Home

Pacifische docenten en verpleegkundigen plukken fruit in Australië

Taufa Drikibau (42) somt trots zijn werkervaring op. „Ik begon bij de schoonmaak en bediening, daarna receptie, marketing en ik was leidinggevende bij een resort”, zegt hij in een videogesprek. Hij heeft kort zilver haar en een gulle glimlach.

Als oudste van een gezin van vijf met een alleenstaande moeder groeide Drikibau op in armoede in een buitenwijk van Suva, de hoofdstad van Fiji. „Al vanaf jonge leeftijd ben ik de man in de familie en zorg ik voor mijn moeder, broers en zussen.” Hij wilde rechten studeren, maar ging als tiener in hotels werken om zijn familie te ondersteunen. Dankzij hard werken en zijn innemende, flamboyante persoonlijkheid wist hij op te klimmen tot managementniveau.

Maar tijdens de coronapandemie was het in één klap afgelopen met het toerisme in Fiji. „Mijn familie leefde onder de armoedegrens. Toen ik de mogelijkheid kreeg om naar Australië te gaan met een werkvisum, heb ik die kans meteen aangegrepen.”

Drikibau is een van de ruim dertigduizend arbeidsmigranten uit de Pacific die dankzij het Pacific Australia Labour Mobility-programma, kortweg PALM, naar Australië zijn gekomen. Het programma werd in 2012 opgericht om arbeidsmigranten aan te trekken uit tien landen in de regio, waaronder Fiji, Kiribati en de Salomonseilanden. Een kleine vijfhonderd Australische bedrijven doen eraan mee. Migranten krijgen een visum van een paar maanden tot maximaal vier jaar.

Het programma wordt door de Australische regering bejubeld als een win-winsituatie. „De migranten sturen per jaar gemiddeld [omgerekend] ruim 9.000 euro naar huis, doen veel ervaring op waardoor ze een eigen onderneming kunnen beginnen in het thuisland, en tegelijk vullen ze het tekort aan arbeidskrachten op in Australië”, zei Pat Conroy, de Australische minister voor ontwikkelingssamenwerking en de Pacific, onlangs tijdens een bezoek aan Tonga.

Fortuin verdienen

De arbeidsmigranten doen werk waar veel Australiërs niet voor te porren zijn, zoals fruit plukken en werken in een abattoir. Vergeleken met de lonen in eigen land kunnen ze in Australië een fortuin verdienen, zegt onderzoeker Matt Withers van de Australische National University in Canberra. „In Kiribati sprak ik mensen die op een boerderij in Australië meer verdienden dan de president van hun land.” De president van Kiribati verdient omgerekend ruim 10.000 euro per jaar.

Withers doet onderzoek naar de effecten van het programma, zowel in Australië als in de Pacifische eilanden waar de migranten vandaan komen. „Na een jaar werken lukt het mensen om thuis een stuk land te kopen. Als ze daar waren gebleven, hadden ze minstens tien jaar moeten sparen”, zegt hij aan de telefoon.

Het is dus niet verrassend dat het aantal arbeidsmigranten vanuit de Pacific naar Australië fors is toegenomen. Ook gaan velen naar Nieuw-Zeeland, dat een soortgelijk systeem heeft. Tussen 2019 en 2023 is het aantal arbeidsmigranten vanuit de Pacific naar Australië en Nieuw-Zeeland bijna verdubbeld tot 48.000.

Arbeidstekort

Toch plaatst Withers kanttekeningen bij de economische voordelen die het programma voor de Pacifische eilanden oplevert. „Als je kijkt naar hoe het geld dat men naar huis stuurt wordt besteed, ziet het plaatje er troebeler uit. Het heeft een markt gecreëerd die er voorheen niet was. Zo geven mensen nu veel geld uit aan dure importproducten. De zelfvoorzienende, traditionele landbouweconomie lijdt daaronder.” Hij stelt dat veel gezinnen afhankelijk zijn geworden van geïmporteerd voedsel. „De bedrijven die daarvan profiteren zijn meestal Chinees of Australisch, niet de lokale ondernemers.”

De grondprijs en bouwkosten zijn enorm gestegen, waardoor het voor lokale bewoners moeilijker wordt om een huis te kopen. Bovendien zorgt het voor een braindrain, zegt Tukini Tavui, directeur van de Pacific Islands Council Of South Australia (PICSA), een non-profitorganisatie die zich inzet voor de Pacifische diaspora in Australië. „Het PALM-programma was aanvankelijk gericht op werkloze, ongeschoolde arbeiders. Maar nu zien we dat ook de politieagenten, verpleegkundigen en docenten ontslag nemen en in Australië voor veel meer geld sinaasappels komen plukken.”

Het resultaat is een lokaal tekort op de arbeidsmarkt. Vooral in Samoa, Vanuatu en Tonga is er een nijpend gebrek aan geschikte arbeidskrachten. Samoa’s premier Fiame Naomi Mata’afa maakt zich er kwaad over. „We zijn niet een buitenpost om arbeiders voor Australië en Nieuw-Zeeland te kweken”, zei ze tegen de Australische publieke omroep ABC.

Deze landen moeten nu zelf arbeidsmigranten aantrekken, die meestal uit de Filippijnen, Bangladesh of Sri Lanka komen. De Pacifische landen hebben geen traditie van arbeidsmigranten en hebben in korte tijd nieuwe regels en wetten ingevoerd om dit mogelijk te maken.

Weinig vrijheid

Daarnaast heeft het grote maatschappelijke gevolgen op de eilanden. In Vanuatu en Tonga is ruim 11,5 procent van de beroepsbevolking vertrokken. „De sociale cohesie wordt uitgehold omdat er veel voornamelijk jonge mannen zijn weggegaan”, zegt Withers. Zij deden ook veel onbetaald werk. „Tijdens natuurrampen zoals cyclonen, die vaak voorkomen op de Pacifische eilanden, zijn het de jonge, sterke mannen die de reparaties uitvoeren. Maar nu zijn die er bijna niet meer.”

Het zijn bekende verhalen voor Tavui. „Families worden uit elkaar gescheurd, relaties staan onder druk”, zegt hij. Op de eilanden is het gebruikelijk dat kinderen voor hun ouders zorgen. Zonder dat sociale vangnet staan ouderen in de Pacific er alleen voor.

Ook Tavui zet vraagtekens bij de economische voordelen van het programma voor de Pacifische eilanden. „Het geeft vooral de Australische economie een enorme boost.” Volgens berekeningen van de Australische overheid stuurden de arbeidsmigranten tussen 2018 en 2022 ruwweg 114 miljoen euro terug naar hun thuislanden. Maar de grootste economische voordelen waren voor Australië. In totaal zorgden de arbeidsmigranten via ingehouden belastingen, winst behaald door de Australische bedrijven en andere uitgaven in Australië voor een economische winst van ongeveer 358 miljoen euro.

De arbeidsmigranten hebben relatief weinig vrijheid. Hun visum is gekoppeld aan hun contract bij een werkgever, dus ze kunnen niet zomaar ontslag nemen. Werkgevers zijn verantwoordelijk voor huisvesting en vervoer, de kosten daarvan worden ingehouden op het loon. Volgens Withers zijn die soms exorbitant. „De kosten voor een pendelbusje zijn vaak meer dan zestig euro per week. Maar omdat de werknemers bang zijn om ontslagen te worden, klagen ze niet. Bovendien weten ze vaak niet eens waar ze naartoe moeten als er problemen zijn.”

Seksueel misbruik

Bij de bedrijven en de Australische regering is bovendien lang niet altijd aandacht voor de culturele gevoeligheden van deze groep. De migranten zijn vaak streng christelijk. Op de eilanden worden ongetrouwde mannen en vrouwen van elkaar gescheiden, in Australië delen ze een huis en werken ze dicht op elkaar. „Het leven voor deze groep is in Australië heel anders dan in eigen land en dat brengt risico’s mee”, zegt Lindy Kanan, onderzoeker aan de Australian National University in Canberra.

Kanan doet onderzoek naar seks en zwangerschap onder arbeidsmigranten uit de Pacific. Vrouwen uit deze bevolkingsgroep zijn erg kwetsbaar. „We weten dat seksuele intimidatie en verkrachting voorkomen. Hoe vaak dat gebeurt is onduidelijk, want de vrouwen geven het bijna nooit aan, vanwege schaamte en angst.” Met enige regelmaat plegen de vrouwen abortus, ondanks het grote taboe daarop in hun gemeenschap. „Ze hebben geen vangnet en zijn soms niet verzekerd. Ze zijn bang om hun baan kwijt te raken en gezichtsverlies te lijden als ze naar huis gaan met een buitenechtelijk kind.”

Hoewel de arbeidsmigranten via ingehouden belasting op hun loon bijdragen aan de publieke zorg, mogen ze daar zelf geen gebruik van maken omdat ze geen vaste verblijfsvergunning hebben. Ze zijn dus afhankelijk van privézorg, maar daar zitten strenge voorwaarden aan. Bij de meeste zorgverzekeringen geldt bijvoorbeeld een wachtperiode van een jaar voordat mensen gebruik kunnen maken van kraamzorg.

Het leidt tot schrijnende situaties. Dat zag ook Withers tijdens een bezoek aan het Australische Hamilton Island waar een groep arbeidsmigranten uit Kiribati werkt. „De dag voordat ik aankwam was een vrouw uit Kiribati in haar eentje bevallen in een leegstaande loods op het eiland.” De vrouw had geprobeerd de zwangerschap te verbergen voor haar werkgever, omdat ze ervan overtuigd was dat ze anders zou worden ontslagen. „Het kind werd drie maanden te vroeg geboren in een levensgevaarlijke situatie. Toen ze werden ontdekt moesten ze per helikopter naar een ziekenhuis worden overgebracht, een heel kostbare onderneming. Haar zorgverzekering weigerde te betalen omdat de wachtperiode nog niet was verstreken. Uiteindelijk heeft de lokale Kiribati-gemeenschap het geld ingezameld.”

Moderne slavernij

Hij benadrukt dat de meeste werkgevers goed voor de arbeidsmigranten zorgen, en dat ook de regering probeert de juiste stappen te zetten. Die heeft contactpersonen uit ieder Pacifisch land aangesteld die de taal spreken en bereikbaar zijn als mensen vragen hebben. „Het probleem is dat de werkvisa gekoppeld zijn aan een werkgever. Als er problemen zijn, kunnen migranten niet zomaar ergens anders gaan werken. Daarom houden ze hun mond.”

Minister Conroy werd tijdens zijn bezoek aan Tonga in augustus beschuldigd van een vorm van moderne slavernij. Volgens critici lijkt het huidige arbeidsmigratieprogramma op de dwangarbeid in de negentiende eeuw. Toen werden mensen van eilanden in de Pacific onder valse voorwendselen meegenomen naar Australië, waar ze onder dwang op plantages moesten werken. Conroy benadrukte dat „iedereen die deelneemt aan dit programma dat vrijwillig doet” en dat de regering ruim 120 miljoen euro per jaar reserveert om malafide werkgevers aan te pakken en de arbeidsmigranten te ondersteunen.

Discriminatie

Taufa Drikibau is inmiddels gedesillusioneerd door zijn ervaring in Australië. Hij werkte in een hotelcomplex in de buurt van de grote rode rots en toeristische trekpleister Uluru, voorheen bekend als Ayers Rock. „Ik dacht dat dit mijn kans was om carrière te maken, maar we werden gewoon uitgebuit.” Hij was een van de ruim 180 mensen uit Fiji die in het hotelcomplex werkten. Volgens Drikibau werden ze dagelijks gekleineerd. „Ze behandelden ons als kinderen. Altijd was er kritiek, ze noemden ons lui en traag. Regelmatig moesten we overwerken, maar daar kregen we niet voor betaald. Ik werd als een slaaf behandeld.”

Het management had volgens hem geen oog voor zijn werkervaring. Hij werd keer op keer gepasseerd voor promoties. „Discriminatie speelde zeker een rol. Ze respecteerden ons niet. De goede banen waren alleen voor de witte mensen. Van mij werd verwacht dat ik mijn eigen manager zou inwerken.”

Uiteindelijk nam hij ontslag. Zijn werkgever ontbond zijn contract en trok ook zijn visum in. Maar na veel telefoontjes met het ministerie van Buitenlandse Zaken lukte het hem om te mogen blijven tot het eind van zijn driejarige visum. Hij is op zoek naar nieuw werk. Ondanks zijn ervaringen denkt hij er niet aan om terug te verhuizen naar Fiji. „Voor mij is Australië nog steeds het land van de mogelijkheden. Ik blijf hier tot ik een vaste verblijfsvergunning heb.”

Over deze serie

Nederlanders reizen gemiddeld zo’n dertig kilometer tussen huis en werk. In onder meer Azië is het veel gewoner ver van huis te werken. Niet alleen in eigen land, internationale arbeidsmigratie is daar ook veelvoorkomend. In dit vijfluik belicht NRC vijf aspecten van het werken op grote afstand van huis en haard. Wat doet het met kinderen als een ouder overzees werkt? Zijn arbeidsmigranten tweederangsburgers? En hoe is uitbuiting te voorkomen?

Lees hier alle delen in de serie

Source: NRC

Previous

Next