‘Supersnel internet voor 25 euro per maand’: klinkt goed, maar wat betekent ‘supersnel’? En kabel, glasvezel of 5G: hoe belangrijk zijn die verschillen als je een internetprovider kiest?
is techredacteur voor de Volkskrant. Ze schrijft onder meer over sociale media en kunstmatige intelligentie.
De mobiele provider Odido biedt sinds kort voor 25 euro per maand thuisinternet aan. Dit werkt met een 5G-router, die het internet uit de lucht plukt zoals een mobieltje dat doet – en dus niet via glasvezel of een andere bekabelde verbinding.
Als een 5G-router ‘supersnel’ internet kan leveren, waarom is dan bijna elke straat in Nederland de afgelopen jaren omgeploegd om glasvezelkabels in te graven? Wat betekent een maximum internetsnelheid van ‘300 Mbit/s’? Wat heb je nodig om ongestoord series te kijken? Vier tips.
In 2004 beleefde het Brabanse Nuenen de primeur met het eerste glasvezelnetwerk van Nederland. Eind 2026 moet heel het land van glasvezel zijn voorzien, op tienduizend huizen na die door hun ligging de investering kennelijk niet waard zijn. Dit nieuwe netwerk vervangt het koper- en kabelinternet dat er sinds de jaren negentig ligt.
Internet via de kabel werkt door het verzenden van stroomsignalen. Bij glasvezel worden lichtsignalen door haardunne vezels gejaagd. Dit proces verbruikt minder energie, is sneller en heeft minder last van storingen. In internetjargon wordt snelheid vaak aangeduid met ‘bandbreedte’: hiermee wordt gemeten hoeveel data tegelijkertijd via een internetverbinding verstuurd en ontvangen kan worden. Dit wordt gemeten in megabit per seconde, ofwel Mbit/s. Daar komen we zo op terug.
Bij traditioneel kabelinternet wordt de snelheid lager als je ver van de wijkkast woont waarop de huizen in de buurt zijn aangesloten. Hier haal je de maximumsnelheden waarmee providers adverteren doorgaans niet. Glasvezel heeft hier geen last van, dus dat kan in het buitengebied een flinke verbetering ten opzichte van de kabel opleveren.
Met het oog op de toekomst, waarbij we met nóg meer internetslurpende apparaten in huis meer bandbreedte nodig hebben, is glasvezel de enige mogelijkheid om de maximumsnelheid verder op te krikken.
De telecommonitor van toezichthouder ACM houdt per kwartaal in de gaten hoe het glasvezelnetwerk vordert, hier is ook per postcode de beschikbaarheid te zien. In sommige gebieden ligt er nog niks – bijvoorbeeld in de grote steden: hier is het openbreken van de straat duurder en lastiger.
Andere adressen hebben zelfs twéé glasvezelkabels om uit te kiezen. Een vergelijkingssite als die van de Consumentenbond laat per adres de opties zien. Providers bieden deze mogelijkheid ook, maar hebben een duidelijk belang.
Een (vakantie)huis dat niet op de kabel of glasvezel is aangesloten kan via een 5G-router internetten – zo eentje als waarmee Odido pronkt. Het nadeel van deze verbinding is dat het internet vanuit de zendmast dwars door de muur het huis in moet komen, wat zeker in een goed geïsoleerd huis de boel behoorlijk vertraagt. Anderzijds is het relatief goedkoop.
Satellietbedrijf Starlink van Elon Musk biedt nu ook internet in Nederland. Dit gaat via satellieten in de ruimte en komt dus ook op plekken waar geen kabel, glasvezel én mobiel netwerk is. Dat kost wel 50 euro per maand, plus de aanschaf van een schotel van minimaal 350 euro – die je zelf nog moet ophangen – wat relatief duur is voor een snelheid tussen de 100 en 200 Mbit/s.
Providers adverteren met topsnelheden van 1 Gbit/s, waarmee je in een paar minuten een heel seizoen van je favoriete serie kunt downloaden. Maar wat heb je nodig? Tja, dat hangt sterk af van hoeveel mensen er tegelijkertijd het internet gebruiken en wat ze ermee doen. Hoge kwaliteit series kijken of online gamen vergt meer snelheid dan alleen wat e-mails versturen.
Een streamingdienst als HBO Max adviseert een minimale internetsnelheid van zo’n 50 Mbit/s (1 Gbit staat gelijk aan duizend Mbit/s) voor een soepele filmervaring. Aiko Pras, hoogleraar netwerkbeheer aan de Universiteit Twente: ‘Als twee mensen tegelijkertijd kijken moet je dit vervolgens niet precies verdubbelen, maar er nog wat Mbit/s reserve bij optellen. Dan krijg je wel een redelijk beeld.’
Dat een provider een supersnelle maximumsnelheid aanbiedt, betekent niet dat de afnemer die ook krijgt. In een flat met tientallen draadloze routers vlak bij elkaar kunnen de wifisignalen elkaar dwarszitten, waardoor de snelheid afneemt. ‘Moderne routers zoeken zelf naar de beste frequentie, waardoor dat probleem veel kleiner is’, zegt Pras. Investeren in een goede router kan even effectief zijn als een duurder, sneller abonnement.
Moderne routers bieden doorgaans internet via 2,4 GHz en 5 GHz (niet te verwarren met 5G-internet, dat is de mobiele variant). Het belangrijkste verschil is dat 2,4 GHz doorgaans minder snel internet levert, máár: 5 GHz komt weer moeilijker door muren heen. Een gekke knik in de woonkamer kan zo de snelheid van het internet flink vertragen.
Met strategisch geplaatste wifiversterkers vergroot je het bereik, om ook een verdieping hoger van snel internet te voorzien. De klantenservice van je provider moet je met zowel het afstellen van de router als de wifiversterker kunnen helpen, maar voor wie lang in de wacht staat: op YouTube zijn er voor elk merk router en wifiversterker talloze instructievideo’s te vinden.
Tot slot een tip van de chef: providers hebben verlatingsangst. Ze opbellen met de mededeling dat je vertrekt kan zomaar een korting van een paar tientjes opleveren. Wil je écht weg, laat je dan niet afschrikken door aanbieders die het expres moeilijk maken om op te zeggen, bijvoorbeeld door die mogelijkheid alleen via een (slecht bereikbare) klantenservice aan te bieden. Bij een online afgesloten contract is een mailtje sturen óók voldoende.
Beter Leven
In de rubriek Beter Leven beantwoordt de Volkskrant, samen met experts, praktische vragen op het terrein van onder meer gezondheid, geld en duurzaamheid. Zelf een vraag voor deze rubriek? beterleven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant