AI-oplossingen kunnen de registratielast in de spreekkamer verminderen, blijkt uit een experiment in Delft. Maar de helft minder, zoals het kabinet wil? ‘Ja, AI levert tijdwinst op, maar echt niet zoveel als het kabinet ervan maakt.’
is zorgverslaggever van de Volkskrant.
Tijdens het lichamelijk onderzoek is er even tijd voor small talk. ‘Gaat u nog op wintersport?’, vraagt reumatoloog Petra Kok aan haar patiënt, terwijl ze de arm van mevrouw Jansen naar achteren probeert te buigen. ‘Zeker’, antwoordt mevrouw, ‘dit jaar eens niet naar Zwitserland, maar naar Gerlos. Ik ben zelfs al wezen oefenen in de skihal verderop.’ En verder gaat het serieuze gesprek, over medicijnen en gewrichtspijn.
Als mevrouw Jansen even later de spreekkamer heeft verlaten, verschijnt onder het kopje sociale anamnese de volgende tekst op het scherm: ‘Patiënt gaat op skivakantie in Gerlos, heeft daarvoor geoefend in de skihal.’ Dat hoeft nou niet in het patiëntendossier, oordeelt Kok, en ze wist de tekst. ‘Dat heeft ie af en toe’, zegt ze vergoelijkend, ‘dan is de samenvatting veel te uitgebreid.’
Kok is één van de eerste medisch specialisten in Nederland die haar consulten laat opnemen en samenvatten door kunstmatige intelligentie (AI). Zodra een consult in haar spreekkamer in het Reinier de Graaf-ziekenhuis in Delft begint, drukt ze op record. Is het gesprek klaar, dan verschijnt binnen enkele seconden een handzame weergave ervan op het scherm.
Er zijn tussenkopjes voor de samenvatting van de klachten, voor de sociale omstandigheden, voor de conclusie en voor de verdere stappen, zoals medicatie of een verwijzing naar een andere specialist. Is Kok – na enkele handmatige aanpassingen – tevreden over het werk van de AI-tool, dan klikt ze op ‘synchroniseren’, en de tekst loopt automatisch het elektronisch patiëntendossier binnen.
Het zal minister Fleur Agema van Volksgezondheid als muziek in de oren klinken. Eén van de zorgdoelstellingen van het nieuwe kabinet is het halveren van de administratieve lasten. Zorgverleners zijn zo’n 40 procent van hun tijd kwijt met administratie, waarvan ze ongeveer de helft als onzinnig beschouwen. Onbestaanbaar, vindt het kabinet, in tijden van grote personeelstekorten. Want: ‘Als we de administratietijd weten te halveren naar zo’n 20 procent van de werktijd, zijn we er voor de komende jaren al.’ Oftewel: dan is het personeelstekort op magische wijze verdwenen.
Nu is Agema niet de eerste minister die de strijd aanbindt met de overbodige registreer-fetisj in de zorg, maar wél de eerste die gebruik kan maken van de ‘revolutionaire mogelijkheden die generatieve kunstmatige intelligentie (AI) in de zorg’ biedt, aldus het regeerprogramma. En daarmee zou het dit keer moeten lukken, denkt Agema.
Zou het echt? Kan AI afrekenen met de grootste frustratie van zorgverleners?
Een jaar geleden las Kok een berichtje in artsenblad Arts & Auto over een nieuwe AI-tool die artsen prettigere spreekuren beloofde. Niet langer hoefden ze op hun scherm te turen, ze konden hun patiënten gewoon blijven aankijken; het programma nam de dossiervoering over.
Kok, als chief medical information officer de it-aanjager van de artsen in het Delftse ziekenhuis, is niet het type dat zo’n berichtje ter kennisgeving aanneemt. Onmiddellijk regelde ze bij de leverancier een aantal proefaccounts.
De avond voor haar eerste proefsessie sliep ze slecht. Ze was gestresst, haar wachtwoord kwijt, zenuwachtig over haar voornemen om tijdens de consultgesprekken ook echt niet mee te typen. ‘Na vier consulten begon ik te ontspannen, ik zag dat de software prima samenvattingen maakte. En na negen consulten was ik om en wilde nooit anders meer.’
Het grootste voordeel, vindt Kok, is dat ze nu opener het gesprek kan voeren, haar blik gericht op de patiënt. ‘Als ik nu een medicijn noem, en zie de patiënt fronsen, dan weet ik dat ik extra uitleg moet geven. Als je in je scherm gekropen zit, zie je dat allemaal niet.’ Bovendien verbetert de inhoud van de patiëntendossiers, denkt Kok. Bij een standaardconsult willen artsen nog wel eens ‘gb’ invullen, ‘geen bijzonderheden’. Nu komt er van elk gesprek een keurige samenvatting.
En ja, het scheelt ook tijd. Een paar minuten per consult, schat Kok. Na elk consult moet zij de AI-teksten controleren en verbeteren, de brieven voor de huisarts klaarzetten, recepten versturen naar de apotheek. Kok blijft verantwoordelijk voor het dossier, dat verandert niet. Dat is maar goed ook, vindt Kok. ‘AI ondersteunt mij, maar ik neem het niet klakkeloos over. Een belangrijke rol van de arts is het netjes bijhouden van het patiëntendossier.’
Dat is mét AI misschien nog wel belangrijker dan ooit, want feilloos is het systeem allerminst. Een patiënt meldt een pijnscore van 6, het programma maakt er 2 van. Een patiënt zegt zes weken profijt te hebben gehad van een injectie, volgens AI had de patiënt zes weken pijn. ‘De tool hallucineert af en toe’, geeft Kok toe.
Maar dat geeft niet, zegt ze. Niet in deze fase althans. ‘Ik ben vooralsnog een van de weinige artsen met een directe koppeling tussen het AI-programma en het patiëntendossier. Dat is maar goed ook, tot vorige week knalde het systeem er steeds uit. Maar ik vind: je moet niet klagen, maar doen. Ik ben een early adopter, en ik wil dat straks iedereen hier mee gaat werken. Dus ik geef elk foutje door, en ben elke dag bezig om het te verbeteren.’ Ze krijgt er geen geld voor, benadrukt Kok, ze doet het vanuit haar ‘zorghart’.
Waar Kok maar gewoon begonnen is, pakt Jessica Workum, intensivecare-arts en AI-specialist in het Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis (ETZ) in Tilburg, het stapsgewijzer aan. Ook in haar ziekenhuis is inmiddels een heel team bezig om AI-oplossingen te implementeren in de dagelijkse werkzaamheden van alle artsen en verpleegkundigen. ‘De realitycheck die ik graag geef: netjes implementeren kost tijd. Een proof of concept is makkelijk. Je gooit tekst door ChatGPT en je denkt ‘wow!’ Maar daarmee heb je nog geen verantwoorde tool die je kan en mag toepassen in de zorg’, zegt Workum. Je moet patiëntveiligheid waarborgen, testen, verbeteren, mensen opleiden. ‘Je moet wel kijken of de software klopt, of ie niet af en toe gaat hallucineren. Dat er nog altijd een zorgverlener het laatste woord heeft, is absoluut niet genoeg.’
Het ETZ gebruikt inmiddels AI om alvast antwoorden op patiëntenvragen klaar te zetten. Artsen gebruiken nu 60 procent van die concepten, al passen ze die ook nog aan. De tijdswinst is daarmee beperkt. Andere toepassingen die het ETZ test of gebruikt: ontslagbrieven opstellen van patiënten, incidentmeldingen automatisch samenvatten, en artsen helpen bij het voorbereiden van hun poliklinisch spreekuur.
Over die toepassing is het regeerprogramma (wederom) lyrisch, mede naar aanleiding van een werkbezoek van Agema aan het ETZ. ‘Een praktijkproef laat zien dat de administratietijd van een consult teruggebracht kan worden van 7 minuten naar minder dan 16 seconden.’ Maar daar heeft Agema de conclusie iets anders geïnterpreteerd dan hoe wij het hebben gepresenteerd, zegt Workum.
Wanneer een medisch specialist een poliklinisch spreekuur heeft, bereidt de specialist dat uiteraard voor: het patiëntendossier van twintig tot dertig patiënten doorspitten, dus dat is best klusje. AI kan daarbij helpen. Vraag de tool een samenvatting van het patiëntendossier te maken, en binnen 16 seconden rolt er een handige synopsis uit, compleet met linkjes naar de bronnen van de samengevatte informatie. Zouden artsen zo’n samenvatting maken, dan zouden zij daar 7 minuten over doen, heeft het ETZ samen met het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) wetenschappelijk onderzocht. ‘Daar komt die uitspraak vandaan: de tijdswinst uit een wetenschappelijke proef, maar dat is natuurlijk geen realistische setting in de praktijk’, nuanceert Workum.
Belangrijke kanttekening: er is bijna geen arts die daadwerkelijk dit soort samenvattingen maakt, de voorbereiding bestaat meestal uit het diagonaal doorlezen van een dossier. Dus ja, zegt Workum, ‘onze artsen die dit hebben getest, geven aan dat zij denken dat hun voorbereidingstijd van 40 naar 20 minuten gaat, en dat is enorme winst, maar ik verwacht niet dat het die mate van tijdwinst oplevert die het kabinet ervan maakt.’
En dan zijn er nog twee belangrijke knelpunten die het bereiken van de halveringsdoelstelling van het kabinet voorlopig onmogelijk maken. Ten eerste: het is een misverstand om te denken dat alle gewonnen tijd onmiddellijk kan worden volgepland met nieuwe patiënten. Workum: ‘Als je nog lang van je zorgmedewerkers gebruik wilt kunnen maken, is het misschien verstandiger om ze eerst van 120 procent naar 100 procent van hun werktijd te laten gaan.’
Dat zegt ook Kok: ‘We zien nu al dertig patiënten op een dag, dan zit je echt wel vol. Er zijn al een heleboel taken voor ons bijgekomen. Met de toename aan digitale middelen, krijgen wij ook meer vragen van patiënten, we zijn een 24/7-supermarkt tegenwoordig. De veerkracht gaat er bij veel zorgverleners uit, dit is een manier om weer veerkracht terug te krijgen.’
Maar belangrijker, het inzetten van AI pakt de fundamentele problemen van de zorg helemaal niet aan, zegt Jet Bussemaker. De oud-minister is voorzitter van de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving, en bracht vorig jaar een invloedrijk rapport uit over het terugdringen van administratieve lasten in de zorg.
Bussemaker is op zich ‘zeer te spreken’ over het voornemen van het kabinet om de lasten met de helft terug te dringen. ‘Als dat Agema lukt, wordt ze een levende legende. En AI kan zeker daaraan bijdragen, maar het is niet de heilige graal.’
Met ‘quick wins en tech fixes’ kom je er niet, zegt Bussemaker. ‘Je moet echt nadenken waar je de administratie en regelgeving op wilt baseren. Als je geen discussie voert over de achterliggende waarden die ten grondslag liggen aan wat zorgverleners moeten verantwoorden, kom je nooit tot een vermindering.’
Wil je echt de helft aan administratieve lasten, dan zul je zorgverleners meer moeten vertrouwen, niet elke handeling van minuut tot minuut willen vastleggen, niet vijf keer per dag pijnscores meten bij patiënten als verpleegkundigen denken dat één keer ook wel volstaat. En dus ook naar een manier van het betalen van de zorg waarbij zorgverzekeraars niet van elke patiënt, van elk medicijn, van elke keer douchen of nachtzorg willen weten of alles wel 100 procent binnen de vergoedingsregels valt.
Bussemaker: ‘Je kan niet én zeggen dat je uitgaat van vertrouwen én de garantie willen dat er nooit iets misgaat. We zullen bereid moeten zijn meer risico te lopen. Die achterliggende discussie moeten we wel voeren. Alle initiatieven en ministers die uitgingen van een technische fix als panacee voor alle problemen bij administratieve lasten hebben niet voor niets hun tanden stukgebeten op dit dossier.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant