Zweden wil als eerste vanaf het Europese continent satellieten lanceren. Vanuit een basis boven de poolcirkel schieten kleine raketten straks de nieuwste generatie kunstmanen omhoog, in te zetten voor surveillance en op het slagveld. ‘Nu moeten we nog langs Elon Musk. Dat wil je als defensie niet.’
is correspondent Scandinavië voor de Volkskrant. Hij woont in Stockholm.
Een foto van de vele schotelantennes tussen de heuvelachtige bossen? Nee, dat zal niet gaan. De reusachtige hangar dan, waar straks raketten vliegklaar worden gemaakt? Helaas, in strijd met het protocol. De mannen in gele hesjes misschien, die werken aan het nieuwe betonnen lanceerplatform? Sorry, tegen de afspraken. ‘Maar fotografeer gerust de modelraket op het gazon daar’, oppert Mattias Forsberg van het Zweedse ruimtevaartbedrijf Swedish Space Corporation (SSC).
Forsberg kijkt er een beetje gegeneerd bij. Er mag meer niet dan wel op Esrange, de streng beveiligde ruimtevaartbasis in het noorden van Zweden, tweehonderd kilometer boven de poolcirkel. Dat komt door dreigingen uit twee verschillende richtingen. Vijandelijke mogendheden kijken graag mee, op zoek naar technologie of zwakke plekken op de basis. Daarnaast willen de Zweden koste wat kost de concurrentie voorblijven.
Nog een jaar en dat moet het hier gebeuren: de eerste satellietlancering vanaf Europese bodem. SSC wil dan samen met een Zuid-Koreaanse raketbouwer een exemplaar in een baan om de aarde te brengen. De competitie komt van de Noren en de Britten, die ook een lancering voorbereiden.
De Europese race markeert de spectaculaire groei van het aantal satellieten in de ruimte. In 2023 kwamen er zo’n 2.600 nieuwe bij, zodat er begin dit jaar ruim negenduizend actieve kunstmanen om de aarde cirkelden. De Verenigde Staten zijn marktleider, vooral door het bedrijf SpaceX van Elon Musk, dat nu jaarlijks duizenden satellieten de ruimte in schiet voor zijn internetnetwerk Starlink.
‘Spaceport Esrange’ werd vorig jaar geopend door EU-chef Ursula von der Leyen. Dat is niet toevallig, want Europa wil met eigen satellieten haar afhankelijkheid van vooral Amerikaanse technologie verminderen. Daarnaast zijn de ruimteantennes belangrijk voor surveillance- en militaire doeleinden, zoals het aansturen van wapens. Niet verwonderlijk dat ook de Navo, waarvan Zweden vorig jaar lid is geworden, enthousiast is.
Toch is het vooral de serene rust die opvalt bij een bezoek aan de Zweedse basis, in 1966 gevestigd om het noorderlicht te onderzoeken. Behalve de mannetjes in het geel die aan de nieuwe lanceerplek werken, is er weinig activiteit. Het zijn vooral de eindeloze bossen in herfstkleuren, zo ver het oog reikt, die de aandacht trekken. Wie raketactie wil, moet geduld hebben, want op Esrange gaan jaarlijks slechts tien tot vijftien projectielen de ruimte in.
Gelukkig is daar Bertrand Bocquet, een Franse technicus, die in zijn werkplaats door de voorraad chemische stoffen gaat. Deze week arriveren tachtig Europese studenten die vanaf een grote gravelplaat een met heliumgas gevulde ballon gaan oplaten.
De studenten gaan onder meer infrasoon geluid (geluid met een lage frequentie) en straling meten in de stratosfeer. ‘Een groep studenten heeft het oplosmiddel acetonitril nodig, maar dat is op, dus ik werk aan een plan B’, zegt Bocquet, wiens broek volhangt met gereedschap.
Zijn werkplaats grenst aan het lanceercentrum, dat van buiten iets weg heeft van een kerktoren, maar dan wel eentje met plaatwerk in plaats van glas-in-lood. Binnen is alles roestbruin, het gevolg van een zuur dat bij elke lancering wordt uitgestoten. Tientallen raketten hebben hier al in de draagconstructie gehangen, als een worst in een barbecuetang.
Bocquet laat een legergroene pijp op een roze draagconstructie zien. De huls, met de kenmerkende hoekige legerteksten erop, komt van een afgedankte grond-luchtraket. Op Esrange komen huls en motor van pas voor wetenschappelijke rakettesten.
Zo waren studenten van de TU Delft hier dit voorjaar om met een raket een alternatieve methode voor gps te testen. De raket ging 82 kilometer de lucht in en viel daarna weer terug richting het onbewoonde gebied rond Esrange, dat ongeveer net zo groot is als Noord-Nederland. Ook daar was Bocquet bij betrokken. ‘We zijn, zeg maar, manusjes-van-alles hier.’
Het faciliteren van wetenschappelijk onderzoek is een van de hoofdtaken van SSC, dat volledig in handen is van de Zweedse staat. Daarnaast verdient het bedrijf geld met zijn antennepark – zowel in Esrange als op bases verspreid over de wereld. Daarmee kan SSC satellieten volgen, bijsturen en de data uitlezen.
Het staatsbedrijf maakt vooralsnog geen winst, maar de satellietlanceringen kunnen de balans wellicht verbeteren. Het idee ontstond een jaar of tien geleden, zegt Esrange-hoofd Lennart Poromaa in zijn kantoor, met op het gazon ervoor uiteraard ook weer een modelraket. ‘De technologische ontwikkeling van satellieten gaat heel snel. Ze maken steeds betere beelden en worden kleiner en lichter. En net als met de iPhone wil iedereen het nieuwste model hebben.’
De nieuwe, lichtere satellieten cirkelen vaak ook in een baan die dichter bij de aarde ligt. Dat betekent dat je voor het vervoer ook lichtere en kleinere raketten kunt gebruiken. Daardoor wordt de satelliet interessant voor kleinere bases als Esrange, die niet is uitgerust voor de grootste raketten en waar beperkende milieu- en geluidseisen gelden – onder meer vanwege de Sámi-herders die het gebied sinds jaar en dag met hun rendieren doorkruisen.
Volgens Poromaa heeft de oorlog in Oekraïne de satelliethonger versterkt. Iedereen wil goede en actuele foto’s van het slagveld. Daarnaast kunnen satellieten drones aansturen, die belangrijk zijn gebleken op het slagveld.
Het Zweedse leger, dat deze zomer zijn eerste ruimtestrategie publiceerde, wil graag eigen satellieten in de ruimte. Twee weken geleden maakte de regering honderd miljoen euro vrij voor de aanschaf ervan, en voor de uitbreiding van Esrange, omdat het van eigen bodem wil lanceren. Poromaa: ‘Op dit moment moeten we nog naar Elon Musk en vragen: kun je ons alsjeblieft helpen? Dat is een situatie die je als defensie niet wilt hebben.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant