Home

Langverwachte fabriek voor bioplastics geopend in Delfzijl: ‘Avantium moet laten zien dat het kan’

Het Amsterdamse chemiebedrijf Avantium heeft zijn langverwachte fabriek voor bioplastic geopend in Delfzijl. Hiermee moet plantaardig plastic zich bewijzen als serieus alternatief voor fossiele kunststoffen.

Niels Waarlo is economieredacteur. Hij is specialist duurzaamheid en circulaire economie. Verslag vanaf de fabriekslocatie in Delfzijl.

Mark Beckers wijst naar een stalen vat dat wordt omringd door een labyrint van buizen, kabels, pompen en draaidoppen. ‘Daar hangt de reactor waarin de magie plaatsvindt.’ In het vat waar Avantium-medewerker Beckers op doelt, ontstaat het bouwsteentje van een nieuw type plastic. Dat wordt niet uit aardolie vervaardigd, maar uit plantaardige suikers, gewonnen uit Frans tarwe en in de fabriek bewerkt met een reeks nauwgezette chemische reacties.

Voor de argeloze toeschouwer oogt het ondoorgrondelijk, maar Beckers kent deze wirwar van vijf verdiepingen hoog op zijn duimpje. Hij had zelf een grote rol bij de ontwikkeling van de chemische fabriek in het Groningse Delfzijl.

Dinsdag opende koningin Máxima de fabriek van Avantium. Het gaat om de eerste ter wereld waarmee het mogelijk is om op commerciële schaal PEF te maken. Dat is het plantaardige broertje van PET, bekend van de frisdrankflessen. Er is een flink lagere broeikasgasuitstoot mee gemoeid – volgens een berekening van de Universiteit Utrecht ongeveer de helft.

Niet dat PEF de allereerste plantaardige kunststofsoort op de markt is. Het heeft echter eigenschappen waardoor het een duurzamere vervanger kan blijken voor PET, dat massaal als verpakkingsmateriaal en in kleding wordt gebruikt. Op sommige vlakken scoort de plantaardige variant zelfs beter: zo is het minder luchtdoorlatend, waardoor zuurstof trager binnendringt en maaltijdsalades of vruchtensappen langer houdbaar blijven.

Kronkelend buizenstelsel

Al meer dan vijftien jaar is Avantium, van oorsprong een spin-off van Shell, met de ontwikkeling van dit bioplastic bezig. Dat ging niet van een leien dakje. In 2007 hielden investeerders het bedrijf ternauwernood overeind toen het geld op dreigde te raken. De bouwkosten van de nieuwe fabriek liepen de afgelopen jaren steeds verder op: van 115 miljoen euro een paar jaar geleden tot 175 miljoen euro nu.

Maar dan staat er wel wat, stelt Beckers tevreden vast. Al is het werk nog niet helemaal klaar. Op dit moment gaat er nog slechts water en lucht door het kronkelende buizenstelsel van opgeteld 28 kilometer lang. Gestoken in veiligheidspak en met witte helmen op voeren medewerkers de laatste inspecties uit, voordat de fabriek onderdeel voor onderdeel wordt opgestart.

In de loop van 2025 moet dat zijn afgerond en kan de productie beginnen. Niet dat er dan complete flesjes uit de vestiging in Delfzijl komen, overigens: Avantium produceert een wit poeder dat kunststofproducenten elders omzetten in de daadwerkelijke plasticvorm.

PEF heeft de potentie om op grote schaal zijn fossiele variant te vervangen, denkt Karin Molenveld, die aan de Wageningen Universiteit (WUR) onderzoek doet naar duurzame plastics. Wil dit een succes worden, dan is het slagen van de fabriek ‘cruciaal’. ‘De stap naar grootschalige productie van nieuwe plastictypes is een enorme uitdaging. Hiermee moet Avantium laten zien dat het kan.’

Succes is daarbij zeker niet gegarandeerd, zegt ze erbij. Het is notoir lastig concurreren met bestaande plastics, die op enorme schaal en daarmee tegen lage kosten worden geproduceerd. Zeker in de begindagen zal het bioplastic van Avantium veel duurder zijn, geeft ceo Tom van Aken zonder omhaal toe. Grofweg 10 euro per kilo, PET is zo’n vijf keer goedkoper, zegt hij.

Die prijs gaat dalen als er nog grotere fabrieken bij komen, verwacht hij. Hij rekent op fabrieken die 100 duizend ton per jaar kunnen produceren, twintig keer meer dan die nu in Delfzijl staat. Avantium zelf gaat die trouwens niet bouwen: het bedrijf wil de technologie op licentiebasis verkopen aan grote chemiebedrijven die al ervaring hebben met écht grootschalige plasticproductie.

Grote afnemers

Tot het zover is, is Avantium afhankelijk van klanten die er voor de langere termijn brood in zien. Van Aken: ‘Wie dit als eerste wil, zal meer moeten betalen.’ Zijn bedrijf heeft al contracten gesloten met verschillende grote afnemers, waaronder de Braziliaanse brouwerijketen AmBev en het Franse bedrijf achter luxemerk Louis Vuitton. Albert Heijn wil saladebakjes van dit bioplastic in de winkel leggen. Het kan wel tot 2035 duren voordat de echte massaproductie op gang is gekomen, schat Van Aken.

Levert het extra land dat nodig is om de plantaardige grondstoffen te verbouwen dan geen milieubezwaren op? Volgens Molenveld is dat te overzien. ‘De benodigde volumes zijn heel laag, vergeleken met energiewinning uit biomassa. En wat mensen soms vergeten, is dat we nu al heel veel biogebaseerde grondstoffen gebruiken in producten, zoals zetmeellijmen en papier. Veel meer dan we voor bioplastics willen gaan gebruiken.’

Door gebruik te maken van reststromen en het bioplastic te recyclen, daalt de milieu-impact bovendien nog verder, zegt ze. Dat laatste kan uitstekend met PEF, alleen is bijna geen recycle-installatie er al op ingericht. Pas als de volumes serieuze vormen aan beginnen te nemen, wordt het voor recyclers de moeite waard het apart te verwerken.

Eerst maar eens zien of Avantium in Delfzijl kan leveren wat het belooft. Topman Van Aken voelt enige druk: ‘Iedereen in de plasticwereld kijkt hiernaar.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next