Home

Je kunt kijken door de lens van koning David, maar je kunt ook kijken naar levens die nu worden verpulverd

Silwan is een Palestijnse volkswijk ten zuiden van de oude stad, gebouwd op een uitloper van de Olijfberg. Je kunt Silwan bekijken door de lens van hoe het hier drieduizend jaar geleden misschien is geweest, in de tijd van koning David. De Israëlische overheid vindt dat een prachtig perspectief.

Je kunt ook kijken naar de mensen die hier nu wonen. Hun bestaan wordt verpulverd. Abdelkarim Tamimi neemt vakantie om zijn eigen huis te slopen, ‘anders ben ik niet op tijd klaar’. Zelf slopen is goedkoper. Als je wacht op de bulldozer van het leger, dan krijg je de rekening gepresenteerd. Met twee zoontjes en zijn hoogzwangere vrouw trekt Abdelkarim bij zijn vader in. Hoe dit verder moet, weet hij niet.

Daar is Fakhri Abu Diab, een man van aanzien in de buurt, onberispelijk in pak. Hij schakelt moeiteloos tussen Engels, Arabisch en Hebreeuws (‘een beetje Jiddisch spreek ik ook’). In februari verwerkte een oranje bulldozer zijn geboortehuis tot puin. De rekening? Ruim 8.000 euro. Liever betalen dan de bezetter helpen, vindt Fakhri, die nu in een zelfgebouwde hut (‘mijn caravan’) woont.

De wijk is in de greep van het slopen. Ruim twintig andere huizen dreigen in Silwan de komende maanden tegen de vlakte te gaan omdat bouwvergunningen niet op orde zijn. Voor Palestijnen in Oost-Jeruzalem is het vaak onmogelijk om te beschikken over alle officiële onroerendgoedpapieren.

Itamar Ben-Gvir, de ultrarechtse minister van nationale veiligheid in de regering-Netanyahu, heeft de politieke wind mee als het gaat om sloop van Palestijnse huizen. Fakhri wil met omwonenden een protest organiseren, maar helaas. Schreeuwende Israëlische agenten verbieden de samenkomst.

Vanaf het puin van Fakhri’s woning kijk je op een gevel vol Israëlische vlaggen. Kinderen joelen in het Hebreeuws. Bij de beveiligde poort, het oogt hier als een compound, hangt een nostalgisch naambordje. Dit is het Huis van Amanah, gelegen naast het Huis van Tamar en het Huis van Rimon. Het is een hele rij.

‘We mogen niet met de pers praten’, zegt een vriendelijke man met een keppeltje. ‘U kunt contact opnemen met de woordvoerder van de Stad van David.’

De Stad van David, een archeologische opgraving, torent boven Silwan uit. Volgens sommige archeologen – andere betwijfelen dit – stond hier in oudtestamentische tijden het paleis van koning David. Hier ontstond Jeruzalem. Een ondergrondse watertunnel voert naar een tweede opgraving in hartje Silwan. Dit is de Vijver van Silwan, of Siloam, zoals de Bijbel zegt, waar Jezus een blinde weer liet zien.

Archeologie en kolonialisme zijn hier grimmig verweven. De opgravingen worden beheerd door de particuliere stichting Stad van David, gesteund door de Israëlische autoriteiten en gesponsord door internationale weldoeners.

Stad van David opent overal toeristische attracties. Een nieuwe kabelbaan, een kinderboerderij en de langste hangbrug van Israël zijn onschuldig ogende piketpalen rond grond waar de stichting op aast. Sloop van Palestijnse huizen betekent ruimte voor het alsmaar uitdijende Nationale Park van David.

Dat de stichting Israëlische kolonisten huisvest, is naar internationaal recht illegaal. Directeur Internationale Zaken Ze’ev Orenstein wil geen vragen beantwoorden over de activiteiten in Silwan, meldt hij via Whatsapp. ‘We zijn niet geïnteresseerd in discussies over politiek.’

Als je een rondleiding boekt over de opgraving, dan komt Silwan ter sprake. In de Stad van David hebben ze een grapje. Weet je waarom het hier soms stinkt? Dat komt door de ‘Arabieren’ die daar beneden wonen. ‘Die ruimen hun vuilnis niet op.’

De gids is een jonge vrouw, ze doet hier haar vervangende dienstplicht. De Stad van David raakt aan het nationale belang van Israël. Als ik vertel dat ik journalist uit Nederland ben, reageert ze enthousiast. ‘Spreek jij moslimmensen?’ Ze is benieuwd wat de moslimmensen zeggen. Zelf spreekt ze hen niet.

Het is olijvenpluktijd. In het zicht van de hangbrug voor toeristen ontvouwt zich iets van hoop. Om te voorkomen dat radicale kolonisten de Palestijnse boomgaard overlopen, helpen Israëliërs bij het plukken. ‘Juist in deze tijd is het belangrijk om solidariteit te tonen’, zegt Ada Bilu. ‘We zijn allemaal inwoners van Jeruzalem.’

Over de auteur
Ana van Es schrijft de komende weken vanuit Jeruzalem over de gevolgen van 7 oktober, een jaar geleden.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next