Vier herinneringscentra van de Tweede Wereldoorlog zitten in financiële nood en vragen de overheid om meer financiële steun. Eerder deed herinneringscentrum Kamp Westerbork al die oproep.
Het gaat om twee voormalig concentratiekampen in Vught en Amersfoort, het Oranjehotel in Scheveningen (een voormalige strafgevangenis) en het Indisch Herinneringscentrum in Den Haag.
In een brief schrijven de herinneringscentra dat de financiële steun "al jaren knelt" en dat het "onmogelijk is om als organisatie te kunnen blijven ontwikkelen". Het geld dat de organisaties krijgen, zou alleen het behoud en beheer van de locaties dekken.
De centra zien dat de bezoekersaantallen de afgelopen jaren toenemen. Ook de vraag naar educatie over de oorlog, polarisatie en antisemitisme stijgt volgens de organisaties. Bij de locaties kan "met het wegvallen van de eerste generatie oorlogsgetroffenen nergens zo indringend een brug worden geslagen tussen heden en verleden als op deze authentieke plekken van collectief leed", stellen de organisaties.
Vorige week liet herinneringscentrum Kamp Westerbork al weten in geldnood te zitten. Het centrum vroeg het Rijk ook al om hulp, om "een eenmalige grote vernieuwingsslag" te maken. "Alle kosten zijn enorm gestegen. Tegelijkertijd worden we gekort op de subsidies. Het is niet dat we morgen omvallen, maar we moeten nu ingrijpen", stelde het centrum.
Een ruime meerderheid van de Tweede Kamer wil daarom eenmalig 200.000 euro vrijmaken voor Kamp Westerbork. Een woordvoerder van Kamp Westerbork liet aan NU.nl weten dit te zien als "een mooie eerste stap". Het centrum hoopt dat er jaarlijks geld wordt vrijgemaakt.
Source: Nu.nl algemeen