Van een academische term is ‘gender’ uitgegroeid tot een onderwerp van verhitte discussies, en soms ronduit woede. Filosoof Judith Butler, die de term breed bekendmaakte, ontleedt in Wie is er bang voor gender? de angsten. ‘We genderen continu.’
‘Verbrand de heks!’, roepen demonstranten in São Paulo, terwijl een van hen de pop met roze bikini en een foto van Judith Butlers gezicht in brand steekt. Het is 7 november 2017 en de filosoof en gendertheoreticus, die een conferentie over democratie in de Braziliaanse stad mede organiseert, wordt samen met partner door beveiligers terug naar het vliegveld gebracht.
‘Ze waren bang dat onderwijs over gender hun kinderen zou beïnvloeden’, blikt Butler (68), die in de jaren negentig wereldfaam verwierf met twee academische boeken over gender, terug via een videoverbinding met de Universiteit van Berkeley in Californië. ‘En ik was de belichaming van die dreiging, blijkbaar.’
Eenmaal op het vliegveld blijkt het gevaar niet geweken. ‘Pedofiel!’, schreeuwt een vrouw die haar bagagekarretje op Butler afduwt. Net op tijd springt iemand tussen hen (Butler identificeert zich als non-binair) en de belager, vertelt de academicus.
Wie zijn die woedende mensen? En waar komen hun verwijten vandaan? Die vragen vormden het startpunt voor Butlers boek Wie is er bang voor gender?, dat in mei verscheen in het Nederlands. En met die vragen trekt de filosoof een beerput open.
Want ‘gender’ en onderwijs daarover is in sommige kringen verworden tot een synoniem voor pedofilie, voor de vernietiging van het gezin, de vrouw en de beschaving. Dat spookbeeld komt niet uit de lucht vallen, laat Butler zien, maar wordt aangewakkerd door politici, het Vaticaan en een antigenderlobby.
Zo noemt paus Franciscus gendertheorie ‘het lelijkste gevaar van vandaag de dag’, dat ‘het verschil tussen de seksen en daarmee de menselijkheid’ uitwist. En beweerde Donald Trump vorige maand ten onrechte dat scholen stiekem kinderen naar genderklinieken sturen voor genderbevestigende operaties.
Die retoriek gaat wereldwijd gepaard met het terugdraaien van transgender- en homorechten. In een aantal Amerikaanse staten is het sinds een aantal jaar verboden om op scholen over homoseksualiteit en gender te praten – de staat Florida verbood vorig jaar ook genderbevestigende zorg, zoals geslachtshormonen, voor minderjarigen. En in Oeganda kan iedereen die zich identificeert als lesbisch, homoseksueel, queer of anders dan man of vrouw daar tot tien jaar gevangenisstraf voor krijgen.
Dichter bij huis leeft de angst dat kinderen worden geïndoctrineerd, zoals demonstranten bij een voorleesochtend door dragqueens in Rotterdam vorig jaar betoogden. Of er wordt beweerd dat een kind van 16 door de nieuwe transgenderwet ‘gewoon uit zichzelf kan zeggen: ik ga naar het gemeentehuis en ben in een keer geen jongetje maar een meisje’ – Geert Wilders zei dat in de Tweede Kamer.
Een onjuist beeld van gender, aldus Butler, die wordt beschouwd als een van de grondleggers van het vakgebied. De academicus stelt zich daarom tot doel dit schrikbeeld te ontmantelen, en er een realistisch, aantrekkelijk alternatief van vrijheid tegenover te zetten. Dit weekend is Butler in Nederland en spreekt daarover in de Oude Lutherse Kerk in Amsterdam.
Bij vlagen voelt uw boek als een verdediging. U neemt zelfs de moeite om uit te leggen dat gendertheoretici en de queergemeenschap tegen kindermisbruik zijn.
‘Ik dacht: als ik probeer de angsten te ontleden die op mij en veel andere mensen wereldwijd worden geprojecteerd, kan ik misschien enkele van de irrationele ideeën over gender weerleggen.
‘En ik breek een lans voor kritische reflectie op bijvoorbeeld macht, kolonialisme en huidskleur, en de universiteit als plaats daarvoor. De beweging tegen gender beschuldigt genderstudies en de universiteit namelijk van links dogmatisme. Terwijl: in mijn lessen zijn mensen het zelden met elkaar eens. Er is volop debat.’
Onderwijs over gender en seksualiteit aan kinderen wordt door tegenstanders daarvan ook wel afgedaan als indoctrinatie.
‘Het interessante is: we leren kinderen constant over gender en seksualiteit. Ze stellen vragen, zoals: kan ik met mijn beste vriend trouwen, die toevallig hetzelfde gender heeft? Waarop een ouder misschien zegt: nee, je moet een man, of juist een vrouw vinden. We genderen continu. De vraag is alleen: gebeurt dat nu op een manier die recht doet aan de menselijke complexiteit?’
Veel ouders willen zelf de keuze maken wat ze hun kind vertellen over gender en seksualiteit.
‘Daar heb ik geen problemen mee. Wat mensen thuis doen, is niet mijn zaak. Maar op scholen moet dit bespreekbaar zijn. Niet om mensen te overtuigen van bepaalde opvattingen, maar om hen in staat te stellen de discussie erover te voeren. Zodat ze hun angsten kunnen uiten en misvattingen worden opgeklaard.’
De antigenderbeweging gebruikt een ‘moreel alibi’ om andermans rechten in te perken, schrijft u. Is het echt zo instrumenteel?
‘Een heleboel mensen geloven oprecht dat gender schadelijk is. Omdat dat hun wordt verteld. Maar wie vertelt hun dat? Mijn indruk is dat er autoriteiten zijn, zowel religieus als politiek, die er belang bij hebben om angst aan te wakkeren. Als mensen geloven dat trans personen hen in gevaar brengen, zullen ze zich richten tot de autoriteit die belooft dat gevaar weg te nemen.’
Wat maakt gender zo’n geschikt onderwerp om mensen angst mee in te boezemen?
‘Dat het intiem is. Als jouw regeringsleiders zeggen: ‘Die genderideologen gaan je sekse afpakken. Je zal geen man, vrouw, vader of moeder meer kunnen zeggen’, dan raakt dat aan iets heel persoonlijks. Ik bedoel: hoeveel mensen voelen wel niet dat hun geslachtsaanduiding natuurlijk, juist, permanent is. De meer gestructureerde manieren van intiem leven worden aan het wankelen gebracht.’
Schrijfster J.K. Rowling, die zich geregeld uitspreekt tegen transrechten, schreef in een essay: ‘Als we het concept ‘geslacht’ uitwissen, wordt het voor velen onmogelijk om op een betekenisvolle manier over hun leven te praten.’ In Nederland klinken ook zorgen van feministen over ‘het uitwissen van de vrouw’.
‘In mijn optiek worden vrouwen niet uitgewist. De categorie vrouw wordt alleen uitgebreid om trans vrouwen erin op te nemen. Dat gaat niet ten koste van iemand anders.
‘En de categorie ‘vrouw’ is door de geschiedenis heen altijd veranderd. Vrouwen worden niet langer gedefinieerd als cognitief beperkt of alleen geschikt voor huishoudelijk werk. Dus laten we als feministen vertrouwen op het historisch veranderende karakter van de categorie vrouw.’
De queergemeenschap wordt vaak verweten dat die te fel is of te snel wil gaan. Bijvoorbeeld als het gaat om voornaamwoorden.
‘Vooral mensen van mijn leeftijd struikelen vaak over voornaamwoorden. Soms vind ik dat wel frustrerend. Iemand vraagt je in feite: respecteer me door me op deze manier aan te spreken. Dus als je een respectvolle relatie wilt, doe je wat je kunt om dat te onthouden en je perceptie te veranderen van wie die persoon is en hoe diegene zichzelf ziet.
‘Tegelijkertijd denk ik dat we vergevingsgezind moeten zijn, omdat dit enorme veranderingen zijn voor veel mensen. Dat kost tijd, en mensen maken fouten. Dat betekent niet dat ze transfoob zijn, het betekent gewoon dat ze aan het leren zijn.’
Butler lacht: ‘Ik word zelf nog geregeld gecorrigeerd door mijn eigen zoon.’
Toch niet als u hem aanspreekt?
‘Nee, mijn zoon is duidelijk een hij. Hij is helemaal tevreden met zijn hij-zijn.’
Queer mensen zeggen ook weleens: hoe minder dit thema in de media is, hoe rustiger mijn leven. Toen ik van de zomer schreef over de rel rondom de Algerijnse bokser Imane Khelif, die er tijdens de Olympische Spelen van werd beticht geen vrouw maar een man te zijn, reageerden veel X-gebruikers met haatdragende berichten.
‘Ik denk dat dat te maken heeft met de manier waarop sociale media werken. Door het tempo en de beperkte lengte van berichten is het niet de beste plek voor debat. Op X nemen mensen vooral standpunten in en uiten ze hun emoties. Ze geven geen argumenten, ze bestuderen een probleem niet, zijn niet nieuwsgierig naar een ander standpunt.’
Tegenstanders van gender luisteren niet naar feiten, schrijft u. Het heeft geen zin om uit te leggen dat agressie tegen vrouwen een groot probleem is, maar vrijwel nooit van trans vrouwen in kleedkamers komt. Of dat iemand niet ineens een ander gender kiest. Toch gaat u al die misvattingen een voor een af in het boek. Voor wie heeft u het geschreven?
‘Voor mensen in het midden, die luisteren naar beide partijen en niet weten waar ze staan. In de hoop hen te bereiken. Ik denk niet dat ik de uiterst rechtse mensen ga bereiken. Maar hopelijk wel centrumrechts, centrumlinks. En patriarchale vrienden aan de linkerkant – mensen die gendergerelateerde issues en seksualiteit als bijzaak zien.
‘Er zullen altijd mensen zijn die zeggen dat geslacht natuurlijk en noodzakelijk binair is, en dat seksualiteit heteroseksueel is, en dat het huwelijk de enige vorm is. Ik hoop alleen dat ze ook zullen zeggen: ‘Jij vindt iets anders? Oké, dan verschillen wij daarin.’ Dat ze andermans werkelijkheid niet hoeven te ontkennen of hun rechten moeten inperken om hun eigen werkelijkheid te behouden.’
Waar Simone de Beauvoir ruimte maakte voor het onderscheid tussen het biologische ‘sekse’ en het sociale ‘gender’, stelde Butler in de jaren negentig voor die strikte scheiding te laten varen. Want niet alleen gender, maar ook sekse is deels een sociaal construct, betoogt Butler. Denk aan het feit dat we Nederlandse baby’s bij de geboorte alleen kunnen registreren als man óf vrouw, terwijl zo’n 0,5 procent van de baby’s wordt geboren met geslachtskenmerken die daar tussenin zitten.
Andersom gaan van sekse culturele verwachtingen uit, stelt Butler. Neem de 14-weken-echo die de sekse onthult en waarna de fantasieën over het kind roze of blauw kleuren. De uitspraak ‘Het is een meisje!’ brengt een wereld aan verwachtingen met zich mee, en heeft daarmee invloed op de werkelijkheid, schrijft Butler. Net zoals ‘Ik verklaar u nu tot man en vrouw’ niet alleen een uitspraak is, maar een verandering teweegbrengt.
Dat gegeven – taal die de werkelijkheid verandert – heet performativiteit. Gender is performatief, schreef Butler in de jaren negentig: het is niet iets dat je hebt, maar iets dat je doet. Een reeks handelingen die voortdurend worden herhaald en daardoor een zekere vastheid krijgen. Dat standpunt is vaak verkeerd begrepen. Zo zou Butler de biologie ontkennen en suggereren dat gender nep is, een toneelstukje, of iets dat elk moment kan veranderen.
In reactie op die kritiek schrijft Butler in Wie is er bang voor gender? hoe hen nu naar de verhouding tussen omgeving en genen kijkt: als co-constructief, zoals ook lucht en voeding interacteren met genen en ons als persoon vormen.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant