Home

In de ‘geheime geldbunker’ van Hezbollah zijn alleen stapels doktersjassen te zien

Onder een ziekenhuis in Beiroet zou een ‘bunker’ zijn met miljoenen Hezbollah-dollars. Daardoor was het volgens Israël maandagavond een legitiem doelwit. In de informatie-oorlog die de strijd ook is, leiden artsen de pers rond in de ‘bunker’: ‘U bent onze ogen en oren.’

is correspondent Midden-Oosten van de Volkskrant. Hij woont in Beiroet.

Het was kort na 21 uur op maandagavond. Paniek in een ziekenhuis in Zuid-Beiroet. Patiënten schreeuwden, artsen haastten zich door de gangen. Er moest geëvacueerd worden, en wel onmiddellijk. Op een X-account van het Israëlische leger was een bericht verschenen waarin legerwoordvoerder Avichay Adraee het ziekenhuis had aangewezen als Hezbollah-centrum.

In een ‘bunker’ onder het hospitaal zouden ‘honderden miljoenen dollars’ aan goudstaven en papiergeld liggen van de militante groepering. Bewijzen leverde Israël niet. Een bombardement bleef uit, maar de schrik was groot.

Over de auteur

Jenne Jan Holtland is correspondent Midden-Oosten voor de Volkskrant. Hij woont in Beiroet. Eerder was hij correspondent in Oost-Europa.

Een half etmaal later zijn de bedden leeg en de gangen verlaten. Om de wereld te tonen dat de Hezbollah-bunker een fabeltje is, heeft het Sahel-ziekenhuis dinsdagochtend de deuren geopend voor de internationale pers. Spoedeisendehulparts Omar Mneimneh (32) heeft drie à vier uur geslapen, en kan nauwelijks geloven wat er is gebeurd. Waarom wees Israël dit academisch ziekenhuis aan als doelwit? ‘Ik weet niet waar ze hun inlichtingen vandaan halen’, zegt hij, ‘maar hier ligt niks.’

Kijk zelf maar, zegt directeur spoedeisende hulp Mariam Hassan (65). ‘U bent onze getuigen, onze ogen. De internationale gemeenschap zal ons moeten beschermen.’

Het personeel legt niemand een strobreed in de weg. Iedereen mag de trap afdalen en vrij rondlopen, richting de operatiekamer, voorraadkamers en koelcellen van het mortuarium. Goudstaven zijn er niet te vinden, wel stapeltjes opgevouwen doktersjassen- en broeken.

Overvolle ziekenhuizen

Volgens de artsen waren er tot maandagavond dertig patiënten aanwezig. Sommigen kregen nierdialyse, anderen chemotherapie. Sommigen zijn naar huis gestuurd, anderen overgebracht naar andere ziekenhuizen. ‘Het probleem is dat die overvol zijn’, verzucht Mneimneh. ‘Veel oorlogsgewonden uit het zuiden worden daar verzorgd.’

Dat Israël juist naar dit hospitaal wijst, is opmerkelijk. In zuidelijk Beiroet, een verzameling dichtbevolkte woonwijken waar Hezbollah de dienst uitmaakt, zijn meerdere ziekenhuizen die direct onder controle van de militie staan. Strijders die gewond raken, worden daar opgelapt. Als er al geld onder een hospitaal verborgen zou liggen, zou je het dáár verwachten. Het veertig jaar oude Sahel-ziekenhuis opereert daarentegen volledig autonoom, benadrukt Mneimneh. ‘Ik werk hier sinds vier maanden. Ik heb hier alleen patiënten gezien, geen politieke figuren.’ Zijn collega’s onderschrijven die lezing.

Het is geen toeval dat Israël juist nu over stapels goudstaven en biljetten begint. Sinds zondagavond heeft het leger het gemunt op de financiële infrastructuur van Hezbollah, en dan met name op de tientallen vestigingen van Al-Qard al-Hassan, het bancaire netwerk dat de beweging – buiten de greep van Libanons centrale bank om – in diverse steden onderhoudt. De bank staat sinds 2007 op de Amerikaanse sanctielijst.

Geneefse conventies

In het Sahel-ziekenhuis wil Mneimneh nog iets kwijt: wat hier ook te vinden is, zegt hij, het ziekenhuis is hoe dan ook beschermd onder de Geneefse conventies. Of Israël dat ook zo ziet, is hoogst twijfelachtig. In de bezette Gazastrook worden ziekenhuizen en medisch personeel voortdurend bestookt, volgens het Israëlische leger omdat Hamas hen als menselijk schild zou gebruiken. In totaal, zo becijferde de Verenigde Naties, waren er de eerste twaalf maanden van de oorlog 516 aanvallen op medische faciliteiten, met 765 Palestijnse doden tot gevolg.

Zover is het in Libanon nog niet. Stap één, zo lijkt het, is een ordinaire informatieoorlog. Als de perstour in het ziekenhuis net een half uur bezig is, volgt er een nieuwe tweet van de Israëlische legerwoordvoerder Adraee. De ‘bunker’ zou zich onder het ziekenhuis bevinden, maar de ingang twee straten verderop, zo beweert hij. Als een handvol journalisten daar de proef op de som neemt, stuit men op dichte deuren.

Herhaling van zetten

Het oogt allemaal als een herhaling van zetten. In juni beweerde de Britse tabloidkrant The Daily Telegraph op basis van ‘anonieme klokkenluiders’ dat er wapens opgeslagen zouden liggen op het internationale vliegveld van Beiroet. De naam van de auteur was weggelaten, hetgeen de speculaties verder deed groeien. Prompt nodigde de minister van Transport journalisten en diplomaten uit om te komen kijken. Ook toen: geen spoor van raketten of ander wapentuig.

In de loodsen die de bezoekers te zien kregen, lagen hoofdzakelijk Amazon-pakketten en dozen vol kleding. Ook die uitkomst liet zich voorspellen, want Hezbollah’s wapens komen doorgaans niet aan op het vliegveld. Voor zover bekend worden ze vanuit Iran naar Syrië gevlogen, waarna ze over land naar Libanon worden vervoerd.

In het tumult van deze informatiestrijd zou je bijna vergeten dat de gevolgen van de oorlog maar al te reëel zijn. Kort na de waarschuwing aan het adres van het Sahel-ziekenhuis, maandagavond, bestookte Israël een ander doelwit, verderop in de wijk. Toevallig of niet viel de bom pal tegenover het Rafiq Hariri-ziekenhuis, het grootste openbare ziekenhuis van Libanon. Er vielen achttien doden, onder wie vier kinderen.

Overal lichamen

Dinsdagmiddag, als de rook is opgetrokken, is een graafmachine nog volop bezig het puin te verwijderen. De 25-jarige Bassil Mokdad zit uit te blazen, nadat hij de hele avond heeft geholpen bij het bergen van de lichamen. Hij is lid van de ‘burgerbescherming’, een vrijwilligerscollectief dat in Libanon uitrukt bij bombardementen of natuurrampen. Toen hij met zijn collega’s aankwam, vroeg Mokdad gelijk om versterking. ‘Er lagen overal lichamen.’

Tussen het puin stuitte hij op een Soedanese man – dood. Mokdads ogen staan dof. ‘De meeste lichamen waren intact, maar dat van hem lag aan stukken.’ Het laat hem niet los. Verderop komt een ambulance voorgereden waar een ander lichaam in wordt geladen. Twee jonge vrouwen schreeuwen het uit van verdriet als ze zien wie het is. Dan sluiten de deuren, en rijdt de ambulance weg in een wolk van stof.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next