Fotograaf Piek Kock werkt in haar boekje We gaan eraan samen met de vijand: kunstmatige intelligentie. Ondanks haar argwaan jegens AI ging ze ‘huppelend’ mee de afgrond in. ‘Het resultaat is visueel en tekstueel immers interessant.’
is kunstredacteur van de Volkskrant en schrijft over fotografie.
Ontregelend mogen ze wel worden genoemd, de foto’s die op tekeningen lijken – of zijn het tekeningen die op foto’s lijken? Jeroen Bosch-achtige schepselen met een lange nek, slangenhuid of monsterlijke tanden, door fotograaf Piek Kock (55) gespot in hun duistere universum.
Hun afbeeldingen zijn samengebracht in haar licht filosofische boekje We gaan eraan. Daarin verkent Kock, artiestennaam Piek, het fenomeen dat dagelijks nieuws genereert: kunstmatige intelligentie, oftewel AI. Ze doet dat speels en met humor, maar de ondertoon is, getuige de titel, bezorgd.
Bijzonder ook: We gaan eraan is tot stand gekomen in samenwerking en gesprek met de kunstmatige intelligentie die de oorzaak is van onze voorspelde verdoemenis.
Van wie is dat boek eigenlijk? Dat lijkt een logische vraag. Van Piek, die de tekeningen maakte en de bronteksten schreef? Die de vormgeving deed en het fraaie ritme van beeld en tekst bedacht?
Of is ControlNet de geestelijk vader, een inmiddels obscuur AI-programma van enkele jaren oud? Dat liet zich ‘voeden’ met Pieks tekeningen en retourneerde die in fotografische beeldtaal. Op taal toegespitste AI toverde haar verhaaltjes om tot verrassend welluidende, Engelstalige gedichten. Tja, van wie zijn de creaties? Piek is beslist. Haar adagium: ‘I draw, I prompt, it’s mine.’
In de lockdown en de daardoor veroorzaakte stagnatie van haar fotografiewerk voor (veelal non-profit)opdrachtgevers legde Piek zich vooral toe op tekenen. Honderden schetsen maakte ze, aanvankelijk niet goed wetend wat ze ermee aan moest. En toen ontdekte ze ControlNet, een betaversie van een plug-in voor AI-beeldbewerking. ‘De bedoeling was dat je fotootjes uploadde, maar ik deed het met mijn tekeningen.’ Met eindeloos testen wist ze het programma zo te sturen dat het, naast de ongrijpbare eigen wil van AI, de tekeningen omzette tot de schijnbaar met de camera vervaardigde beelden in We gaan eraan.
De prompt (de ingetikte opdracht) waarmee ze ControlNet aan het werk zette, begon steevast met: ‘Hasselblad, realistische analoge foto, Kodak Tri-X’. Die termen zijn verbonden aan haar vroege jaren als fotograaf, toen ze met de Hasselblad (vierkante) zwart-witfoto’s maakte op kodakfilm.
Daarna volgden nog talrijke opdrachten, om stapje voor stapje het door haar gewenste ruige en schurende resultaat te krijgen dat haar (en niet AI) voor ogen stond. Sommige beelden knipogen vagelijk naar de serie Chessmen van Erwin Olaf, bij wie ze ooit assistent was.
Dat Pieks beelden – de versmeltingen van haar werk met de digitaal gegenereerde fotostijl – tegen de haren in strijken, heeft alles te maken met de argwaan die zij koestert tegen de almacht van haar digitale creatieve partner. ‘In de jaren tachtig overheerste bij mij het gevoel dat er geen toekomst was, dat het nooit wat zou worden.’ Argwaan tegen politieke leiders en gezag hoorde daarbij, en die levenswijsheid is ten aanzien van de big tech die AI in de markt zette ook nu meer dan gerechtvaardigd, zegt Piek.
‘We leveren onze ziel en zaligheid uit aan platforms van commerciële reuzen: Facebook, Instagram, TikTok, X, ChatGPT. We weten wie erachter zitten, zoals de engerd Elon Musk die sinds hij X bezit bepaalt wat we te zien krijgen, en willen ons niet realiseren dat het gebruik niet gratis is, maar behoort tot hun winstmodel.
‘Ik las dat ChatGPT binnen een paar jaar 44 euro per maand gaat kosten. Hoe moet dat met al die kinderen die hun schoolopdrachten nu door AI laten maken, en straks niet de vaardigheid blijken te hebben om het zelf te doen? Alleen welgestelden zullen zich een abonnement kunnen veroorloven. De polarisatie in de samenleving zal erdoor toenemen.’
Ook op andere vlakken ziet ze gevaren door AI. Bijvoorbeeld op haar eigen creatieve vakgebied (met adverteerders, bladenmakers, kunstenaars), waar de eigen, warmbloedige inbreng belangrijk was. Ze ontwaart hier ‘de schaduw van uniformiteit’. AI-programma’s creëren een overvloed aan op foto’s lijkende illustraties: ‘Gladde beelden die het grote publiek en dus de adverteerders aanspreken. Maar de extremen, de plekken waar eigenzinnigheid en creativiteit gedijen, verdwijnen in de enorme vloed aan beelden.’
Daarbij bespeurt ze een toenemende preutsheid, zoals die ook al op sociale media heerst. Ze wijst op een absurd beeld van een blote jongen zonder geslachtskenmerken, met verhullend vroegtijdig schaamhaar.
Piek voorziet dat de techindustrie steeds meer zeggenschap zal claimen op wat we voelen en denken. Beangstigend. Maar tegelijk moet gezegd dat ze zelf ‘met enorm plezier’ ControlNet heeft ingezet voor haar boek. ‘Ja, ik ga ook huppelend mee richting afgrond. Het resultaat is visueel en tekstueel immers interessant.
‘Tegelijk blijf ik mijn vaardigheden als tekenaar toch wel ontwikkelen, ik zal me niet afhankelijk maken van AI, helemaal omdat de prijzen van AI onvermijdelijk zullen stijgen. Je denkt toch niet dat de techbedrijven anders zijn dan big pharma? Als die een nieuw medicijn ontwikkelen, vragen ze ook rustig 2 miljoen euro voor de behandeling van een patiënt.’
Piek Kock: We gaan eraan!. 98 pagina’s; € 40 (inclusief kunstwerkje in passe-partout) op piek.nu.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant