Het aantal kinderen in noodopvanglocaties blijft toenemen en dat baart kinderrechtenorganisaties zorgen. Door de omstandigheden in deze tijdelijke opvangplekken zakt Nederland eigenlijk door een soort morele ondergrens, vindt het Kinderrechtencollectief. "Het is ronduit schadelijk"
Het aantal kinderen dat in juli dit jaar in een noodopvang zat, is met 65 procent toegenomen ten opzichte van een jaar eerder. In juli 2023 verbleven nog 3.378 kinderen in een noodopvang. In diezelfde maand dit jaar ging het om 5.566 kinderen, meldt het Kinderrechtencollectief op basis van cijfers van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA).
Noodopvanglocaties zijn plekken waar asielzoekers in principe enkele weken of maanden worden opgevangen, hoewel dat ook geregeld langer is. Een groot deel van alle opvangplekken in het land heeft zo'n tijdelijke duur: momenteel gaat het om twee derde van alle opvangplekken die het COA bestiert. Daarnaast zijn er ook nog crisisnoodopvangplekken die gemeenten hebben opgezet.
Dat er zo veel tijdelijke opvangplekken nodig zijn, heeft onder meer te maken met een stokkende doorstroom van statushouders vanuit de asielzoekerscentra. Momenteel wachten nog ruim 19.000 mensen in een opvanglocatie op een woning. Veel gemeenten sprongen bij door extra opvangplekken te regelen, maar dit waren vooral tijdelijke locaties.
Maar voor kinderen is het wonen in een tijdelijke opvanglocatie "ronduit schadelijk", zegt Marc Dullaert. Hij is voorzitter van het Kinderrechtencollectief, waar onder meer de organisaties Defence For Children, Save the Children en Terre des Hommes onder vallen. Het Kinderrechtencollectief heeft het mandaat om aan Verenigde Naties door te geven of Nederland de kinderrechten goed naleeft.
"Kinderen slapen er slecht, het is lawaaierig en onveilig", schetst Dullaert. Op de noodopvanglocaties is sprake van slechte hygiëne, nauwelijks toegang tot een dokter of onderwijs. "De kinderen zitten als het ware opgehokt." Daarbij moeten ze door het tijdelijke karakter van deze opvangplekken vaak verhuizen.
Het is niet de eerste keer dat betrokken organisaties en inspecties hun zorgen hebben geuit. Onder meer de Kinderombudsman en de inspecties wezen vorig jaar al op de "ondermaatse omstandigheden" in de asielopvang.
Eind vorige maand wees de werkgroep Kind in azc, waar naast Defence for Children ook organisaties als Save the Children en VluchtelingenWerk in zitten, het kabinet er nog op dat de rechten van kinderen die in de asielopvang zitten "moeten worden gewaarborgd". In de noodopvang worden die "systematisch geschonden", aldus de organisaties.
Toch blijft het aantal kinderen in de noodopvang toenemen. "Eigenlijk zak je door een soort morele ondergrens", vindt Dullaert. "Alle inspecties hebben het allemaal al gezegd: dit kan niet. Dit heeft ook met menswaardigheid te maken."
Minister Marjolein Faber (Asiel) laat via haar woordvoerder weten dat "de aanhoudende hoge druk op de opvang schrijnende situaties oplevert. Dat is zeker als het om kinderen gaat heel onwenselijk."
Volgens Faber is het uitgangspunt dat er zo min mogelijk kwetsbare personen, en dus ook kinderen, worden opgevangen in de noodopvang. "Maar de realiteit is ook dat we met de druk zoals die nu op de opvang zit, de situatie voor deze kinderen al een hele tijd onvoldoende verbeterd krijgen."
De enige manier om weer ruimte te creëren is volgens de minister het verlagen van de instroom van nieuwe asielzoekers. Maar de maatregelen die het kabinet daarvoor wil nemen, gaan op korte termijn in ieder geval nog niet zorgen voor betere omstandigheden in de asielopvang.
Het Kinderrechtencollectief roept het kabinet dan ook op om voor voldoende structurele opvangplekken te zorgen. Die oproep is extra dringend nu het kabinet van plan is de spreidingswet te schrappen. Juist die wet moest zorgen voor meer structurele opvangplekken. "Dan komt er nog meer druk op deze noodopvang", denkt Dullaert. Hij noemt de situatie bijna niet meer houdbaar. "Er moet ingegrepen worden."
Source: Nu.nl algemeen