Home

Zelfs de oppositie zoekt bij Agema nog naar houvast: waar staat de minister nou echt voor?

In haar eerste honderd dagen worstelde zorgminister Fleur Agema met haar standpunten uit het verleden, die nu kennelijk niet meer gelden. Bij de behandeling van haar begroting wil de oppositie deze week weten wat er voor in de plaats komt.

is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over de volksgezondheid.

De debatten tussen minister van Volksgezondheid Fleur Agema (PVV) en de Tweede Kamer verliepen afgelopen maanden volgens een vast stramien. Keer op keer ging het over de grote verschillen tussen het vroegere PVV-Kamerlid Agema en de minister van nu. Waar ze in het verleden hard uithaalde naar voorgangers, wijkt haar eigen beleid nu nauwelijks af, klinkt het vanuit de oppositie.

Agema ‘draaide als een blad aan een boom’, zou als Kamerlid ‘nog van haar stoel’ zijn gesprongen als ze zichzelf nu had gehoord of ‘had nu moord en brand geschreeuwd’.

De kans is groot dat Agema deze week woorden van gelijke strekking om de oren krijgt tijdens de begrotingsbehandeling waarin ze samen met staatssecretaris Langdurige Zorg Vicky Maeijer (PVV) en staatssecretaris Jeugd en Preventie Vincent Karremans (VVD) het beleid op Volksgezondheid moet verdedigen.

Hoewel het terugkerende argument het inhoudelijke debat niet echt verder helpt, legt het wel een pijnpunt bloot waar de oppositie graag op hamert. Immers: waar de PVV-bewindsvrouw in de Kamer veel beloofde, kan ze daar in haar nieuwe rol veel niet van waarmaken.

Alles over politiek vindt u hier.

Agema tegenover eigen partij

Veelzeggend was dat Agema ook haar eigen partij meermaals tegenover zich vond. Zoals bij de kwestie rond het Zuyderland ziekenhuis in Heerlen, waaruit onder meer de Spoedeisende Hulp en de geboortezorg op termijn verdwijnen. De PVV deed tijdens de campagne nog de belofte dat in Heerlen een ‘volwaardig’ ziekenhuis zou openblijven.

Maar geconfronteerd met het dossier noemde Agema het begrip volwaardig ‘bijzonder ingewikkeld’ en verdedigde ze een compromis: het ziekenhuis blijft ‘zo volwaardig mogelijk’, aldus de minister. De PVV nam daarmee geen genoegen en keerde zich tegen de minister, al lijkt dat voor haar vooralsnog geen gevolgen te hebben.

Eenzelfde scenario speelde zich af rond het weren van private equity (commerciële investeerders) in de zorg. Een meerderheid van de Kamer, inclusief de PVV, is voorstander van een verbod en jarenlang liep Agema voorop als een van de felste critici van de uitwassen van marktwerking. Maar nu ziet de Kamer een minister die naar eigen zeggen heeft ‘bijgeleerd’ en zegt dat er ook ‘integere’ investeerders zijn.

En dan was er vorige week de brief waarin Agema de ‘grote impact’ erkende van een bezuiniging op pandemische paraatheid, maar die tegelijk wel leek door te zetten. Inmiddels is ze op zoek naar ‘alternatieve financiering’, al zal de Kamer daar ongetwijfeld meer duidelijkheid over willen.

Verlaging eigen risico leidt tot hogere premies

Ook de argumenten die Agema aanhaalt om haar nieuwe standpunten te onderbouwen, lijken op die van haar voorgangers. Over het Zuyderland benadrukte ze dat ze als minister binnen het private zorgstelsel de bedrijfsvoering van een ziekenhuis niet kan bepalen, iets wat ze als Kamerlid van secundair belang achtte. Over private equity benadrukte de PVV-minister dat er juridische haken en ogen zitten aan een verbod; een echo van een antwoord dat voorganger Conny Helder (VVD) gaf.

Het is voor de oppositie daarom nog zoeken naar Agema’s eigen visie op de zorg, klinkt het in de wandelgangen voorafgaand aan de begrotingsbehandeling. Van een breuk met het oude beleid is nog geen sprake. Grote wijzigingen blijven tot nu toe beperkt tot de forse verlaging van het eigen risico per 2027. Deze week zal het ongetwijfeld ook daarover gaan, aangezien de eerste tekenen erop wijzen dat de verlaging ook leidt tot een hogere zorgvraag en een hogere premie.

Zelf lijkt Agema zich als minister te willen onderscheiden door de regeldruk in de zorg aan te pakken, onder meer door gebruik te maken van de mogelijkheden van kunstmatige intelligentie en digitalisering. Maar ook daarin verschilt haar inzet niet veel van haar voorgangers. Wel misten zij volgens Agema het ‘momentum’ van kunstmatige intelligentie dat er nu is. De administratieve druk kan volgens haar zelfs met de helft omlaag. Het is haar ‘heilig doel’ om op die manier ook het personeelstekort te beteugelen.

Vanuit de Kamer zwelt de kritiek op die boodschap aan omdat de precieze aanpak nog niet bekend is en de resultaten zeer onzeker zijn. Op vragen van Kamerleden wat het kabinet precies gaat doen met AI moet Agema het antwoord nog schuldig blijven. Ze zit nog in de onderzoekende fase en de wetgeving die ervoor nodig is, zal ook tijd kosten. ‘Ik zit net honderd dagen op mijn post (...) Ik haal alles uit de kast’, verdedigde Agema zich vorige week.

Oppositie hekelt ‘vaagheid’

Ondertussen gaan de nieuwe bewindspersonen op Volksgezondheid volgens de oppositie moeilijke, maar noodzakelijke, keuzes uit de weg. In opeenvolgende rapporten werd afgelopen jaren gewaarschuwd dat door vergrijzing en het personeelstekort mensen in de toekomst minder zorg kunnen krijgen.

In een debat over ouderenzorg vorige week grepen Kamerleden die rapporten aan om het kabinet tot duidelijkheid te bewegen. Ze hekelden de ‘vaagheid’ van de nieuwe bewindspersonen, die wel ambities hebben maar de plannen daarvoor nog moeten uitwerken.

Dat er nog weinig vastomlijnd beleid ligt, vormt ook direct een uitdaging voor de oppositiepartijen die woensdag en donderdag de plannen op de pijnbank willen leggen. Tegen iets wat er nog niet is, is het lastig oppositie voeren.

Tegelijk moeten Agema en haar collega-bewindspersonen waken voor een al te ongedurige Kamer. Of, zoals ChristenUnie-leider Mirjam Bikker het oppositiestandpunt vorige week al samenvatte: ‘Ik verwacht van dit kabinet nog ietsje meer ambitie gezien de verwachtingen die in het verleden zijn gewekt.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next