De stichting die toeslagenouders wil compenseren met de ‘methode-Laurentien’ ligt opnieuw in de clinch met het ministerie van Financiën. De stichting vindt dat de controledrift van het ministerie haar het werken onmogelijk maakt en sluit een gang naar de rechter niet uit.
‘Stichting (Gelijk)waardig Herstel luidt de noodklok’, staat er boven de brief die SGH woensdag opstelde en een dag later naar het ministerie van Financiën verstuurde. De stichting, waarvan prinses Laurentien tot voor kort de voorzitter was, haalt daarin hard uit naar het ministerie en – indirect – ook naar verantwoordelijk staatssecretaris Nora Achahbar (Toeslagen, NSC).
De stichting heeft momenteel 2.200 hulpverzoeken in behandeling van ouders die de afhandeling van hun schadeclaim aan SGH toevertrouwen. De verwerking van die aanvragen is volgens de stichting volledig tot stilstand gekomen, nadat Achahbar in juli de voorwaarden voor de SGH-aanpak aanscherpte. Het ministerie controleert sindsdien alle schadeberekeningen die SGH opstelt, en vraagt daarbij om meer bewijsstukken dan voorheen. Dat werkt enorm vertragend, aldus SGH.
Alles over politiek vindt u hier.
Ouders kunnen lang niet altijd met documenten staven dat ze hun baan verloren, hun huis moesten verkopen of met hun opleiding zijn gestopt als gevolg van de terugvordering van kinderopvangtoeslagen. Het ministerie wil voor dit soort schade bewijzen zien, voordat het akkoord gaat met de door SGH gemaakte berekening. SGH vindt dit onredelijk, omdat zulk bewijs na tien of vijftien jaar vaak niet meer voorhanden zou zijn.
Dit wantrouwen jegens de gedupeerden rijt bovendien oude wonden open, meent de stichting. De oorsprong van het schandaal ligt immers in het feit dat de overheid de slachtoffers ten onrechte van fraude verdacht. ‘Er wordt sluitend bewijs gevraagd dat niet geleverd kan worden. Bonnetjes worden wederom boven alles geplaatst’, klaagt de stichting in haar boze brief.
Advocaat Gerd van Atten, mede-oprichter van SGH, wil dat het ministerie zich soepeler opstelt. Zo niet, dan overweegt de stichting namens de gedupeerde ouders een massaclaim bij de rechter in te dienen. Naar aanleiding van de boze brief voert Achahbar aanstaande week een gesprek met de stichting. Daarvoor wil het ministerie niet inhoudelijk reageren op de klacht en de dreiging met een rechtszaak.
Omdat nu over elke schadeberekening die SGH bij het ministerie indient discussie ontstaat, is het tempo er helemaal uit. Prinses Laurentien riep de stichting juist in het leven om de compleet vastgelopen hersteloperatie voor de bijna 40 duizend gedupeerden van het toeslagenschandaal vlot te trekken.
Zij bedacht een alternatieve methode om de (im)materiële schade te berekenen: de ouder vertelt in eigen woorden welk leed het toeslagenschandaal hem of haar heeft berokkend. Voor elke genoemde ‘schadepost’ krijgt het slachtoffer een vast bedrag aan smartengeld toegekend. Mogelijke schadeposten zijn onder andere schulden, ziekte door stress, relatiebreuken, baanverlies, loonbeslag en huisuitzettingen.
Ouders waren in de proefperiode erg tevreden over de SGH-aanpak. De stichting ging principieel uit van goed vertrouwen en vroeg de ouders om minder bewijsstukken dan de onafhankelijke bezwaarcommissie die de overheid had ingesteld, de Commissie Werkelijke Schade (CWS). De stichting kende ouders in het proeftraject gemiddeld 128 duizend euro schadevergoeding toe, bijna drie keer zoveel als de CWS.
Vanwege die hoge schadevergoedingen trokken ambtenaren van Financiën in mei anoniem aan de bel: de totaalkosten van de hersteloperatie konden daardoor oplopen tot wel 14 miljard euro. Dat was 5 tot 7 miljard euro meer dan waar het kabinet toen vanuit ging.
Een interne evaluatie wees uit dat de SGH ouders erg ruimhartig compenseerde, en soms ook voor tegenslagen die niets met het toeslagenschandaal te maken hadden. Het kabinet besloot daarom, met instemming van de Tweede Kamer, dat de stichting haar goede werk alleen mocht voortzetten als de toekenningsvoorwaarden strenger zouden worden.
Prinses Laurentien wilde zich niet bij deze restricties neerleggen en maakte dat luid en duidelijk kenbaar. Als lid van het Koninklijk Huis was haar politieke stellingname controversieel. In augustus trad ze daarom af als voorzitter.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant