Home

Welke plezierdichter en liedjesschrijver kan nog zonder Jaap Bakker, de man achter het Nederlands Rijmwoordenboek?

Woensdag verschijnt de zeventiende druk van het Nederlands Rijmwoordenboek. Cabaretier en tekstdichter Jan Beuving gaat op bezoek bij Jaap Bakker, de onvermoeibare samensteller van het naslagwerk, en voert met hem een heerlijk bezeten gesprek over dubbel-, schrikkel- en dwangrijm.

Een jaar of wat geleden stond ik bij het Italiaanse restaurant in ons dorp op een afhaalmaaltijd te wachten, toen ik om de tijd te doden de kaart bekeek. Op het menu zag ik een saltimbocca staan. Geen gerecht dat ik als vegetariër zou bestellen, maar toch was mijn interesse gewekt. Dat was omdat ik me afvroeg of het woord saltimbocca in het Nederlands Rijmwoordenboek zou staan. Het vormt immers een prachtig paar met mokka (taalkundig althans, of het culinair ook kan, moet Hiske Versprille maar bepalen.)

Het Nederlands Rijmwoordenboek is al sinds 1986 het standaardwerk voor iedere liedschrijver en plezierdichter. Bijna zestigduizend exemplaren werden er verkocht. Mijn editie uit 2008 heeft een stukgelezen rug. Die van Katinka Polderman wordt met ducttape bij elkaar gehouden. ‘Er is maar één bijbel waar feiten in staan, en dat is de rijmbijbel van Jaap Bakker’, aldus Poelifinariowinnaar Peter van Rooijen.

Per kerende post

Bij thuiskomst bladerde ik naar -okka, dat ik tot mijn vreugde niet aantrof. Ik was blij, want nu kon ik Jaap Bakker, de man die al vanaf het begin in zijn eentje dat rijmwoordenboek samenstelt, een mail sturen. Per kerende post kreeg ik antwoord: ‘Dag Jan. Ik kende de saltimbocca wel, maar ik had nog nooit de koppeling met mokka gemaakt. Nu kan ik een nieuw lemma toevoegen! Mijn dag is goed.’

Dit soort contacten met Bakker heb ik vaker. Toen de Nederlandse Kimberley Bos aan een opmars in het skeleton begon, verscheen ook het woord ‘skeletonster’ steeds vaker in het nieuws. In het rijmwoordenboek stond het niet bij -onster. Een gemiste kans, want je kunt bijvoorbeeld rijmen: helaas, de stoere, snelle skeletonster / had een positief urinemonster. Op zo’n moment stuur ik een kort bericht naar Jaap Bakker, die dan antwoordt: ‘Dank je wel, ik heb meteen skeletonster, als ook skeletonner, badmintonner en badmintonster bijgeschreven.’

Meest gehate stijlfiguur

Rijm is een van de elegantste, meest gebruikte, maar ook meest gehate en vaakst mishandelde stijlfiguren van de taal. We doen het allemaal weleens. Als het niet in een gelegenheidslied is voor een jubilaris of bruidspaar, dan toch in elk geval met Sinterklaas.

We horen het voortdurend in radioreclames (vooral het rijmpaar snel/punt nl) en de middenstand maakt er gretig gebruik van. Joops Vis / beste die er is. Door opticien Van Koppen / kijkt u beter uit uw doppen. En ook dit jaar kwam de Oud-Hollandse Gebakkraam weer voorrijden, met achter op de wagen ‘Wat de oliebollenbakker maakt / dat smaakt.’

Rijm is het magnetisme van de taal. Twee woorden die rijmen trekken naar elkaar toe, en je moet ze met kracht uit elkaar halen. Rijm geeft ook het gevoel dat het klopt, wat er staat. Bovendien helpt het om (lied)teksten verstaanbaarder te krijgen – je hersenen weten de klank van het woord al – en rijm maakt, net als metrum, dat je teksten beter kunt onthouden.

Toevallig rijmen

Rijm is onverwacht, omdat het twee woorden aan elkaar kan klinken die inhoudelijk niets met elkaar te maken hebben: lampion/trouwjapon, olympiade/priklimonade of Israël/kinderspel. Ook kan het twee woorden koppelen, die juist bij elkaar lijken te horen en toevallig ook nog rijmen.

Dat kan langs het cliché (Ik hou van jou / ik blijf je trouw), maar echt vakwerk wordt het als de schrijver bij veel minder toegankelijke rijmklanken dat idee kan oproepen. Neem het lied Wat voor weer zou het zijn in Den Haag?, waarin Annie M.G. Schmidt bui, trui en Spui in één couplet laat rijmen – ze lijken gemaakt voor dat lied. En dat terwijl -ui geen ruim bedeelde rijmklank is.

Wat is rijm eigenlijk precies? Twee woorden rijmen als er sprake is van een klankovereenkomst vanaf de laatste beklemtoonde klinker(combinatie) van de woorden. Buis rijmt op huis. Boter op idioter. Tinderen op kinderen. Maar staan rijmt niet op raam, en fijn niet op geheim. De klank is niet exact hetzelfde. Ook rijmt land niet op Volkskrant – de klemtoon ligt immers op Volks. Maar rijmt onesie op vakantie? En navulling op verkaveling? Klinkt zingt hetzelfde als drinkt? Welke woorden zijn onberijmbaar?

Hier en daar een levensles

Over die vragen buigt Jaap Bakker zich. Zijn rijmwoordenboek, waarvan woensdag een geheel herziene editie (zeventiende druk) verschijnt, is een wonder van ordening. Esthetisch geweldig om te zien ook – zetwerk van het hoogste niveau. En met hier en daar een levensles.

In de inleiding buigt de samensteller zich over de vraag of gelijke klanken met en zonder slot-n zuiver op elkaar rijmen. ‘Als Eden u te weinig biedt, zoek dan rustig uw heil in Ede.’ Maar het ambacht van het precieze rijm wordt nog maar weinig beoefend. Het Nederlands is volop terug in de popmuziek, maar vage klankovereenkomsten zijn de mode. Jong ‘rijmt’ op ‘kon’, ‘niets’ op ‘is’. In die leeglopende kerk scharrelt Jaap Bakker rond als een trouwe koster die met toewijding voor het gebouw blijft zorgen.

Wie is deze man, die met de volledigheid van een wiskundige, de precisie van een atoomklok en de onvermoeibaarheid van een verzamelaar zijn leven aan het rijm gegeven heeft?

Met twee mokkataartjes die ik die ochtend heb gekocht, betreed ik de bescheiden etage van Jaap Bakker. Geen opvallende man. Het grote publiek zal één werk van hem kennen: hij schreef de tekst van de Kinderen voor Kinderen-kraker Wakker met een wijsje.

Lang daarvoor al, hij studeerde geneeskunde in Groningen, werd bij het studentencabaret zijn liefde voor het lichte vers en het lied aangewakkerd, en begon hij zelf veel te schrijven. Begin jaren tachtig kreeg hij een opleidingsplek bij neurologie in het AMC in Amsterdam. Een opleiding die hij nooit afmaakte, omdat het rijm aan hem trok.

Hij werd docent aan een opleiding voor paramedici, voor drie dagen in de week, en hield zo vier dagen over voor zijn grote liefde. Zijn bed bevindt zich tussen twee kasten met liedbundels en rijmwoordenboeken. Elf Nederlandse rijmwoordenboeken zijn er verschenen in de loop van de eeuwen – de oudste in 1754. Ze staan hier in de kast. ‘Ik mis er één! Het Algemeen Nederlandsch Rijmwoordenboek van Jan van Droogenbroeck uit 1883. Mocht iemand ervan af willen…’

Wat betekent rijm voor jou?

‘Rijm geeft structuur aan een boodschap. Regels die rijmen hebben samenhang – iets wat rijmt wordt niet gemakkelijk ontkend. Als iets rijmt, weet je bovendien dat het er niet toevallig staat. Natuurlijk bestaat er ook dwangrijm, als een woord alleen omwille van het rijm wordt gebruikt, maar dan is er gewoon geen goede dichter aan het werk.
‘Rijm was heel lang prominent in de poëzie. Een voorwaarde. Eigenlijk tot en met de Tachtigers. Daarna is het steeds minder geworden. Tegenwoordig wordt er bijna geen serieuze poëzie meer geschreven die rijmt. Maar ook in de liedkunst is zuiver rijm steeds zeldzamer.’

Stoort het je als er niet zuiver wordt gerijmd?

‘Ja, beslist! Regels die net niet rijmen hebben een niet-waargemaakte pretentie. Ze doorbreken een verwachtingspatroon. En ik ben allergisch voor schrikkelrijm.’

Schrikkelrijm is een term die Jaap Bakker zelf gemunt heeft. ‘Het heeft zelfs Van Dale gehaald’, zegt hij met kalme trots. Van schrikkelrijm is sprake als een niet-beklemtoonde lettergreep rijmt op een beklemtoonde. Zoals bijvoorbeeld zing op schering, of dag op inslag. Dat was ook een van de grote bezwaren die Bakker had tegen het enige verkrijgbare rijmwoordenboek voordat hij begon: het Prisma Rijmwoordenboek van A.M.C. Ballot-Schim van der Loeff.

De woorden in dat boek waren bovendien niet optimaal geordend, en er zaten ook allemaal onzuivere rijmen in, zoals distel/lispel. Ivo de Wijs en Drs. P hadden in hun rubriek ‘Het Rijmschap’ in Onze Taal al eens opgemerkt dat er geen goed Nederlands rijmwoordenboek voorhanden was, dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld het Engels. Ook Bakker was daar al tegenaan gelopen in zijn eigen praktijk, en had besloten dat hij dit werk wel op zich kon nemen.

Toen hij twee jaar bezig was, vernam hij in een radio-interview dat Ivo de Wijs en Drs. P voornemens waren om een rijmwoordenboek te maken. ‘Toen ik dat hoorde, dacht ik dat ik moest stoppen. Zij waren immers veel bekender. Ik heb toen contact met Ivo gezocht, maar die zei dat de financiering niet rondkwam. Hij was heel blij dat ik het op me wilde nemen en vanaf dat moment hebben we intensief over de indeling gecorrespondeerd.’

Hoe begin je aan zo’n monsterklus, als er niets is?

‘Ken je het retrograde woordenboek? Wacht, ik pak het er even bij.’ Jaap Bakker sloft, niet voor het laatst, naar zijn slaapkamer en komt terug met een groot blauw boek. ‘In dit boek zijn alle woorden alfabetisch gerangschikt, maar dan vanaf de laatste letter van het woord. Het begint dus met woorden die op een a eindigen.
‘Met dit boek in de hand ben ik de rijmuitgangen alfabetisch gaan rangschikken. En dan ontwaakt het verzamelaarsinstinct. Het begon dus met de rijmklank -a. Daarna komt ab, maar het rijmwoordenboek is alfabetisch en fonetisch gerubriceerd, dus eerst komen -aaf, -aag, etc.

‘-Ab wordt fonetisch geschreven als -ap. -Ac wordt -ak, -ad wordt -at, -ae klinkt als -ee en woorden met die uitgang gaan dus naar die rubriek, en dan komt -af. Dan bladerde ik naar de f in het retrograde woordenboek, en ging ik alle woorden die op -af eindigen opschrijven.’

Met de hand?

‘Ja. Pas toen de hele lijst af was, kreeg ik een computer te leen van de uitgeverij. Met daarbij een cursus WordPerfect. Uiteindelijk heb ik er vijf jaar over gedaan om de eerste editie te maken.’

Er moesten veel keuzes bij de rubricering worden gemaakt. Een standaardlemma in het rijmwoordenboek heeft altijd dezelfde opbouw. Ten eerste zijn de woorden op de hoeveelheid lettergrepen geordend. Vaak weet de tekstdichter namelijk hoeveel lettergrepen het nog ontbrekende woord moet hebben.

Vervolgens is per lettergreepcategorie een alfabetisch-fonetische volgorde aangehouden: de drielettergrepige woorden van het lemma -ee beginnen dus met aloë, waarna scarabee en assemblee volgen. Maar ook ‘zachte g’ en ‘hotelier’ tref je in die lijst – dat retrograde woordenboek alleen was dus niet genoeg.

Na de reguliere woorden en woordparen (laatste bij -ee was het zevenlettergrepige perpetuum mobile, maar nu is daar bouwvakkersdecolleté bijgekomen) volgen de rubrieken letters en afkortingen, voornamen, geografische namen (bij veel opties opgedeeld in Nederland en elders), organisaties, overige namen en uitdrukkingen – allemaal weer op aantal lettergrepen gerangschikt.

Nieuw in de zeventiende druk zijn de scheidbare werkwoorden (deelt mee, dingt mee, et cetera), en ieder lemma wordt (indien ze er zijn) afgesloten met een lijst cursief gedrukte woorden waarvan alleen de onbeklemtoonde lettergreep rijmt. Bij -ee vinden we bijvoorbeeld Broadway en dies irae. Je zou denken dat dat juist schrikkelrijm in de hand werkt, maar, zegt Jaap: ‘je kunt met dubbelrijmen veel mooie dingen doen, en bij die woorden zitten soms prachtige paren, zoals schepnet en snapchat.’

Snapchat is een woord dat natuurlijk nog niet in de vorige herziene editie uit 2010 zat. Hoeveel woorden zijn erbij gekomen?

‘Zo’n vijfduizend. Het begint met dit soort briefjes.’ Jaap vist een gele post-it uit de fruitschaal op tafel. ‘Hierop schrijf ik woorden die eventueel toegevoegd kunnen worden, en als het briefje vol is, neem ik ze met potlood over in mijn werkexemplaar.’ Uit een laatje in de salontafel haalt hij een dicht geannoteerde tiende druk. Wie erdoorheen bladert, ziet het monnikenwerk, nee, het levenswerk dat bij het verstrijken van de jaren hoort.

Bij het lemma -ellent is Holland’s Got Talent bijgeschreven. Nieuw is het lemma -elfie. ‘Daar zie je hoe fijn het is dat ik ook allemaal rijmwoordenboeken in andere talen heb. Bij een woord als selfie, dat uit het Engels komt, pak ik het Engels rijmwoordenboek, en vond ik – ik had het kunnen bedenken – orakel van Delphi.’

Tussen -okje en -okke zie ik met enige trots in een rechthoek -okka bijgekrabbeld, met behalve de mokka en saltimbocca ook nog quokka (dier) en Opel Mokka. ‘Ik heb eind vorig jaar een autojaarboek gekocht, en dan ga ik met de hand door het register achterin, en schrijf ik alle automerken op waarvan ik denk dat ze misschien nog niet in het rijmwoordenboek staan. Vervolgens ga ik die lijsten woord voor woord controleren met het werkexemplaar. Dat is wel een koeliewerk.

‘Maar net als de Goede Herder ben ik blij met elk verloren schaapje. Ook koop ik ieder jaar Het aanzien van…, en ook daar loop ik alle registers af, vooral voor de namen van overleden personen. Want vanaf het begin heb ik de stelregel gehanteerd dat alleen overleden personen in de lijst mochten. De dood kan mooie rijmparen opleveren. Zoals het nieuwe lemma -ebbers, waar violist Herman Krebbers nu rijmt op muziekliefhebbers. En dankzij Gert konden Gert en Hermien weer worden verenigd bij -ien.’

Dus toen Drs. P overleed, toch een van je grote voorbeelden, was een van de eerste dingen die je deed…

‘…zijn naam bijschrijven in het werkexemplaar, inderdaad.’

Verdwijnen er ook woorden?

‘Jazeker.’ Jaap pakt het blocnotevel met de geschrapte woorden. ‘Verouderde samentrekkingen als aêm voor adem. De uitdrukking ‘van de verkeerde kant’ heb ik geschrapt, dat zeg je niet meer, en ook een bank als Icesave. En sommige woorden staan op twee plekken, omdat je ze op twee manieren uitspreken kunt. Ik ben blij met de Lidl, want dat rijmt zowel op middel als op riedel. Maar chalet heb ik nu weggehaald bij -et, want de uitspraak met t is echt niet correct.’

Heb je een opvolger?

‘Gemiddeld verschijnt er elke twaalf jaar een herziene editie. Over twaalf jaar ben ik 81 – dat hoop ik nog zelf mee te maken.’

Zeker is dat daar ook weer nieuwe woorden in zullen staan. Een paar maanden geleden mailde ik dat bij het lemma -orzo (corso, torso) de orzo ontbrak – een pastavariant met rijststructuur.

‘De kopij is ingeleverd, maar wellicht kan ik bij de correctie van de drukproef het woord er nog tussen smokkelen. Als rijmenjager is het goed om ook in de supermarkt de ogen open te houden: er zijn allerlei producten en ingrediënten met welluidende namen. Zo ben ik zeer in mijn nopjes met de pasta conchiglie, het enige lexicale woord dat rijmt op Brazilië, Sicilië e.d.’

Helaas, de orzo kwam te laat. Vermoedelijk staat het nu ergens op een post-it. Wel ontvang ik drie dagen later een bericht: ‘Dag Jan. Gisteren heb ik voor het eerst orzo gekookt. Erg lekker, die houden we erin!’

Jaap Bakker: Nederlands Rijmwoordenboek, zeventiende editie. Nijgh & Van Ditmar; 528 pagina’s; € 22,50.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next