Politieke filosofie Daniel Chandler werkt de ideeën van John Rawls uit tot een programma voor een rechtvaardige toekomst – met gemengd resultaat.
De filosoof John Rawls (1921-2002) was een gigant binnen de wijsbegeerte, maar brak niet door bij het brede publiek. Ten onrechte, betoogt econoom en filosoof Daniel Chandler. Zijn werk zou de sleutel zijn waarmee we de problemen van vandaag, van klimaatverandering tot de opkomst van autocratie, kunnen oplossen.
De gemiddelde politicus heeft vast weleens van Friedrich Nietzsche of Hannah Arendt gehoord, maar zou hij John Rawls kennen? De man die de democratische rechtsstaat doorzag als weinig anderen, speelt in het Westerse politieke debat geen noemenswaardige rol. Heel gek is dat niet. Rawls gaf zelden interviews. Hij was in tegenstelling tot veel grote denkers niet ijdel, maar juist verlegen. Hij gaf zijn tijd aan zijn familie en zijn werk, was de aandacht van televisiecamera’s liever kwijt dan rijk, en werd gaandeweg een filosoof die vooral door andere filosofen wordt gelezen.
Dat wil de Engelse filosoof en econoom Daniel Chandler veranderen. Onlangs publiceerde hij Free and Equal, een oproep om Rawls’ werk eindelijk de erkenning te geven die het zou verdienen, en op de samenleving toe te passen: ‘De optimistische boodschap van dit boek is dat de ideeën die we nodig hebben zich recht voor onze neus verstoppen, in het werk van de grootste politiek filosoof van de twintigste eeuw, John Rawls’. Met andere woorden: als we eindelijk eens naar Rawls gaan luisteren, dan komt alles goed.
In de eerste helft van zijn betoog doet Chandler de kern van Rawls’ gedachtegoed uit de doeken. Rawls onderzocht hoe een rechtvaardige samenleving eruit ziet, en ontwikkelde daarom een gedachte-experiment: de ‘original position’. Dat werkt als volgt: stel je eens voor dat je niet weet of je rijk bent of arm, intelligent of zwakbegaafd, moedig of juist laf. Je zou in ieders schoenen kunnen staan, en zowel het leven kunnen leiden van een captain of industry als dat van een geestelijk gehandicapt kind. Volgens welke principes zou je de samenleving dan vormgeven?
Rawls was ervan overtuigd dat een rationeel mens nu bepaalde principes zou kiezen, en andere zou afwijzen. Zo zou je kiezen voor het principe van gelijke vrijheden voor iedereen: niemand zou zonder reden gearresteerd mogen worden, en iedereen zou, onder meer, het recht hebben om te stemmen en om een gezin te stichten. Waarom? Omdat mensen die niet weten welk leven ze zullen leiden zich gaan indekken. Je staat niet toe dat mensen gediscrimineerd mogen worden op basis van hun geslacht, omdat je weleens het ondergewaardeerde geslacht zou kunnen bezitten. Je accepteert niet dat dissidenten naar strafkampen gestuurd mogen worden, omdat je straks misschien wel een dissident bent.
Met dezelfde logica beargumenteerde Rawls dat kansengelijkheid van het grootste belang is, dat publieke ambten open zouden moeten staan voor iedereen, en dat de samenleving het ‘verschilbeginsel’ zou moeten naleven. Vooral dat laatste idee was vernieuwend. Verschillen in welvaart zouden alleen acceptabel zijn als ze het vooruitzicht van de minstbedeelden het meeste verbeteren. Het gaat er dus niet alleen om dat er naar arme mensen wordt omgekeken, of dat de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen. De samenleving moet optimaal voor de zwakste zijn ingericht. Ook dit vond Rawls logisch. Als je de pech hebt om in armoede geboren te worden, of wordt opgezadeld met een matig genenpakket, dan wil je toch ook dat je omstandigheden zo goed mogelijk zijn?
Chandler betoogt dat Rawls’ principes de weg wijzen naar een veel betere wereld. Maar hij geeft het gelijk toe: hoe ze dat precies kunnen doen is niet in het werk van Rawls te lezen. De grote filosoof wilde zijn theorie vooral zo grondig mogelijk onderbouwen, de toepassing was voor anderen. Die handschoen pakt Chandler in deel twee van Free and Equal op.
Daarbij ontbreekt het Chandler niet aan ambitie. Rawls’ filosofie zou de doorslag moeten geven in discussies over de vrijheid van meningsuiting, immigratie, onderwijs, duurzaamheid, democratische stelsels, het basisinkomen, het eigendom van bedrijven en inspraak op de werkvloer.
Soms komt die belofte uit. Zo laat Chandler overtuigend zien dat in een Rawlsiaanse wereld geen recht bestaat om je geld te geven aan privéscholen. Sterker nog: om kansengelijkheid te bevorderen zou je privéscholen juist moeten afschaffen. Evengoed legt hij mooi uit waarom vrijheid van meningsuiting niet onbeperkt is, en volgens Rawls samen moet gaan met goede manieren en redelijke argumenten.
Maar al te vaak is de link tussen Rawls’ fundamentele theorie en de technische beleidsvoorstellen van Chandler zwakker. In het bespreken van politieke partijen, burgerberaden en verkiezingen verlaat Chandler zich vooral op praktische argumenten, terwijl het filosofische uitgangspunt – burgers hebben het recht om in de democratie te participeren – niet ter discussie staat.
Chandler wil beleid vernieuwen, maar Rawls was geen vernieuwende beleidsdenker. Hij had tijdens de Tweede Wereldoorlog gevochten tegen het Japanse Keizerrijk, en met eigen ogen gezien welke gruwelen mensen elkaar kunnen aandoen. Hij wilde de noodzaak en legitimiteit van de democratische rechtsstaat boven iedere redelijke twijfel verheffen. Het is de vraag wat je precies van hem kan leren als je – om maar iets te noemen – onderzoekt hoe markten het beste bij kunnen dragen aan een efficiënte verdeling van goederen.
Gaandeweg lijken de principes van Rawls vooral een kapstok waar Chandler zijn lange reeks voorstellen aan ophangt. Urgente kwesties komen er bekaaid vanaf. Zo wijdt Chandler welgeteld twee pagina’s aan immigratie en heeft hij er voor de klimaatcrisis slechts vijf over. Zelfs een alwetende filosoof-koning zou meer ruimte nodig hebben om een inspirerende bijdrage te leveren.
Met Free and equal wil Chandler de essentie van het werk van John Rawls vangen én een blauwdruk presenteren voor de progressieve maatschappij van morgen. Het eerste lukt zeker, maar in het tweede lijkt Chandler zich te verslikken. Of tenminste: het zou best kunnen dat zijn progressieve wensenlijstje het juiste is, en we erg gelukkig en rechtvaardig zouden samenleven in de maatschappij die hij schetst. Maar dat wordt in zijn boek niet overtuigend beargumenteerd. Of het nu draait om het basisinkomen, het burgerberaad, immigratie of verduurzaming; er is elders meer diepgravend en zeker meer aansprekend over geschreven.
Van één ding heeft Chandler me wel overtuigd: het werk van John Rawls verdient een betere plek in ons maatschappelijk debat. Al was het maar omdat onze wereld er sinds zijn dood eenentwintig jaar geleden bepaald niet rechtvaardiger op is geworden.
Ontvang iedere week het laatste boekennieuws, recensies en de interessantste interviews in je inbox
Source: NRC