Het aantal asielkinderen dat wordt opgevangen in een noodopvanglocatie, is de afgelopen twee jaar meer dan verdubbeld. Vanwege de soms zeer slechte omstandigheden van die opvanglocaties baart dat het Kinderrechtencollectief grote zorgen.
is nieuwsverslaggever van de Volkskrant.
Noodopvanglocaties worden vaak ingericht in sporthallen of leegstaande kantoren. ‘Er zijn onvoldoende toiletten en douches. Asielzoekers hebben er nauwelijks privacy: áls er al afzonderlijke kamertjes zijn, staan daar schotten tussen. Er is veel lawaai, kinderen slapen er nauwelijks’, somt voorzitter van het Kinderrechtencollectief Marc Dullaert op. Waar er in juli vorig jaar bijna 3.400 asielkinderen in dergelijk locaties verbleven, is dat dit jaar opgelopen tot ruim 5.500.
Behalve over de hygiëne maakt voormalig kinderombudsman Dullaert zich ook zorgen over de medische omstandigheden: Op de ene locatie vindt er onder kinderen wel screening plaats op bijvoorbeeld kinkhoest en mazelen en bij de andere plek niet.’ De schadelijke omstandigheden vat hij samen als ‘mensonwaardig’.
Eerdere onderzoeksrapporten staven de uitspraken van het Kinderrechtencollectief. Verschillende toezichthouders, waaronder de Inspectie Justitie en Veiligheid en de Inspectie Gezondheidszorg, spraken in 2023 al hun bezorgdheid uit. Zij constateerden toen onder meer dat kinderen in de noodopvang nauwelijks of helemaal geen onderwijs krijgen en er te weinig aandacht is voor hun medische toestand.
Eind 2022 had het hof in Den Haag bovendien al bepaald dat kinderen alleen in bijvoorbeeld grote hallen mogen worden geplaatst als het niet anders kan. Maar wel onder een belangrijke voorwaarde: de overheid moet in hun behoeften voorzien. Dat betekent bijvoorbeeld dat zij onderwijs moeten krijgen en (buiten) moeten kunnen spelen. Daar gaat het nu structureel mis, meent Dullaert. Hij stelt dat Nederland met de opvang van asielkinderen door ‘een morele ondergrens is gezakt’.
Dullaert vindt dat er sinds de inspectierapporten veel te weinig is gebeurd. ‘Die inspecties zijn niet voor niets opgetuigd; daar hoort naar geluisterd te worden. Nog los van het menselijke en morele aspect, vind ik dit rechtsstatelijk verontrustend.’
Volgens het Kinderrechtencollectief, dat bestaat uit zes kinderrechtenorganisaties, dreigt de situatie voor minderjarigen in de asielopvang nog nijpender te worden nu de Spreidingswet onder het kabinet-Schoof op de tocht staat. Wanneer het Rijk gemeenten niet langer kan dwingen asielzoekers op te nemen, zal de druk op de bestaande (nood)opvanglocaties toenemen, vreest Dullaert.
Universitair docent immigratierecht Mark Klaassen (Universiteit Leiden) deelt die zorg. Ook hij benadrukt dat instanties al jaren waarschuwen voor de verslechterende omstandigheden in de noodopvang.
Europees breed wordt de opvang van asielzoekers ingericht volgens de Opvangrichtlijn. Die is breed geformuleerd: in de richtlijn staat bijvoorbeeld niet hoeveel speelvoorzieningen per vierkante meter er moeten zijn of hoeveel uur onderwijs moet worden geboden. De omstandigheden in de noodopvang moeten simpelweg ‘geschikt zijn’ voor kinderen. Maar ‘geschikt’ zijn de omstandigheden volgens Klaassen momenteel allesbehalve: ‘Op het moment dat kinderen langdurig en systematisch in de noodopvang worden opgevangen, handel je in strijd met kinderrechten.’
Vanwege de schrijnende omstandigheden in de noodopvang spande Vluchtelingenwerk in 2022 een zaak aan tegen de staat. In hoger beroep luidde het vonnis dat de overheid niet het onmogelijke kan doen. Wel benadrukte het hof dat de asielopvang tekortschoot, omdat de staat de opvangcapaciteit vanaf 2016 afbouwde.
Klaassen: ‘Die uitspraak is van bijna twee jaar geleden. Toen werd bepaald dat niemand tot het onmogelijke is gehouden. Maar wat is er in de tussentijd wél gebeurd, vraag ik me af?’ Klaassen constateert een ‘totaal gebrek aan urgentie’ om in te grijpen. Hij vindt dat het kabinet per direct moet inzetten op uitbreiding van de reguliere opvanglocaties. Op die plekken moeten minderjarigen vervolgens prioriteit krijgen.
Klaassen: ‘Toegegeven: op het moment dat er ineens veel asielzoekers bij komen, is een plek in de noodopvang beter dan buiten slapen. Alleen hebben we nu te maken met een noodsituatie die al jaren aanhoudt, zonder zicht op verbetering.’
Dat het kabinet via het uitroepen van een asielcrisis het aantal aanmeldingen hoopt in te perken, is volgens Klaassen geen oplossing. ‘Opvanglocaties worden ontlast als er minder mensen bij komen. Maar dat punt moet je wel eerst bereiken. In de tussentijd doet het kabinet er al jaren te weinig aan om ervoor te zorgen dat kinderen niet her en der in hallen liggen.’
Dullaert is stellig: ‘Asielkinderen worden momenteel opgehokt. Het is een kwestie van wil en van prioriteren. Als er op deze locaties nu 5.500 Nederlandse kinderen zouden zitten, zouden de prioriteiten heel anders liggen.’
Onderzoeksraad kijkt naar veiligheid op noodlocaties
De Onderzoeksraad voor Veiligheid zal zich in zijn onderzoek naar de veiligheid van kinderen in de asielketen focussen op de noodopvang. Dat meldt de raad dinsdag. In april begon de organisatie een verkennend onderzoek, nu volgt een verdere aanscherping. Het onderzoek heeft tot doel antwoord te krijgen op de vraag waarom kinderen in deze opvanglocaties belanden en wat ervoor nodig is om dit te stoppen. De organisatie hoopt voor eind 2025 het onderzoek af te ronden.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant