Ruim een miljoen Libanezen zijn op drift geraakt door de oorlog met Israël. Ze worden opgevangen in scholen en tijdelijke woningen, door hun medeburgers. Maar solidariteit en angst strijden soms om voorrang.
is correspondent Midden-Oosten van de Volkskrant. Hij woont in Beiroet.
Uit een kleine keuken komt de geur van gebakken ui. De 47-jarige Eliane Abboud staat glimlachend in een pan te roeren. Ze maakt een gerecht met bulgur en tomaat dat straks uitgedeeld wordt aan Libanese ontheemden, vluchtelingen in hun eigen land. Op de vlucht voor de verwoestende oorlog met Israël zijn ze neergestreken in het bergdorpje Kfar Nabrakh, een uur rijden buiten de hoofdstad Beiroet.
Abboud is vrijwilliger bij een stichting (‘Houd de hoop levend’) die zich voor de ontheemden inzet. Ze weet wat het betekent om je huis te moeten verlaten – dat moest ze zelf ook. Eind september ontvluchtte ze Zuid-Beiroet vanwege de Israëlische bombardementen, en haastte ze zich naar Kfar Nabrakh. ‘Ik kon zien dat ze bang was’, zegt haar nichtje Marina Abboud (28). ‘Ze kwam binnen met trillende handen.’
Libanon staat voor een historische opgave, nu een vijfde van de bevolking (zo’n 1,2 miljoen mensen) op drift is: dakloos, werkloos, toekomstloos. De oorlog dendert door. Een kwart van het grondgebied staat onder Israëlisch evacuatiebevel en is niet langer begaanbaar. Alleen de militante beweging Hezbollah is in de zuidelijke heuvels achtergebleven.
De Libanese regering is na jaren van wanbestuur failliet, en dus komt het op burgers aan om de crisis te lijf te gaan. Via organisaties als het Rode Kruis en Stichting Vluchteling is er bovendien hulpgeld onderweg. De Giro 555-actie in Nederland, bedoeld voor onder meer Libanon, heeft tot nu toe ruim 15 miljoen euro opgeleverd.
Marina, de drijvende kracht achter de stichting in Kfar Nabrakh, vertelt dat zij hoofdzakelijk leunt op donaties van Libanese expats in Canada. Ze heeft een pand gehuurd waar niet alleen wordt gekookt, maar waar ook kleuters kunnen spelen en waar tieners binnenkort onderwijs krijgen, nu de reguliere scholen dicht zijn. Inwoners doneerden winterkleding.
Het dorp heeft een gemengde bevolking, deels christelijk, deels Druzisch (een eeuwenoude geloofsgemeenschap). Het ligt in een gebied waar de Druzische partij van krijgsheer/parlementslid Walid Joumblatt de dienst uitmaakt. ‘Onze bergen verwelkomen iedereen’, verkondigde Joumblatt aan het begin van de oorlog. ‘We zijn één familie’, knikt Marina. Vraag je bij de lokale bakkerij naar de ontheemden, dan word je door de bakkersvrouw gelijk gecorrigeerd. ‘Het zijn geen ontheemden, het zijn Libanezen zoals wij.’
Eén van de nieuwe gezinnen is dat van voetbaltrainer Mohammed Bayloun (36). Op de veranda van hun tijdelijke onderkomen vertelt hij over de tweede dag van de oorlog, toen de bommen vlakbij zijn dorp Maarekeh vielen. Zijn vrouw en hij kregen een felle discussie. ‘Zij wilde vluchten, ik niet.’ Ze gingen toch. Via-via regelden ze dit huis. Baylouns gepensioneerde vader kon het niet over zijn hart verkrijgen te vertrekken, en bleef alleen achter. ‘Hij vertrouwde op Gods wil.’ Door de bombardementen is het internet in zijn thuisdorp uitgevallen, zegt Bayloun. Van zijn vader heeft hij sinds twaalf dagen niks gehoord.
Rond het middaguur komt er een auto bij de stichting voorgereden met driehonderd maaltijden. Lunch in plastic bakjes, gefinancierd door onder meer het Wereldvoedselprogramma (WFP) van de Verenigde Naties. Diabetespatiënten krijgen de bulgur van Eliane. Voor de anderen is er rijst met kikkererwten, en daar zit ook gelijk het probleem, verzuchten de nichten. ‘Het is altijd rijst. Eerst rijst met aubergine, toen rijst met bonen, nu met kikkererwten. Veel mensen willen iets anders.’ Op vragen van de Volkskrant aan WFP kwam geen reactie.
En er zijn meer problemen. Steeds vaker vallen er Israëlische bommen op plekken waar ontheemden veilig dachten te zijn. Vorige week werd het noordelijk dorp Aitou getroffen. Er kwamen 23 mensen om het leven, onder wie veertien vrouwen en kinderen – allemaal gevlucht uit het zuiden. Nadien zei de huisbaas dat er kort voor de luchtaanval een onbekende man bij de familie was langsgekomen met geld. Goed mogelijk dat hij namens Hezbollah kwam, maar rechtvaardigde dat een bombardement? De Verenigde Naties eisen een onafhankelijk onderzoek.
Niet iedereen kan de bombardementen verdragen. Een inwoner van Aitou zei tegen persbureau AFP dat de solidariteit het dreigt af te leggen tegen de angst. ‘Dorpelingen die ontheemden opvingen, gaan hen denk ik vragen te vertrekken.’
Zover is het in Kfar Nabrakh nog niet. In de lokale school slapen sinds weken ruim honderd mensen. Kinderen hollen joelend door het vrolijk versierde trappenhuis. De gezinnen krijgen de rijstmaaltijden van WFP en hygiënekits met VN-stickers erop, maar er is net ook een lading matrassen afgeleverd. Afzender: de sociale tak van Hezbollah. Van de beweging is bekend dat ze haar achterban overal volgt, om te voorkomen dat die van Hezbollah vervreemd raakt. Een familie in de school zegt eenmalig 180 euro van de groepering te hebben ontvangen.
Oftewel: wat voor buitenstaanders klinkt als een simpel onderscheid, Hezbollah-leden versus ontheemde Libanezen, dreigt in de praktijk behoorlijk vervlochten te raken. ‘Natuurlijk is er een gevaar dat de school een doelwit van Israël wordt’, beaamt Abeer Bteidinne (50), het Druzische hoofd van de opvanglocatie. ‘Maar we kunnen deze mensen niet aan hun lot overlaten.’
Verderop in de school, in een hoek van een eenvoudig lokaal, ligt de 63-jarige Nabila Swaydan (63) te slapen. Als ze wakker wordt, heeft ze gelijk een verzoek. Ze wil Joumblatt, de politicus die hen zo gastvrij verwelkomde, persoonlijk ontmoeten. Of nee, ze wil hem knuffelen. ‘Ik ben dol op die man.’ Theatraal voegt ze eraan toe dat ‘niemand’ haar wil brengen. Haar kinderen kijken geamuseerd toe. Ook al is de oorlog nog lang niet voorbij, hier voelen ze zich thuis.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant