Een derde van de Filippijnse kinderen groeit op zonder één of beide ouders, omdat die in het buitenland werken om rond te komen. In 2023 werkte een recordaantal van 2,3 miljoen Filippijnse burgers tijdelijk overzee. Meer dan de helft was vrouw, veelal tussen de 30 en de 34 jaar. Bijna een kwart werkte in Saoedi-Arabië, 13,7 procent vond werk in de Verenigde Arabische Emiraten, vaak als huishoudster. De belangrijkste reden om, vaak meerdere jaren, in een ander land te werken is armoede. Want van de 117 miljoen inwoners van de Filippijnen leeft 15,5 procent onder de armoedegrens van 1,35 Amerikaanse dollar per dag.
De Filippijnen die overzee werken brachten vorig jaar 40 miljard Amerikaanse dollar, 9,2 procent van het BNP van de Filippijnen, in het laatje. Niet verrassend dat de overheid deze groep ziet als exportproduct. Om de geldstroom te faciliteren zette president Rodrigo Duterte in 2018 de Overzeese Filipijnse Bank op. Maar de financiële voordelen hebben een prijs. In 2022 maakte het wetenschappelijke tijdschrift The Lancet een overzicht van gepubliceerde psychologische onderzoeken. Het blad kwam tot de conclusie dat kinderen van deze afwezige ouders te maken hebben met verwaarlozing, eenzaamheid en depressie. Voordelen waren er ook. Door de extra inkomsten zijn ze gezonder dan leeftijdgenoten en hebben ze meer kans op goede scholing. Wegen de voordelen op tegen de nadelen? Maria Caridad Tarroja (60) is hoogleraar psychologie aan de Universiteit De La Salle in Manilla. Ze geeft les, doet onderzoek en ‘behandelt’ achterblijvers die kampen met psychische problemen. NRC sprak haar via een internetverbinding.
Wat ziet u in uw praktijk?
„De kinderen van overzeese arbeidsmigranten die ik in mijn behandelkamer zie zijn meestal gestuurd door hun grootouder of tante die tijdelijk voor ze zorgen.” En dat gaat niet altijd goed. „Vooral niet als de kinderen hun gevoelens niet kunnen uiten. Schoolprestaties gaan opeens achteruit. Jongens worden agressief. Meisjes trekken zich terug. Soms mutileren kinderen zichzelf of worden onhandelbaar. Zo sprak ik een tijdje geleden een meisje van twaalf. Ze vond dat haar tante te streng was. Ze mocht niet uit om vrienden te zien. Haar moeder zou haar veel meer vrijheid geven, zei ze. Ze voelde zich gevangen en miste haar ouders.” De problemen variëren enorm, benadrukt Tarroja. „De ernst van de gevolgen van arbeidsmigratie hangt af van de situatie. Het maakt uit of de ouder hoog- of laagopgeleid werk doet, of beide ouders weg zijn of één, en hoelang de ouder weg is.”
Wat is het grootste probleem?
„Armoede speelt grote een rol. Hoe armer, hoe lager opgeleid de ouder is, hoe minder middelen er zijn om schadelijke gevolgen op te vangen. We zien regelmatig berichten van uitbuiting of mensenhandel in het nieuws voorbijkomen. Als je als arbeidsmigrant in slechte omstandigheden werkt, dan is het risico op schadelijke gevolgen voor achtergebleven kinderen ook groter.”
Volgens een onderzoek dat de Harvard International Review in 2022 publiceerde ondervond één op de tien Filippijnen die in Koeweit werkten, geweld of misbruik of zaten vast in een slavernijsituatie. De meeste van hen werkten als huishoudster bij rijke families. „Ouders die zelf in een moeilijke situatie zitten, kunnen vaak niet bellen met hun kinderen. En als de achtergebleven kinderen niet goed worden opgevangen, is het risico op verwaarlozing groot. Maar als een ouder hoog opgeleid is en bijvoorbeeld als arts een tijd in het buitenland werkt, dan zijn er vaak ook meer financiële middelen om de nadelen zo klein mogelijk te houden.”
Bovendien is er de laatste twintig jaar veel veranderd, vertelt Tarroja. „De ouder kan nu internetbellen. Je kunt elkaar elke dag even zien.” Toch blijft het moeilijk als je ouder niet bij belangrijke gebeurtenissen is, stelt ze. „Andere kinderen zijn wel met hun ouders bij een schooloptreden of bij het afstuderen en jij niet. En als je je eenzaam voelt, kun je gedemotiveerd raken. Veel kinderen van ouders die buiten de Filippijnen werken, gaan voortijdig van school. Maar anderen werken juist extra hard, omdat ze het offer van hun ouders willen eren. Dat geeft natuurlijk extra druk. Maar die druk kunnen kinderen die wel bij hun ouders wonen net zo goed voelen natuurlijk.”
Daarbij is het stigma op psychologische hulp tegenwoordig een stuk minder, stelt ze. „Het gebeurt steeds vaker dat kinderen zelf bij een psycholoog aankloppen. Dan hebben ze van vriendjes of klasgenoten gehoord dat je met iemand kunt praten. Het is mijn ervaring dat de nieuwe generatie opener is over hun problemen. Sinds de coronacrisis is er een minder groot taboe om over je gevoelens te praten.”
In augustus zijn in Nederland twee mannen veroordeeld voor misbruik van Filippijnse kinderen via de webcam. Is er een relatie tussen online misbruik en de afwezigheid van ouders?
„Dat is lastig te zeggen. Het lijkt mij wel. Immers, wanneer er geen toezicht is, zijn kinderen kwetsbaarder voor seksuele uitbuiting. En een veelvoorkomend probleem bij deze kinderen is het gebrek aan supervisie, zeker als beide ouders weg zijn. Tantes hebben vaak zelf al kinderen en grootouders hebben niet altijd overwicht. En zonder toezicht worden de achtergebleven kinderen vaker aan gevaren, zoals seksueel misbruik, blootgesteld. Maar uit recent onderzoek blijkt dat ook er moeders zijn die hun kinderen seksueel exploiteren.” En soms doen kinderen het ook uit zichzelf, aangespoord door leeftijdsgenoten, vertelt ze. „Dat gaat tegenwoordig allemaal heel rap via de telefoon. Je hebt geen laptop nodig. Ze bieden zichzelf online aan om snel geld te verdienen. Ze zien niet in waarom het een probleem zou zijn.”
Zijn de kosten van de Filippijnse arbeidsmigratie hoger dan de baten?
„Niet iedereen wordt door armoede gedreven. Het gaat niet altijd alleen om geld. Veel mensen zijn op zoek naar betere professionele kansen. Nu ik er zo over nadenk… Het is ook een mentaliteit. Ik woon in Manilla. Iedereen die ik ken heeft wel een zus, broer of ouder die in het buitenland werkt. Mensen ontwikkelen een internationaal netwerk, ze hebben allerlei connecties. Er zit ook een goede kant aan.”
Maar voor de meeste Filippijnen is zo’n welvarende leefstijl nog ver buiten hun bereik, benadrukt ze. „Ik begrijp de keuze van ouders die in armoede leven heel goed. Ze offeren zichzelf op, omdat ze willen dat hun kinderen goed onderwijs krijgen. Ik zou hetzelfde doen, als één ouder bij de kinderen blijft.”
Wat zegt het over de Filippijnse maatschappij dat zovelen overzee werken?
„Voor Filippijnse ouders is het onderwijs van hun kinderen het allerbelangrijkste. Als je voor je kinderen naar het buitenland gaat om te werken, zodat zij een betere kans op goede scholing hebben, kun je rekenen op waardering.” Alle Filippijnen beseffen dat het geen gemakkelijke weg is en dat de meeste arbeidsmigranten hard werken, vertelt Tarroja. „Het verhoogt daardoor het aanzien van de hele familie. De Filippijnen zijn trots op hun landgenoten die elders werken. Die trots zit hem overigens ook in het vak dat ze uitoefenen, want veel Filippijnse arbeidsmigranten werken in de verpleging of zorgen voor kinderen. De migranten worden ook wel bagong bayani genoemd, de moderne helden. In elk land is wel een Filippijnse gemeenschap. Ze hebben een belangrijk aandeel in de economie. Nadeel is overigens wel dat het voor deze arbeidsmigranten moeilijk is om toe te geven dat het ze niet goed vergaat.”
Elk jaar vertrekt een miljoen Filippijnse burgers naar het buitenland om er te werken. Volgens de internationale arbeidsorganisatie ILO wonen en werken momenteel wereldwijd tien miljoen Filippijnen in het buitenland. „Ik kom net uit een conferentie in Praag, zelfs daar zijn landgenoten!”
Het is niet duidelijk hoeveel arbeidsmigranten terugkeren naar de Filippijnen. Meestal is de intentie om tijdelijk in het buitenland te werken. Na de coronacrisis keerden in één klap twee miljoen arbeiders terug.
De huidige president Marcos Jr. belooft arbeidsmigranten in andere landen pensioen, gezondheidszorg en studiefondsen als ze terugkeren. Wat vindt u van dit stimuleringsbeleid?
„De regering is zich bewust van de brain drain die samenhangt met arbeidsmigratie. Er zijn niet alleen overheidsprogramma’s om tijdelijke migratie te ondersteunen, overzeese arbeiders krijgen ook hulp bij hun terugkeer. Maar uiteindelijk is de reden voor vertrek vaak armoede. In het buitenland zijn meer goed betaalde en beter ontwikkelde banen. Zolang dat zo is, is de kans groot dat mensen, als ze eenmaal zijn gegaan, wegblijven.”
Nederlanders reizen gemiddeld zo’n dertig kilometer tussen huis en werk. In onder meer Azië is het veel gewoner ver van huis te werken. Niet alleen in eigen land, internationale arbeidsmigratie is daar ook veelvoorkomend. In dit vijfluik belicht NRC vijf aspecten van het werken op grote afstand van huis en haard. Wat doet het met kinderen als een ouder overzees werkt? Zijn arbeidsmigranten tweederangsburgers? En hoe is uitbuiting te voorkomen?
Lees hier alle delen in de serie
Source: NRC