Home

Vernieuwingsplan Kamp Westerbork: ‘We moeten veel meer afdwingen dat mensen zich afvragen: waar ben ik?’

Het noodlijdende Kamp Westerbork staat voor een metamorfose. Maar hoe maak je het verleden invoelbaar op een plek waar bijna niets meer herinnert aan de beladen geschiedenis?

is regioverslaggever van de Volkskrant in Noord-Nederland.

Het besef kwam toen ze op een bankje zat aan de rand van het voormalige kampterrein. Een stuk grond van 25 hectare, inmiddels verscholen in de Drentse bossen, met amper sporen van het verleden.

‘Voor mij heeft de leegte betekenis’, zegt Bertien Minco, directeur van Herinneringscentrum Kamp Westerbork. ‘Het symboliseert al die mensen die hier zijn verdwenen.’ Haar eigen grootouders zaten in Kamp Westerbork gevangen, voor ze werden vermoord in Sobibor.

Maar, bedacht Minco ook: voor de meeste bezoekers is diezelfde leegte veel te abstract. ‘Mensen komen hier om een historische plek te ervaren en zien een kale vlakte waar te weinig wordt uitgelegd.’

Een treinwagon die nooit uit Westerbork vertrok. Eén met stalen balken deels gereconstrueerde barak (daar waar er in de oorlogsjaren 110 houten exemplaren van stonden). Het Nationaal Monument Westerbork, ontworpen door kampoverlevende Ralph Prins: een doodlopende spoorlijn met omhoog krullende rails. De tastbare zaken op het voormalige kampterrein zijn op één hand te tellen. Het meest in het oog springen de grote radiotelescopen, die pas eind jaren zestig werden geplaatst.

Voor Minco was duidelijk: ‘We moeten veel meer afdwingen dat mensen stilstaan of afstappen en zich afvragen: waar ben ik?’

Belangrijkste opdracht

Minco (61) trad twee jaar geleden aan in Drenthe. Haar belangrijkste opdracht is het tot wasdom brengen van het vernieuwingsplan voor het museum en het kampterrein, door oud-directeur Dirk Mulder in 2019 ingezet. Plannen voor een nieuw museum zijn er al veel langer. Het huidige is berekend op maximaal 80 duizend bezoekers per jaar. Inmiddels zijn dat er 140 duizend. Groepen scholieren en reguliere bezoekers struikelen regelmatig over elkaar. ‘Er is te weinig ruimte voor educatie, terwijl dat een van onze belangrijkste taken is.’

Een taak die het Herinneringscentrum bovendien bekostigt uit eigen middelen. ‘Maar die zijn niet toereikend’, zegt Minco. ‘We moeten scholen weigeren, vanwege gebrek aan capaciteit.’

Het Herinneringscentrum heeft het financieel zwaar. Voor reguliere bekostiging is het afhankelijk van het ministerie van Volksgezondheid. Dat is zo gegroeid, omdat bij dat departement de regeling voor vervolgingsslachtoffers werd ondergebracht. Per jaar krijgt Westerbork 650 duizend euro. Daarmee kan het Herinneringscentrum net het hoofd boven water houden. Maar de uitgaven lopen de laatste jaren sterk op. Nu dreigen ook nog bezuinigingen en een btw-verhoging. Daarom luidde Westerbork vorige week de noodklok in de Tweede Kamer, die voor de korte termijn met 2 ton over de brug kwam.

Maar voor Minco was duidelijk geworden dat de opdracht omvangrijker is. Hoe maak je het onvoorstelbare voorstelbaar? Dat is volgens Minco de essentie van de beoogde metamorfose. De kale feiten zijn deze: tussen juli 1942 (toen de nazi’s Westerbork overnamen) en september 1944 werden vanuit Westerbork 107 duizend Joden, Roma en Sinti gedeporteerd naar vernietigingskampen in het oosten. Van hen keerden slechts vijfduizend terug.

Pijnlijke herinnering

Westerbork werd in 1939 gebouwd voor uit Duitsland gevluchte Joden, op kosten van de Joodse gemeenschap. Na de oorlog werd het gebruikt als detentiekamp voor verdachte collaborateurs. Vanaf 1950 was het onder de naam Schattenberg twintig jaar lang een woonoord voor Molukkers die naar Nederland waren gekomen. Tijdelijk, aanvankelijk. Tot ze vanaf midden jaren zestig werden gedwongen in de Nederlandse samenleving te integreren en te verhuizen naar reguliere woonwijken.

‘En toen is in 1971 de sloophamer erdoorheen gegaan’, zegt Minco. In die tijd werd heel anders gedacht over het conserveren van erfgoed, helemaal als het beladen was. ‘Men wilde graag een punt zetten. De samenleving, maar overlevenden ook. De herinnering was te pijnlijk.’

Een deel van de barakken werd verkocht als varkensstallen. Het zou tot 1983 duren voordat het huidige museum werd geopend. Dat staat wat verstopt langs de openbare weg tussen Hooghalen en Grolloo. Het voormalige kampterrein ligt drie kilometer verderop in het bos.

Bezoekers

‘Nee, hier werden ze niet vermoord’, zegt een moeder tegen haar zoon, een jaar of 8 oud. Wie op een niet al te warme zomerse dag over het voormalige kampterrein loopt, valt het meteen op: het is niet alleen druk in Westerbork, de bezoekers vormen – anders dan in veel musea – op het oog een redelijke dwarsdoorsnee van de samenleving. De buggy's winnen het in aantal van de rollators.

De gemiddelde bezoeker van het herinneringscentrum heeft een mbo-opleiding, weet directeur Minco. Niet per se wat in jargon ‘museaal publiek’ heet. ‘Zeg: een gezin met twee kinderen, een weekje op vakantie in Drenthe.’ De ene dag gaan ze naar de dierentuin in Emmen of het pretpark in Drouwenerzand, de dag erop naar Westerbork. Zeker een deel van de jongere bezoekers weet weinig tot niets over de oorlog. Minco: ‘Het is fantastisch dat die hier komen, maar het schept wel verplichtingen.’

Het brengt het Herinneringscentrum in een spagaat. Op het kampterrein blijkt hoezeer bezoekers toetrekken naar tastbare zaken, zoals de nagebouwde wachttoren en de deels gerenoveerde barak. Of de treinwagon. Uit een geluidsinstallatie klinken de namen van op deze dag in de geschiedenis uit Westerbork gedeporteerde mensen.

Het brandpunt van de aandacht is het Stenenmonument. In totaal 102 duizend zijn het er, een voor iedereen die uit Westerbork werd afgevoerd om niet meer terug te komen. Samen vormen ze de kaart van Nederland. ‘De Zaanse Schans van de vernietiging’, schamperde het Nieuw Israëlietisch Weekblad toen het monument in 1990 werd gebouwd.

‘In alles wat we hier doen zal dat altijd de vrees zijn’, zegt Minco. ‘Dat we van de Holocaust een attractiepark maken.’ Tegelijkertijd, weet ze: een doorsneebezoeker zou zeggen: herbouw de gesloopte barakken en zet er mensen in gestreepte pyjama’s in. ‘Bij wijze van spreken – ongeacht of gevangenen hier gestreepte pakken droegen. Maar laat ons zien hoe oorlog eruitzag.’

Voor de gek gehouden

Toch kiest het herinneringscentrum er bewust niet voor om iets na te bootsen wat er niet meer is, of nooit is geweest. De reden daarvoor is principieel, zegt Minco. ‘De essentie van dit kamp was dat mensen er voor de gek werden gehouden.’

Het kamp had een goed ziekenhuis, gevangenen kregen genoeg te eten en werden redelijk behandeld. ‘Ze moesten vooral denken: het zal daar wel meevallen in het oosten, want anders zouden ze hier niet zo goed voor ons zorgen.’ Dat allemaal om de transporten ordentelijk te laten verlopen. ‘Dat spel beheersten de nazi’s verschrikkelijk goed. Dus vind ik dat je mensen hier nooit meer voor de gek moet houden en glashelder moet zijn over wat hier echt is en wat niet.’

Echt is in elk geval de foto van haar tante Saar, die Minco uit de kast pakt in haar werkkamer in het museum. ‘Ze heeft hier nog geprobeerd te trouwen. Zo bekeken is dit ook een plek van liefde.’

Verhalen zijn volgens Minco cruciaal om het verleden invoelbaar te maken voor de huidige en toekomstige generaties – ‘historische empathie’ noemt ze het. Zeker in een tijd waarin er nauwelijks nog ooggetuigen zijn en de kennis over het verleden afneemt. Tegelijkertijd zijn persoonlijke verhalen ook particulier, op het risico af dat ze afbreuk doen aan de massaliteit van de vernietiging. ‘Dit is één verhaal. Maar er zijn 102 duizend verhalen. Hoe doe je recht aan al die mensen?’

Fysieke beperking

En dan is er ook nog een fysieke beperking. In een zoektocht naar een moderne, minder moreel belastende invulling werden vanaf de jaren zestig veertien grote schotelantennes geplaatst aan de rand van het voormalige kampterrein. De radiotelescoop die ze samen vormen, speurt naar geluid uit de ruimte.

Enerzijds zijn de schotels een redding voor Westerbork geweest, denkt Minco. ‘Anders was hier zeker een vakantiepark in de bossen gebouwd.’ Tegelijkertijd vereist de astronomische activiteit dat het voormalige kampterrein een ‘stralingsvrije stiltezone’ is. Mobiele telefoons moeten eigenlijk worden uitgeschakeld.

De sereniteit is passend bij de plek, vindt Minco. ‘We kunnen de stilte omarmen.’ Maar het is ook een beperking: een museum bouwen bij het kampterrein is geen optie, en bijvoorbeeld moderne projectietechnieken kunnen niet worden toegepast.

Het schept bovendien letterlijk afstand tussen het museum en het kampterrein. ‘Hemeloor’ is de verbindingsweg gedoopt, waar vroeger het spoor liep voor de treinen richting Auschwitz, Sobibor, Bergen-Belsen en Theresienstadt. Rechtopstaande bielzen langs de asfaltweg verwijzen naar de transporten.

Nu rijdt er elke twintig minuten een bus met bezoekers over de glad geasfalteerde weg, bijna 3 kilometer lang. ‘Hier raken we de mensen kwijt’, denkt Minco. ‘Een inhoudelijke verbinding tussen het museum en het kampterrein ontbreekt.’

Daarom, besefte Minco, had ze een architect nodig. ‘Dit gaat veel meer over het ontwikkelen van een gebied dan over het ontwerpen van een nieuw museumgebouw.’ Daarom benaderde ze architect Francine Houben, creatief directeur van architectenbureau Mecanoo. ‘Ik dacht: zo’n wereldster krijg je nooit. Maar ik kreeg de volgende dag al een reactie: ik kom langs.’

Symboliek

In de auto rijdend over het Hemeloor richting het voormalige kampterrein komt Francine Houben weer tot de conclusie: ‘Er zit geen drama in, geen verhaal. Niemand ziet de symboliek van deze weg.’

Een van de eerste dingen die ze bedacht toen ze de klus twee jaar geleden aanvaardde, was: het spoor moet terug. Niet letterlijk (de suggestie bezoekers met een treintje naar het kampterrein te vervoeren werd snel afgewezen). Maar wel geabstraheerd, als een bielzenspoor van betonnen elementen in het bospad.

Langs het pad moet ook het ritme zichtbaar worden van de 97 transporten vanuit Westerbork, legt tentoonstellingsontwerper Herman Kossmann uit. Rechtopstaande palen zullen de treinen representeren. Daarin worden de namen gegraveerd van de afgevoerde personen. Hoe dichter de palen op elkaar staan, hoe meer deportaties in een bepaalde periode.

Het voornemen is dat bezoekers straks niet meer met de pendelbus over de nieuwe gedenklaan rijden, maar op de fiets of te voet. ‘Dat vertraagt’, denkt Kossmann. Gedacht wordt aan een concept zoals de gratis te gebruiken Witte Fietsen op de Veluwe.

De spoorlijn, zegt Houben, is essentieel voor Westerbork. ‘Eigenlijk van de hele Holocaust.’ Een grote overzichtskaart met het netwerk van spoorlijnen in alle door de nazi’s bezette gebieden moet zichtbaar maken hoe efficiënt de logistiek van vernietiging was.

Hier, in de Drentse bossen, vormt het voormalige treintracé bovendien de overgang tussen de toeristische zone, waarin vooral senioren zich bewegen op hun e-bikes, en het voormalige kampterrein. Terwijl het huidige museum verscholen ligt, moet het nieuwe meer zichtbaar worden aan de doorgaande weg.

In het nieuwe museum komen de tentoonstellingen, de educatieruimten, de bibliotheek en een auditorium voor lezingen. En natuurlijk een café. Houben: ‘Het klinkt misschien plat, maar mensen willen hier ook een appeltaartje eten.’

Verhalen uit het verleden

Houben en Kossmann werkten eerder samen aan opdrachten voor het Maritiem Museum op Texel, het Openluchtmuseum in Arnhem en de Nationale Bibliotheek in Abu Dhabi. Voor Kossmann heeft het Westerborkproject een zeer persoonlijke dimensie: zijn grootouders zaten hier vast, voor ze vermoord werden in Auschwitz. ‘Ik doe dit ook voor hen.’

Houben ziet de relevantie van de herinrichting ook in het heden. ‘We leven in gepolariseerde tijden. De actualiteit creëert een enorme urgentie om verhalen uit het verleden te blijven vertellen.’

Omdat basale kennis vaak ontbreekt, moet straks bij het museum een korte introductiefilm te zien zijn over de historische context. Om bezoekers zoals Kossmann het noemt ‘te laden’. ‘Heel plat gezegd: wat was de Holocaust eigenlijk?’

Commandantswoning

Eenmaal aangekomen op het voormalige kampterrein is de grote blikvanger de voormalige commandantswoning. Het vervallen houten huis is met een glazen kas afgeschermd, vanwege de monumentale status van het bouwwerk. Het wekt bij bezoekers regelmatig onbegrip en ergernis, zegt Houben. ‘Omdat ze niet naar binnen mogen, maar ook omdat het enige wat bewaard is gebleven het huis van de dader is.’

De commandantswoning moet meer de functie krijgen van een tweede entree, voor wie niet het museum bezoekt. Tegelijkertijd moet ook hier straks meer te zien zijn. ‘Nu is het net alsof je oma hier net is vertrokken’, aldus Houben.

Een kijkdoos met videofragmenten moet laten zien hoe het dagelijks leven van kampcommandant Albert Konrad Gemmeker verliep. De geroemde en bekroonde film The Zone of Interest (vijf sterren in de Volkskrant) over Auschwitz-commandant Rudolf Höss is een inspiratiebron.

Decor

Verhalen uit Westerbork zijn er genoeg. De egodocumenten zullen worden ingesproken en kunnen als audio-ontmoetingen met kampbewoners (thematisch) worden gevolgd. ‘Maar verhalen hebben een decor nodig’, zegt Kossmann. ‘Dat maakt ze veel beter voorstelbaar.’

En een decor is de grote open plek in het bos nu nauwelijks. ‘Terwijl dit een kleine stad op de heide was, hartstikke druk!’, zegt Houben. Er stonden ruim honderd barakken, van circa 10 bij 60 meter. Haar idee is om de plattegrond van 1944 weer zichtbaar te maken om een indruk te geven van de schaal. Opnieuw: niet letterlijk, maar figuurlijk, door de plekken waar de bouwwerken stonden in te zaaien met bloemen en kruiden en met systematisch maaien uit te sparen.

Het is een serene en poëtische invulling, denkt Houben. ‘En we zitten hier midden in de natuur, dus het moet ook op een ecologische manier.’ Ook de voormalige wachttorens moeten op een impressionistische manier weer een vorm krijgen. Net als de oude kampgracht. ‘Mensen moeten niet denken: ik ben hier gewoon in een mooi natuurgebied. Dit was wel een gevangenis.’ Het herstellen van de gracht zou bovendien ook nuttig zijn voor de waterhuishouding.

Op tien stenen hoofdlocaties worden thema’s van het kampleven met beeld, geluid en tekst verder uitgediept. Hoe werd hier gewoond en gewerkt? Hoe zag het leven van kinderen er in Westerbork uit, wat gebeurde er in de strafbarak? In deze opzet is ook meer dan nu expliciet ruimte voor de Molukse periode in het kamp.

‘Ik zie het als een verhaal met verschillende laagjes’, zegt Kossmann. Houben noemt het ‘musealisering van de buitenruimte’. ‘We moeten het veel tastbaarder maken dan het nu is.’

Er is al wat geoefend met maaien, vertelt Bertien Minco. De lupines bloeien. Ze is niet bang dat de verbeelding van de barakvelden voor veel scholieren te abstract zal zijn. ‘Onze gidsen blijven gewoon. En die zijn geweldig.’

Geschiedenis Kamp Westerbork

1939-1942 Vluchtelingenkamp voor Duitse Joden.
1942-1945 Doorvoerkamp Tweede Wereldoorlog.
1945-1948 Interneringskamp van collaboratie verdachte Nederlanders.
1949 Militair kamp.
1950-1971 Moluks Woonoord Schattenberg.
1967 Eerste radiotelescoop.
1983 Opening Herinneringscentrum.

Kampoverlevende Eva Weyl:

‘Als je jongeren wilt blijven aanspreken, moet je met de tijd meegaan’

Eva Weyl kwam in 1942 als Joods meisje van 6 jaar met haar ouders in Kamp Westerbork. Ze maakten er op 12 april 1945 de bevrijding mee. Inmiddels is Weyl 89 jaar en verbonden aan het Landelijk Steunpunt Gastsprekers WO II-Heden. ‘Dit jaar was ik nog met twee basisschoolklassen in Westerbork. Ik zei: jullie lopen hier nu vrij rond. Maar ik woonde hier achter prikkeldraad.’

Weyl gaat ook vaak naar Duitsland om lezingen te geven. ‘Ik zie hoe ze het daar aanpakken en hoe belangrijk het is jongeren te blijven aanspreken en voorlichten. Over waarom de Tweede Wereldoorlog nooit vergeten mag worden en waarom die oorlog anders was dan alle andere oorlogen. Niemand is nog verantwoordelijk voor wat er is gebeurd. Maar we zijn wel verantwoordelijk voor het overdragen van kennis.’

Weyl heeft veel voormalige kampen bezocht. Haar overtuiging: ‘Om jongeren te blijven aanspreken, moet je meegaan met de tijd. En dat moet op een moderne manier. Ik stel me bijvoorbeeld voor dat er op de plek waar de school stond zo’n computer komt die je kunt aanraken, en dat je mij dan in een film hoort vertellen hoe het was om in Westerbork naar school te gaan. Er is bijna niks meer over van het kamp. Maar ik ben er nog, en ik kan er nu nog over vertellen.’

Op zoek naar 50 miljoen euro

Het ministerie van Volksgezondheid en de provincie Drenthe hebben de herinrichtingsplannen bekostigd. Minco is helder over wat het grootste obstakel is, nu het concept klaar is: geld. Voor de herinrichting is naar schatting 50 miljoen euro nodig. ‘Een fors bedrag. Daar moeten we de komende tijd naar op zoek.’ Ter vergelijking: het eerder dit jaar geopende Nationaal Holocaustmuseum kostte 30 miljoen euro. Maar, zegt Minco: ‘Wij hebben hier te maken met een enorm terrein en een heel ander publiek.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next