Home

Een zwerfkei op het graf, dus. Daar stapten huisgenoot P. en ik al zo’n stemmig vormgegeven winkel binnen

‘Er moet nu toch eens een steen op mijn moeders graf’, zei huisgenoot P. Zo’n steen mag je niet direct na een begrafenis neerleggen, omdat de grond eerst een paar maanden moet ‘inklinken’; ja, zulke dingen leer je, als je ouders sterven. Maar nu, zowat een jaar na haar dood, werd het toch tijd voor die steen. ‘Een zwerfkei’, had ze ooit gezegd. ‘Ik wil geen poespas op mijn graf. Alleen een zwerfkei.’

Een bescheiden wens. Ik vond het wel een beetje jammer, want zelf ben ik dol op van die protserige belle-époque-graven, met manshoge, snikkende engelen erop, of zo’n dramatisch gevelde marmeren eikenboom, en geknakte stenen lelies op de zerk van een jong aan de tering gestorven baronesje.

Over de auteur
Sylvia Witteman schrijft voor de Volkskrant columns over het dagelijks leven.

Maar goed, een zwerfkei, dus. Daar stapten huisgenoot P. en ik al zo’n stemmig vormgegeven winkel binnen, waar een leeftijdloze man met een gedempte glimlach tussen het natuursteen vroeg of er koffie gebliefd werd; dan weet je dat je voorlopig niet weg kunt.

Zwerfkeien, jazeker, die had hij. En kijk eens aan, daar zag ik al een sympathiek, zachtgrijs exemplaar, een soort menhirtje ter grootte van een kleuter. ‘Laten we die maar doen’, zei ik doortastend, want ik wilde weg uit die memento mori-grot. ‘En dan zo’n bronzen bordje met haar naam erop, en klaar is Kees.’

Maar nee, Kees was nog wel even bezig. Want wilden wij lettertype ‘Garamond’, ‘Weimar’ of toch liever ‘Lucida Italic?’ En wat was de sterfdatum van mevrouw Wijnanda? Helemaal geen schande dat we dat niet uit ons hoofd wisten, troostte de uitbater achter zijn toetsenbord, terwijl wij zwetend door de agenda’s scrolden.

En dan was er de kwestie van die betonnen plaat, tegen het verzakken, en de btw, en de kosten voor de graveur en de designer, en de graafwerkzaamheden ter plekke, en dan dus de steen zelf, die ‘uniek’ was en Arctic dream heette of zoiets. De man tikte het allemaal op en ten slotte mochten wij meekijken op het scherm, naar het totaalbedrag.

‘Denkt u er even rustig over na’, zei de uitbater, na een blik op onze gezichten. ‘Bijna 4 mille voor een zwérfkei?’, brieste ik even later op straat. ‘Als het nou nog een steen met een vaste woon-en verblijfplaats was...’

Hoofdschuddend liepen we het nabijgelegen park Frankendael in, waar we prompt stuitten op een laantje dat aan weerszijden werd omzoomd door: zwerfkeien. Tientallen prachtige, gigantische zwerfkeien. Nou ja, zeg!

Verlekkerd staarden we naar de kostbare stenen, die daar zomaar in het gras lagen. ‘Zullen we vannacht teruggaan, met een kruiwagen?’, fluisterde ik gretig tegen P.

Maar ik wist het antwoord al.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next