Zondag starten 22.500 hardlopers aan de marathon van Amsterdam. Hoe verhoudt de najaarswedstrijd in de hoofdstad zich tot die andere grote Nederlandse marathon in Rotterdam?
22.500 marathonlopers slingeren zondag langs het Rijksmuseum, de Amstel en langs het blokkendozerige industrieterrein waar de Volkskrant wordt gemaakt. De marathon in de hoofdstad is de grootste van het land. En door mondiale atletiekbond World Athletics bedeeld met het waardevolste keurmerk: het ‘platinum label’. Maar hoe verhoudt de marathon in Amsterdam zich tot die van Rotterdam?
‘Die vraag krijg ik vaak’, zegt Imo Muller. Hij is atletiekjournalist, podcastmaker, sportmarketeer, maar vooral hardloopfanaat. ‘Ik heb een stuk of zeven keer in Amsterdam gelopen en vijf of zes keer in Rotterdam. Ik vind elke marathon mooi, maar er bestaat een gezonde strijd tussen beide wedstrijden. Ze kijken veel naar elkaar.’
Ze lijken ook veel op elkaar, vindt Anne Luijten, die in 2023 en 2024 in Rotterdam het NK bij de vrouwen won en zich vorig jaar in Amsterdam kwalificeerde voor de Olympische Spelen. Ze zou zondag graag hebben deelgenomen, maar de wedstrijd komt te vroeg na Parijs, waar ze als 50ste eindigde. ‘Qua deelnemersniveau is er geen groot verschil. En voor het parcours geldt dat ze allebei heel snel zijn.’
Over de auteur
Erik van Lakerveld is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft met name over olympische sporten als schaatsen, atletiek en roeien.
Het lastigst in Amsterdam is het begin, met relatief veel bochten en tramrails, obstakels die terug richting het Olympisch Stadion opnieuw de aandacht van de lopers opeisen.
In Rotterdam is de Erasmusbrug en daarna de lus door het Kralingse Bos het zwaarst, vertelt Luijten. Maar in beide steden overheersen de door marathonspecialisten zo geliefde lange rechte wegen.
De parcoursrecords schelen slechts 3 seconden van elkaar: 2.03.36 in Rotterdam en 2.03.39 in Amsterdam. In slechts zes steden is harder gelopen.
Het grootste verschil zit ’m vooral in wat er naast het asfalt gebeurt. ‘Rotterdammers omarmen de marathon echt als een volksfeest’, zegt Luijten. ‘De gemiddelde Amsterdammer vindt het misschien vooral irritant dat de weg is afgesloten. Maar toen ik na twee keer Rotterdam me had ingesteld op minder sfeer in Amsterdam bleek dat toch anders. Amsterdam is ook heel bijzonder.’
In Rotterdam, waar 17 duizend lopers meedoen, is het traditiegetrouw altijd drukker met toeschouwers en muziek langs de kant, maar Amsterdam begint dat gat volgens Muller de laatste tien jaar te dichten. ‘Er komt steeds meer publiek.’
Ondanks het cliché van ‘geen woorden maar daden’ zijn het de Rotterdammers die hun wedstrijd met het motto ‘de mooiste’ hebben getooid. In Amsterdam ontbreekt zo’n zelf gegeven schouderklop en is ‘run your masterpiece’ de zinsnede die lopers moet enthousiasmeren.
De Amsterdamse marathon communiceert via sociale media in het Engels en dat is niet zomaar. Muller: ‘Veel internationale lopers gaan nu eenmaal graag naar een hoofdstad.’ Dat is terug te zien in het Amsterdamse deelnemersveld: meer dan 130 nationaliteiten. Sterker, de meerderheid van de deelnemers is niet-Nederlands. In Rotterdam is dat andersom. Daar zijn meer Nederlandse dan buitenlandse lopers.
Ook als het om de toplopers gaat is er in Amsterdam een iets internationalere blik. Dat blijkt al uit het Platinum Label, waarmee het volgens World Athletics op vergelijkbaar niveau staat als bijvoorbeeld de grote marathons van Berlijn, Chicago, New York en Valencia. Met het label komen eisen over prijzengeld en niveau van het deelnemersveld. Rotterdam staat met het Gold Label één treetje lager.
De argeloze toeschouwer zal dat verschil niet merken. Maar misschien was het wel waarom Luijten zich in Amsterdam met meer egards behandeld voelde. ‘Financieel gezien, en ook om hoe ze met toppers omgaan moet je in Amsterdam zijn.’
Het kan ook te maken hebben met de organisatoren die achter beide marathons zitten. In Rotterdam is dat het Belgische Golazo, een commercieel bedrijf dat ook meerdere wielerevenementen uitbaat. De Amsterdamse wedstrijd is in handen van Le Champion, dat ook in andere sporten actief is, maar als stichting niet bestaat bij gratie van winst.
De deelnamekosten liggen niet ver uiteen. In Amsterdam kostte een startbewijs voor de editie van dit jaar 120 euro. In Rotterdam loonde het om snel in te schrijven voor de marathon van komend voorjaar: de eerste drieduizend inschrijvers betaalden 110 euro, de laatsten 150 euro. Veel tijd om aan te melden was er niet: binnen 2,5 uur waren alle startbewijzen weg.
In internationaal perspectief is dat een koopje. Wie over twee weken in New York wil meedoen, moest als niet-ingezetene van de VS 330 euro neerleggen.
De hoofdstad heeft volgens Muller ‘de magie van het Olympisch Stadion’, de havenstad de volgepakte Coolsingel. Die vrolijke drukte langs de Rotterdamse route is niet zaligmakend en kan ook afleiden. Vorig jaar, toen Luijten in Amsterdam de olympische limiet haalde, genoot ze juist van het gebrek aan publiek langs de Amstel. ‘Ik vond dat heel lekker. Er voer een bootje mee met wat muziek, maar verder was er stilte.’
Rotterdam of Amsterdam? Het is een kwestie van smaak. Of van een voorkeur voor een trainingsseizoen, zegt Muller. ‘Sommige lopers trainen liever als het koud is, in de winter, en lopen hun wedstrijd dan graag in het voorjaar. Anderen gebruiken de zomer graag om te trainen en kiezen voor Amsterdam.’
Wat Luijten betreft is een keuze sowieso niet nodig. ‘De ene is in het voorjaar, de andere in het najaar. Ik zou zeggen: ze zijn allebei dé Nederlandse marathon.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant