Ali Abbasi, regisseur Donald Trump wil niet dat de presidentscampagne gaat over zijn liposuctie, amfetaminegebruik of de verkrachting van zijn ex, zoals de biopic ‘The Apprentice’ aankaart. Deens-Iraans regisseur Ali Abbasi: „Ik heb niks te verliezen.”
De Deens-Iraanse regisseur Ali Abbasi (43) oogt opvallend monter als ik hem 14 oktober via Zoom een half uur spreek in Londen. Zijn vileine, biografische film The Apprentice, over de verwording van de jonge Donald Trump is net uit in de VS en stelde daar afgelopen weekeind teleur met een recette van 1,7 miljoen dollar. Gelukkig draagt Trump eindelijk wel zijn steentje bij aan de marketing. Op zijn medium Truth Social spreekt hij van goedkope, smaakloze laster. „Zo triest dat TUIG als de mensen achter dit hopelijk geflopte project zomaar mogen zeggen wat ze willen om een politieke beweging te beschadigen.”
Abbasi is niet bang uitgevallen. Hij ontriefde in 2022 de ayatollahs met Holy Spider, over de jacht op een religieus geïnspireerde seriemoordenaar in Iran. Toen The Apprentice in Cannes in première ging, dreigde Trumps team met een rechtszaak. Kom maar op, reageerde Abbasi. „We weten allemaal hoeveel processen Trump begint, maar hoeveel wint-ie er?”
De juridische dreigementen waren altijd bluf, veronderstel ik. Trump wil niet dat de presidentscampagne gaat over zijn liposuctie of haaroperatie, amfetaminegebruik of de verkrachting van zijn ex Ivana, zoals The Apprentice toont – en Ivana in 1990 onder ede verklaarde, voordat ze het weer introk.
Abbasi: „Ik heb een appartement van 200.000 euro in Kopenhagen met een toiletdeur die niet goed sluit, en tegenover mij staat een machtige miljardair met een enorme aanhang. Ik ben niet in staat me te verweren met een slimme juridische strategie, maar ik heb ook weinig te verliezen naast mijn integriteit en waardigheid.”
The Apprentice verwijst naar de realityshow die de failliet verklaarde Donald Trump in de 21ste eeuw een nieuw leven gaf als reality-ster en verondersteld zakelijk genie. In de film is hij 26 jaar, een niet onaantrekkelijke blonde deegbal onder de plak van papa Fred, projectontwikkelaar en huisjesmelker uit Queens. Donald Trump is onzeker maar ambitieus, wil meedoen met de grote vastgoedjongens van Manhattan. En zo wordt hij tovenaarsleerling van de beruchte fixer Roy Cohn, een reactionaire, zelfhatende homo die in de jaren vijftig rechterhand was van senator Joseph McCarthy in diens heksenjacht op alles wat links of homoseksueel was. Cohn, een beetje verliefd, brengt de jongeman zijn drie beginselen bij: 1) Aanvallen, aanvallen, aanvallen. 2) Ontken alles. 3) Geef nooit verlies toe, claim de overwinning. Ethiek doet er niet toe, alles draait om winnen.
Was het altijd al het idee deze film uit te brengen tijdens de verkiezingsrace?
„Toen ik in 2018 voor de film tekende was Donald Trump nog president. Ik grapte met (scriptschrijver) Gabe Sherman dat het leuk zou zijn de film vlak voor de verkiezing van 2020 te droppen. Maar eerst was er Covid en na de Capitoolbestorming van 6 januari wilde niemand het even over Trump hebben. Later zorgde de acteursstaking nog voor uitstel. We hadden kunnen wachten tot na de presidentsverkiezingen, maar ik pushte voor deze datum. Je wilt deel uitmaken van de verkiezingskoorts, zelfs al is dat commercieel niet ideaal omdat de mensen politiek oververzadigd zijn.”
Het bleef lang een vraagteken of uw film überhaupt in de VS uitging. Knielde Hollywood al bij voorbaat voor de nieuwe keizer?
„Het was echt bizar. The Apprentice was al vroeg aan zo’n beetje de hele wereld verkocht, maar er was een contractueel probleem: hij kon pas elders uitgaan als hij in de VS werd vertoond. Zonder release daar waren wij totaal verneukt.”
In Cannes was het verhaal dat miljardair Dan Snyder ‘The Apprentice’ wilde torpederen, een grote donateur van Donald Trump die geld in uw film had gestoken.
„Dan Snyder was niet direct bij de film betrokken. Hij investeerde in Kinematics, het filmproductiebedrijf van zijn schoonzoon Mark Rapaport, als een soort huwelijksgeschenk. En aanvankelijk zei Mark tegen mij: ik weet dat je geen middle of the road-filmmaker bent, gooi je kont maar tegen de krib, ik steun je door dik en dun. Maar tijdens de opnames veranderde Trump van een marginale en vagelijk belachelijke ex-president tot straks wellicht de machtigste man op aarde. De vriendschappelijke feedback van Kinematics kreeg geleidelijk een meer juridische toon.
„Wat Dan Snyder betreft: ik hoorde dat hij een ruwe versie van de film zag [met een later gesneuvelde droomscène waarin Roy Cohn het bed deelt met Donald Trump] die hij vreselijk vond. Maar volgens mij wilde hij mijn film niet zozeer torpederen op politieke gronden, maar omdat hij bang was voor financiële represailles van Trump. Dat gold ook voor de filmdistributeurs. Ik was zo naïef. The Apprentice is een spraakmakende film, dacht ik. Actueel, geselecteerd door Cannes, met filmsterren, redelijk goed ontvangen. Warner Bros en Netflix stonden in de rij om hem uit te brengen! Maar na de juridische dreigbrief van Trumps team was het heel lastig een distributeur te vinden met de ballen om de film uit te brengen. Ik ben heel blij dat het alsnog lukte en Kinematics zich liet uitkopen.”
Amerikaanse critici klaagden dat uw film ‘niks nieuws brengt’. Vreemd, dit is toch de eerste biopic over Trump.
„Ik ben een buitenstaander, dus ik mis vast een hoop nuances. Maar zo ingewikkeld is Amerika nu ook weer niet. Iedereen probeert elkaar geld uit de zak te kloppen, daar word je van jongs af aan in getraind, bijna elke Amerikaan die ik ken is een sjacheraar. Iets is waardevol als het geld opbrengt, populair is. Die logica werd nog versterkt in de jaren tachtig, toen Trump opkwam. De wereld is een zero sum game, het is alles of niets, winnen of verliezen. Het middenklasse-ideaal van een prima leven met een bescheiden inkomen kan je doel niet zijn. Dan ben je een loser.”
U zou Trump ‘humaniseren’, is een ander verwijt. Links lijkt bang hem als mens te zien of zelfs zijn naam te noemen. Alsof hij heer Voldemort is.
„Als Europeaan heb ik vermoedelijk meer emotionele afstand, en ik groeide op in een humanistische traditie die altijd iemands menselijkheid zoekt. Trump lijkt me zowel qua demonisering als heldenverering gecoverd toch? Wat ontbreekt, is de mens, hoe een jongeman verandert in wat hij nu is. Het zal voor velen geen nieuws bevatten, maar hé, Ridley Scott krijgt 300 miljoen dollar voor een film over Napoleon die evenmin iets nieuws beweert. Dat is ook niet het punt van speelfilms. Die zijn er om je iets te laten ervaren.”
Ik zag de miniserie ‘Angels in America’ terug, waarin Al Pacino fixer Roy Cohn speelt, stervend aan aids. Bij Pacino is hij een brullende patriarch, uw acteur Jeremy Strong treft beter zijn dode ogen en toonloze dreiging, dat reptielachtige...
„Ik vind beide vertolkingen van Roy Cohn geweldig. Weet je dat ik me onlangs aan tafel wist te wurmen bij een diner van Al Pacino en Jeremy Strong, die al heel lang zijn grootste fan is? Dat was me wat zeg... Maar inderdaad, Roy Cohn was geen schreeuwer maar een fluisteraar. Zeer reptielachtig, soms zie je zijn tong zelfs tussen zijn tanden flitsen.”
Na het festival in Cannes heeft u nog een en ander aan de film veranderd, lees ik. Met name die verkrachting van Ivana.
„Die verkrachting had ik afgezwakt als slap compromis. Toen Kinematics eenmaal was uitgekocht, heb ik de scène weer aangescherpt. Sowieso heb ik me meer gefocust op Donalds emotionele boog. Zo sneuvelde ook een op feiten gebaseerde scène waar maffiosi brand stichten in de Trump Tower als hij niet over de brug komt. Die leidde af.”
‘The Apprentice’ zou een trilogie moeten worden. Deel 2: Trump gaat failliet en herrijst als reality-ster. Deel 3: Trump wordt president.
„Maar dat zou zonder zijn mentor Roy Cohn zijn. Zonde. Misschien kan Cohn dan als spook Donald Trump advies in het oor fluisteren, of als die papegaai op de schouder van de schurk Jafar in tekenfilm Aladdin. Maar alleen winstgevende films krijgen een vervolg. En dat valt bij deze nog te bezien.”
The Apprentice. Regie: Ali Abbasi. Met: Sebastian Stan, Jeremy Strong, Maria Bakalova. Lengte: 121 minuten.
Subtiliteit is niet het doel van The Apprentice. New York is in de jaren zeventig een gruizig misdaadhol. De straat behoort toe aan pooiers en junkies, de wolkenkrabbers aan maffiosi met kantoorbanen. Op televisie zien we Nixon zijn misdaden ontkennen. Trump is dan nog een loopjongen in het vastgoedbedrijf van zijn vader. Als ‘Trump Village’ wordt aangeklaagd omdat ze niet aan zwarte mensen verhuren, krijgt hij hulp van louche advocaat Roy Cohn. Het is een contract met de duivel. Op een golf van corruptie, dereguleringen onder de overheid van Reagan en jarentachtighitjes stijgt het duo naar de top. Maar Cohn heeft een empathieloos geldmonster gecreëerd, dat zelfs hij niet onder controle krijgt.
Je leest al: The Apprentice is geen onpartijdige biofilm. Regisseur Ali Abbasi heeft ervoor gekozen om Trumps meest verderfelijke kanten uit te lichten. Vaak grappig. Machomannen in maatpak staan te popelen om de meest giftige dingen tegen elkaar te zeggen. „Hoe kan ik racistisch zijn als ik een zwarte chauffeur heb?”
Sommige scènes lijken zelfs specifiek gefilmd om in Trumps grootste onzekerheden te prikken. Zoals de scène waarin we een dokter hardhandig de liposuctiebuis in Trumps buikvet zien duwen, gemixt met beelden van een begrafenis. Een gierend provocatief moment. Spottend op de meest schandelijke en onbeschaamde manier: je lacht of verlaat de zaal.
Het is daarom extra knap dat Sebastian Stan Trump tóch geloofwaardig neerzet. Hij tuit zijn lippen nooit te veel. Die typische Trump-maniertjes zijn sowieso bijna afwezig aan het begin van de film. Zijn Trump begint normaal, nog enigszins sympathiek vanwege zijn aanmatigende vader, en de zorg voor zijn broer. Hoe meer hij zichzelf vormt tot een merk – hoe meer hij de menselijke emotie van zich afschudt – hoe herkenbaarder hij wordt als Trump. Het is een frisse en inventieve invulling van een rol die al door honderdduizend imitatoren is uitgeprobeerd.
Verwacht geen openbaringen, of eurekamoment – Donald Trump komt psychologisch niet veel dichterbij. Maar de film doet iets veel interessanters: die maakt de cultuur waarin Trump gecreëerd werd begrijpelijk. De economie waarin er enkel winnaars zijn en verliezers, en weinig ertussenin. Een wereld een marmeren toren meer telt dan waarheid of moraliteit. In de woorden van Roy Cohn: „Iedereen wil aan de lul van een winnaar zuigen.”
Aan het einde van The Apprentice herken je in Trump het onvermijdelijke resultaat van Amerika. En misschien is het dus juist toepasselijk dat hij als mens op afstand blijft. Hij is, in Abassi’s film, slechts een corrumpeerbare lege huls.
Tristan Theirlynck
Lees mee met correspondent Emilie van Outeren en Amerika-redacteur Merijn de Waal die vanuit de VS de race naar het Witte Huis volgen
Source: NRC