Home

Veel universitair geschoolden willen graag in het basisonderwijs werken, maar je moet ze wel lokken

Er zijn in Nederland 384 manieren om bevoegd leraar te worden, lees ik in Red het onderwijs, een boek dat de deplorabele staat van ons onderwijs bondig in beeld brengt. Zoveel, dat is natuurlijk krankzinnig. Een wirwar aan opleidingen, bachelors en masters, deeltijd en voltijd, duaal, verkort en voor zijinstromers. Verwarrend voor aankomende leraren. Die opleidingen verschillen ook nog eens in inhoud, kwaliteit en kennisniveau. Bijna alles mag van het ministerie van Onderwijs en het toezicht schiet tekort. Die chaos heeft bijgedragen aan de onaantrekkelijkheid en matige reputatie van het leraarsvak en daarmee aan het lerarentekort.

Over de auteur
Aleid Truijens is schrijver en recensent en columnist voor de Volkskrant. Ze schreef romans en biografieën over F.B. Hotz en Hella Haase. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit.

Grofweg kun je de opleidingen verdelen in die tot leraar basisonderwijs en tot leraar voortgezet onderwijs, en in hbo- en universitaire studies. Als je in het basisonderwijs wilt werken, kun je natuurlijk na de havo of het mbo kiezen voor de pabo. Maar wat als je vwo hebt gedaan en het pabo-programma niet interessant en ambitieus genoeg vindt en het niveau te laag? Of als je pas na een universitaire bachelor of master bedenkt dat je graag jonge kinderen iets wilt leren? Of als je dat op latere leeftijd ineens ontdekt, bijvoorbeeld als je zelf kinderen hebt?

Van die gemotiveerde mensen, die behalve liefde voor kinderen en het lesgeven ook wetenschappelijke belangstelling hebben, kan het basisonderwijs veel plezier hebben. Sterker, ze zijn, naast hbo-opgeleiden, hard nodig, omdat ze andere kwaliteiten hebben. Je moet ze wel zien te lokken.

Vwo’ers kunnen nu kiezen voor de academische pabo, een combinatie van een universitaire bachelor pedagogie en de pabo. Mensen met een universitair diploma kunnen zijinstromen, de verkorte pabo volgen of de Mpabo doen, een universitaire master en deeltijdpabo ineen.

Maar ja. De academische pabo is alleen een bachelor. Je kunt erna een master onderwijskunde doen, maar die studenten zijn vaak verloren voor het leraarschap. Veel zijinstromers haken gedesillusioneerd af; ze krijgen onvoldoende begeleiding. Tegen de verkorte en deeltijd-pabo heersen dezelfde bezwaren als tegen de gewone pabo: veel reflectie en werkstukjes, te weinig kennis. En de MPabo is alleen toegankelijk voor mensen die een wo-bachelor of -minor in onderwijswetenschappen hebben gedaan.

Sinds twee jaar bestaat er wél een aantrekkelijke tweejarige master voor wo-bachelors, de Educatieve Master Primair Onderwijs EMPO), in Amsterdam, Leiden en Rotterdam, waarvan nu de eerste lichting is afgestudeerd. Ideaal zou je zeggen: wie na een vakinhoudelijke bachelor denkt: ik wil kennis overdragen aan kinderen, kan zijn hart ophalen. Op basisscholen komen dan alfa’s, bèta’s en gamma’s, die wetenschappelijk onderlegd zijn en die algemeen én specifiek inzetbaar zijn. Zo stroomt er een hoogwaardige mix van kennis het basisonderwijs in.

Zo simpel blijkt het helaas niet te zijn. Het toelatingsbeleid is niet ruimhartig: alleen met een wo-diploma uit de sector gedrag en maatschappij ben je direct toelaatbaar. Dus wel met een bachelor politicologie, antropologie, bestuurskunde of communicatie, niet met een talenstudie, geschiedenis of filosofie, studies waarbij veel bevlogen en getalenteerde kandidaten rondlopen. Het lesprogramma leert dat deze studie meer om onderwijskunde en pedagogiek draait – op zich nodig en nuttig – dan om superieure vakkennis en vakdidactiek.

Zou een communicatiewetenschapper een betere leraar in taal, lezen en literatuur zijn dan een neerlandicus, geeft een socioloog beter natuuronderwijs dan een bioloog, is een personeelswetenschapper beter in rekenles dan een wiskundige? Dat lijkt me sterk. Begrijpen universitaire bèta’s en alfa’s geen snars van sociaalwetenschappelijk onderzoek? Dat geloof ik evenmin. Eventuele hiaten in de vooropleiding kunnen met korte cursussen in die twee jaar wel worden bijgespijkerd. Een gemiste kans dit, in deze vorm althans.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next