De Tachtigjarige Oorlog is in de geschiedenisboeken vooral een Hollands verhaal, waar men maar een paar jaar last had had van wapengekletter – waarna de Gouden Eeuw kon aanvangen. Een nationaal museum in Groenlo, een frontlinie waar de oorlog daadwerkelijk tachtig jaar duurde, plaatst het verhaal in breder perspectief.
is regioverslaggever van de Volkskrant in Oost-Nederland.
Om bij het pronkstuk van hun museum in oprichting te komen, moeten directeur Daphne Maas en conservator Godfried Nijs er eerst een paar biertafels en een door Grolsch gesponsord spandoek met drankprijzen van aftillen. Als daarna de houten beschermplaten en een stofkleed aan de kant gaan, wordt langzaam zichtbaar met wie we hier van doen hebben.
‘Capitanius Commendalor in Groll’, staat er op de 386 jaar oude grafsteen in de vloer. Met daarin de beeltenis gehouwen, inclusief ruiterharnas en helm, van de man die eronder begraven ligt: Nicolaas Boringer, de eerste stadscommandant van Groenlo nadat prins Frederik Hendrik de vestingstad in 1627 van Spanje had bevrijd. Of veroverd, maar daarover later meer.
Boringer ligt begraven in de Groenlose Calixtuskerk, waar in april het Nationaal Museum Tachtigjarige Oorlog (NMTO) de deuren opent. Dat behalve gereedschap van de aannemer ook kroegmeubilair en drankenlijsten overal rondslingeren, heeft alles te maken met het grootste evenement van Groenlo, dat komend weekend op het programma staat. Sinds 2005 wordt bij de stad de heroïsche Slag om Grolle uit 1627 verbeeld door duizenden zogenoemde re-enactors, acteurs die in historische kostuums een gebeurtenis uit het verleden naspelen.
De tweejaarlijkse happening trok in 2022 veertigduizend bezoekers naar de stad met tienduizend inwoners. Dat is een aanzienlijk aantal, maar volgens de initiatiefnemers van het museum verdient de Tachtigjarige Oorlog ook een permanente plek in Groenlo. Het krap bemeten stadsmuseum was aan vernieuwing toe, voor een kerk uit circa 1500 werd een herbestemming gezocht, en zo ontstond het idee voor het NMTO.
Conservator Nijs erkent dat meer plaatsen aanspraak maken op een museum over de Tachtigjarige Oorlog: Heiligerlee, waar in 1568 de oorlog tegen Spanje begon, Den Briel, dat in 1572 door de watergeuzen werd ingenomen, Leiden, ontzet in 1574, of ’s-Hertogenbosch, waar de Spanjaarden pas in 1629 uit werden verdreven. Het einde van de oorlog in 1648 luidde uiteindelijk het ontstaan in van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.
Terwijl de kerk galmt van ratelende boormachines vertelt de enthousiaste conservator waarom Groenlo in ieder geval meer recht heeft op het museum dan welke stad in Holland dan ook. ‘Haarlem, Alkmaar, Leiden: ze hebben allemaal flinke klappen gehad in het begin van de oorlog’, zegt de voormalige basisschoolleraar. ‘Maar na een paar jaar was dat voorbij en kon de Gouden Eeuw aanvangen. In Groenlo duurde de oorlog daadwerkelijk tachtig jaar en was geen sprake van economische voorspoed.’
Groenlo was met onder meer Oldenzaal en Breda een van de steden die een groot deel van de oorlog in de frontlinie lagen. Behalve dat museumdirecteur Maas meer aandacht wil voor het verhaal van de oorlog buiten Holland, wil ze ook andere perspectieven belichten dan die van de overwinnaar.
Het Hollandse perspectief werd destijds al met propaganda en fake news avant la lettre versterkt. Zoals ‘de wreede moordt tot Zutphen’, waarbij op pamfletten het bericht werd verspreid dat de Spaanse hertog van Alva honderden inwoners zou hebben gedood, onder meer door verdrinking onder het ijs van de IJssel. De gruweldaden bleken schromelijk overdreven en bedoeld om de bevolking achter de Oranjes te krijgen.
Dit was nodig, omdat voor veel katholieken de Oranjes geen helden waren, maar calvinistische onderdrukkers. ‘De veelal katholieke Grollenaren vochten in 1627 met Spanje mee tegen het leger van prins Frederik Hendrik’, zegt directeur Maas. ‘Dus hoezo werd Groenlo bevrijd? Eerder veroverd.’
De museumbezoeker wordt straks aangemoedigd de oorlog vanuit alle perspectieven te bekijken en kan de verhalen van alle betrokkenen aanhoren. Van machthebbers Willem van Oranje, Filips II en zijn halfzus Margaretha van Parma, die hier landvoogd was.
Maar ook dat van de Hollandse stedeling versus de boer op het platteland, die bijvoorbeeld kan vertellen dat behalve de Spaanse soldaten ook de geuzen en Nederlandse soldaten geen lieverdjes waren en oorlogsmisdaden begingen. De museumbezoeker kan vervolgens de voorkeur geven aan bepaalde perspectieven, waarna aan het einde van het bezoek een computer een gepersonaliseerd verhaal van de oorlog genereert.
Het moet een minder zwart-witbeeld schetsen van de Tachtigjarige Oorlog. ‘Van de hier als bruut bekendstaande hertog van Alva wordt in Spanje gezegd dat hij ook een zorgzame vader was’, zegt conservator Nijs. ‘En Willem van Oranje, onze Vader des Vaderlands, werd in Spanje gezien als een slechte leider die over de rug van zijn eigen volk successen behaalde.’ Neem het Leidens Ontzet: om de stedeling te bevrijden, werd twee derde van Zuid-Holland onder water gezet, wat desastreus was voor de boeren.
Als eerste museumstuk werd een in de Zeeuwse klei bewaard gebleven morion aangekocht, een destijds door alle legers gebruikte helm. Het meeste komt in bruikleen naar Groenlo. Van het Nationaal Militair Museum bijvoorbeeld het type ruiterharnas met helm dat stadscommandant Boringer droeg. Paleis het Loo leent het enige schilderij uit dat is gemaakt tijdens het beleg van Grolle in 1627, geschilderd door Daniël Cletcher.
Op de voorgrond van het werk is Frederik Hendrik te zien met zijn manschappen, op de achtergrond het in te nemen vestingstadje. Ver boven Grolle steekt de toren van de Calixtuskerk uit, het enige gebouw in hedendaags Groenlo dat de Tachtigjarige Oorlog meemaakte.
In diezelfde kerk kijkt conservator Nijs nu glunderend naar de stalen constructies die voor het museum aan de vijfhonderd jaar oude pilaren zijn bevestigd. Acht jaar dacht hij als vrijwilliger mee over wat nu onder zijn ogen werkelijkheid wordt. ‘Niet te geloven toch, dat het gewoon gaat lukken, een nationaal museum in Groenlo.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant