatoriale machtsovername kan zo vele jaren in beslag nemen. Die kip staat ook voor de Amerikaanse democratie die echter in hoog tempo dreigt te worden afgeslacht. Ga maar na: in een paar jaar tijd legt een en dezelfde politicus, Trump, zich niet neer bij een vreedzame machtsovername en wil hij in een nieuwe termijn ‘binnenlandse vijanden’ vervolgen, waaronder kritische media die hij de ‘vijanden van het volk’ noemt.
‘Juist die media zijn met hun waarheidsvinding en kritische zin de hoeders van de democratie. Deze Trump heeft vrij spel want met behulp van ‘verliefde’ media zoals Fox en Newsmax is een reuze Trump-bubbel ontstaan waarin burgers transformeren tot kritiekloze wezens. Persoonsverheerlijking in plaats van onderzoeksjournalistiek.
‘Het is de hoogste tijd dat de door president Ronald Reagan afgeschafte Fairness-doctrine terugkeert. Die schreef voor dat bij controversiële onderwerpen voor- en tegenstanders in mediaprogramma’s aan het woord moeten komen. Maar, ja kansloos. Veelzeggend voor het huidige zo verdeelde Amerika.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant