Home

Ex-blauwhelmen over oorlog in Libanon: ‘We zijn de luis in de pels van iedereen die daar loopt te schieten en moorden’

Nederlandse veteranen zien een herhaling van oorlogsgeweld in Libanon. Maar de VN-vredesmacht zit er absoluut niet voor niets, vinden ze. Niet alleen monitoren en rapporteren de blauwhelmen alle misstanden: ‘We gaven de bewoners in de dorpen rond de Unifil-posten geborgenheid en veiligheid.’

‘De Israëli’s reden met 60 kilometer per uur door ons roadblock heen, die hadden schijt aan ons’, zegt Peter Jansen (66) uit Tilburg. Hij spreekt over zijn tijd als ‘vredeshandhaver’ namens de VN in Zuid-Libanon begin jaren tachtig van de vorige eeuw.

‘Eén keer kwam er een half-track (militair voertuig met gewone wielen voor en rupsbanden achter, red.), met een mitrailleur voor en een mitrailleur achterop, op onze wegversperring af. Hoor ik zo’n Israëlische soldaat met onvervalste Amsterdamse tongval vanaf dat pantservoertuig naar me roepen: ‘Oprotten jij, ga terug naar je eigen land’.’

Veel overeenkomsten

Jansen is zaterdag in Eindhoven bij een bijeenkomst voor Unifil-veteranen die door de huidige oorlog in Libanon ‘behoefte hebben aan onderling contact’ (aldus de officiële uitnodiging). Unifil (United Nations Interim Force in Lebanon) is de vredesmacht van de Verenigde Naties in het zuiden van Libanon die werd opgericht na de Israëlische aanval op dat land in 1978. Nederland nam van 1979 tot 1985 deel aan de VN-missie. Naar schatting negenduizend Nederlandse militairen hebben in die periode in Zuid-Libanon gediend.

De voormalige blauwhelmen zien in het Eindhovense inloophuis voor veteranen, De Treffer, veel overeenkomsten tussen de huidige oorlogssituatie in Libanon en die van ruim veertig jaar geleden. In 1982 viel Israël het buurland opnieuw binnen, ook toen kwamen de VN-blauwhelmen letterlijk tussen twee vuren te zitten, en was er kritiek op het onduidelijke of zwakke mandaat van de VN-vredesmacht.

Eerder deze maand raakten enkele blauwhelmen gewond bij acties van het Israëlische leger. VN-militairen mogen bij vredesoperaties alleen als uiterste redmiddel geweld gebruiken. De Israëlische premier Benjamin Netanyahu wil dat Unifil helemaal vertrekt uit het gebied. Maar de VN-vredesmacht, bestaande uit ruim tienduizend blauwhelmen (onder wie veel Italiaanse en Franse militairen), weigert dat.

Moedeloos

‘Israël wil geen pottenkijkers bij hun geweldsoperaties in Libanon, die feitelijk schendingen zijn van VN-afspraken’, zegt Jansen. ‘Dat was toen ook al zo. Maar juist daarom moet Unifil absoluut blijven. De blauwhelmen zijn de luis in de pels van iedereen die daar loopt te schieten en te moorden. Misstanden werden door ons gewoon gezien, gemonitord en gerapporteerd.’

Daar is Harold Maessen (61) uit Maasbracht, die als 18-jarige dienstplichtige van januari tot juli 1982 in Libanon diende, het helemaal eens. ‘Alle niet-juiste acties en schendingen op humanitair gebied worden gezien en gemeld door Unifil. Als we er niet meer zijn, dan wordt het een Gaza, vrees ik. Zover is het nu gelukkig nog niet in Zuid-Libanon.’

Beide ex-blauwhelmen worden wel moedeloos van het schier eindeloze geweld in het gebied. Het zijn zulke lieve, aardige en gastvrije mensen die er wonen, vertellen ze. Vorig jaar zijn ze voor het eerst in veertig jaar terug geweest in het gebied, op een terugkeerreis georganiseerd door de stichting Weerzien met Libanon. Ze hadden ook persoonlijke ontmoetingen met Libanese families van toen. ‘Ik heb hen gevraagd: waren jullie toen blij met ons?’, zegt Jansen. ‘Ja, antwoordden ze, want door jullie aanwezigheid was er in ieder geval rust in het dorp.’

Autowrakken

Maessen: ‘Toen Israël in 1982 binnenviel, was de bevolking echt bang dat we zouden verkassen. Ik hoor weleens mensen zeggen dat we er eigenlijk voor Jan Lul hebben gezeten. Dat voel ik absoluut niet zo. We konden de bewoners in de dorpen rond de Unifil-posten geborgenheid en veiligheid geven. We boden ze ook humanitaire hulp en medische hulp, zoals een tandarts of dokter. En werkgelegenheid; we gingen in het dorp naar de winkel of kapper.’ Jansen: ‘Ze gooiden zelfs autowrakken op de weg om te voorkomen dat we weggingen.’

De Tilburger was gelegerd in een VN-post bij het dorp Kafra. ‘Aanvankelijk zaten we daar met veertig man, maar op het eind nog maar met één voertuig en vijf soldaten’, vertelt Jansen. ‘En meteen zag je in het dorp weer pick-uptrucks met een mitrailleur erop rondrijden. Ik heb me nog nooit zo eenzaam gevoeld, en bedreigd. Toen wij zo waren verzwakt, durfden de voorlopers van Hezbollah het dorp weer te betreden en te intimideren.’

De Unifil-soldaten hadden ook als taak om voertuigen op wapens of explosieven te controleren. Maar met de opmars van Israël was dat onbegonnen werk. Ze maakten wel mee dat Israëlische soldaten bij een wegversperring door Unifil de loop van een tank langzaam in hun richting draaiden. ‘Dan was zo’n wegblokkade binnen een paar seconden weggehaald’, aldus Maessen.

Vervelend aanwezig

In het algemeen vond Jansen dat het Israëlische leger ‘vervelend aanwezig’ was in het gebied. ‘Een beetje zoals zesdeklassers op een schoolplein vierdeklassers wegduwen’, zegt hij. Maar de Tilburger heeft ook geen goed woord over voor de handelwijze van Hezbollah en aanverwante organisaties, die ook ‘voortdurend intimideren en bedreigingen uiten in woord en gebaar’.

Maessen vindt dat Israël ook nu wel erg hard te keer gaat. Hij begrijpt dat het land zich bedreigd voelt door Hamas en Hezbollah, en daar iets aan wil en moet doen. ‘Maar dat zoveel gewone Palestijnse burgers door al die zware bombardementen het slachtoffer worden, vind ik heel verdrietig. Ik ging destijds neutraal naar Zuid-Libanon toe in een poging de vrede te bewaken. Maar door al dat geweld ben je uiteindelijk toch geneigd de kant van de kwetsbare burger te kiezen, en Israël te zien als agressor.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next