Twee jaar na onthullingen over misstanden in jeugddorp De Glind hebben onderzoekers nog altijd niet gesproken met slachtoffers. De onderzoekers vertrouwen er niet op dat zorginstelling Pluryn iets met hun aanbevelingen zal doen, vertellen ze aan de Volkskrant.
is regioverslaggever van de Volkskrant in Oost-Nederland.
In het centrum van jeugddorp De Glind staat een oude put. Tussen de bakstenen is een beeltenis ingemetseld van dominee R.J.W. Rudolph, de stichter van het Gelderse jeugddorp waar al sinds 1914 uit huis geplaatste jongeren worden ondergebracht bij gezinnen. Het monument mag een rudiment uit een ver verleden zijn, voor oud-bewoner Ada Ritzer (47) heeft de dichtgemetselde put nog altijd symbolische waarde.
‘En niet op een goede manier’, zegt de vrouw die in de jaren tachtig als pleegkind in De Glind woonde. ‘We hebben een appgroep, met oud-bewoners die in het jeugddorp nare dingen hebben meegemaakt, ernaar vernoemd. De Doofput.’
Twee jaar geleden kwamen over De Glind misstanden aan het licht. Tientallen slachtoffers en omstanders traden bij Omroep Gelderland naar voren met verhalen over geestelijk, fysiek en seksueel misbruik door met name pleegouders. Er werden Kamervragen gesteld, de staatssecretaris wilde ‘de onderste steen boven’ en de huidige zorgverleners in het dorp kondigden onderzoeken aan. Maar twee jaar later voelen veel oud-bewoners zich nog altijd niet gehoord.
Zij krijgen bijval van de twee onderzoekers die na de onthullingen zijn ingeschakeld om de ervaringen van oud-Glindbewoners vast te leggen. Nog altijd hebben zij de verhalen van slachtoffers niet opgetekend. Vorige maand lieten zij in gesprekken met de Volkskrant weten niet genoeg vertrouwen te hebben dat hun opdrachtgever – Pluryn, de grootste zorginstelling in De Glind – echt iets gaat doen met hun bevindingen.
Tot die conclusie kwamen ze nadat zij van Pluryn geen volledige inzage hadden gekregen in een archiefonderzoek naar de misstanden, dat naar hun oordeel ook niet deugdelijk is uitgevoerd en te beperkt was opgezet. Dit maakt het in hun ogen onverantwoord om met slachtoffers over hun trauma’s te spreken.
‘Het is een ethisch dilemma’, zegt hoofdonderzoeker Annemiek Harder, bijzonder hoogleraar aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Ze doet het ervaringsonderzoek samen met Marlene van Steensel, vanuit stichting Be4You2 gespecialiseerd in slachtofferonderzoek. ‘Als we het niet doen, komen de verhalen niet naar boven. Maar als we het wel doen en het leidt tot niets, zal dit alleen maar nieuwe pijn veroorzaken.’
Als de casus-De Glind iets laat zien, dan is het hoe ingewikkeld de route naar genoegdoening is voor slachtoffers van misbruik. Een weg van gebroken beloften, tegenstrijdige verwachtingen en gemiste kansen. En dat er soms media-aandacht nodig is voordat er iets gebeurt. Zoals in 2022, maar ook nu.
Aanvankelijk wil Pluryn, een van de grotere instellingen voor complexere zorgvragen, niet met de Volkskrant in gesprek over De Glind. Maar als uit de schriftelijke vragen aan de zorginstelling blijkt dat de onderzoekers zich in de krant kritisch gaan uitlaten, ontvangt directievoorzitter Eddy van Doorn afgelopen week dan toch in het statige directiekantoor van Pluryn in het Gelderse Oosterbeek.
Tijdens het gesprek blijkt ook dat Pluryn, sinds deze krant met betrokkenen sprak, stappen heeft genomen waardoor het vertrouwen van de onderzoekers iets is teruggewonnen. Maar de relatie blijft broos. De onderzoekers geven het voordeel van de twijfel en laten weten vooralsnog door te gaan, de klankbordgroep met oud-bewoners blijft ook na toezegging van een gesprek sceptisch over Pluryns opstelling.
Tegenwoordig is De Glind een ‘gewoon dorp met jeugdzorg’. Wie erdoor rijdt, komt na het blauwe bebouwdekombord langs een school, kerk, een kinderboerderij en een pannenkoekenhuis.
Op het oog een plaatsje als ieder ander, maar toch kent het dorp, behorend tot de gemeente Barneveld, geen gelijke in Nederland. Omdat een op de vijf inwoners pleegkind is.
Dominee Roelof Jan Willem Rudolph (1862-1914) was ‘een vriend van de armen en verdrukten’. Na studieperioden in Utrecht en Amsterdam maakte hij naam als voorman van de gereformeerde kerk in Leiden.
In de grote steden zag hij kinderen naar wie niemand omkeek. Zijn vrouw en hij waren kinderloos en adopteerden twee jongens, die beiden hun moeder ‘in de allereerste dagen der jeugd’ hadden moeten missen.
Maar Rudolph wilde zich over meer jongeren ontfermen dan in zijn eigen huis mogelijk was. In 1911 kocht de dominee landbouwgrond in Gelderland. Boeren konden zich daar in De Glind vestigen als zij pleegkinderen zouden opnemen in hun gezinnen. Wat ook gebeurde vanaf 1914 – tevens sterfjaar van Rudolph.
Na zijn dood zette de Rudolphstichting zijn werk voort, en veranderde de opzet na verloop van jaren naar de situatie van de afgelopen decennia: een dorp van circa 700 inwoners waar nu 125 pleegkinderen worden opgevangen in 25 gezinshuizen – woningen waar ouders behalve hun eigen, ook uit huis geplaatste kinderen opvoeden.
In 1994 nam wat nu Pluryn heet de zorgtaken over van de Rudolphstichting; van pedagogische begeleiding van de jongeren tot psychische hulpverlening. De Rudolphstichting is alleen nog eigenaar van het vastgoed en voorzieningen in het dorp.
Wat voor misstanden zich in De Glind hebben afgespeeld, werd langzaamaan duidelijk na 2019. Veel verhalen kwamen toen los door de studie Onvoldoende beschermd – Geweld in de Nederlandse jeugdzorg van 1945 tot heden. Uit dat onderzoek, onder leiding van hoogleraar pedagogiek Micha de Winter, bleek dat na de Tweede Wereldoorlog een op de tien kinderen ernstig geweld meemaakte in de jeugdzorg.
Het onderzoek was voor oud-bewoners uit De Glind reden om aan te kloppen bij Pluryn. De directie beloofde hun nader onderzoek, maar het bleef stil. ‘Oud-bewoners zijn naar Omroep Gelderland gestapt in 2022, omdat gesprekken over erkenning en genoegdoening op niets uitliepen’, zegt oud-bewoner Ritzer. ‘Pluryn heeft alle negatieve publiciteit echt aan zichzelf te danken.’
In de naschok werden alsnog de studies opgestart waarover de onderzoekers nu, twee jaar later, sceptisch zijn. Pluryn liet de archieven door een jurist onderzoeken, terwijl Harder en Van Steensel de ervaringsgesprekken zouden voeren met slachtoffers. Maar vooralsnog zijn ze niet verder gekomen dan interviews met omstanders, bewoners of medewerkers die getuige waren.
‘Ons idee was dat het archiefonderzoek en het ervaringsonderzoek samen een totaalbeeld zouden geven van wat er is misgegaan in het verleden’, zegt Erasmus-hoogleraar Harder. ‘Om zo echt te komen tot eerherstel voor slachtoffers en ervan te leren.’
Maar wat verbaast de onderzoekers vorig jaar: Pluryn blijkt het archiefonderzoek geheim te houden en beroept zich daarbij op de privacy van oud-bewoners en medewerkers. Een onnodig voorzichtige opstelling, vinden de onderzoekers, die in hun onafhankelijke rol gewend zijn toegang te krijgen tot gevoelige informatie.
Na een hoop gesteggel tussen juristen van Pluryn en de Erasmus Universiteit krijgen de onderzoekers alsnog het geanonimiseerde verslag te zien. Naar de buitenwereld maakt Pluryn in augustus alleen bekend dat in de archieven 25 namen zijn aangetroffen in relatie tot misstanden. Zo zijn ‘indicaties gevonden voor grensoverschrijdend gedrag, variërend van ernstige zedenzaken, lichamelijke en psychische mishandeling en zorgen over de persoonlijke hygiëne van een kind of een huis’.
In een document gericht aan oud-bewoners, in handen van de Volkskrant, staat het iets concreter: ‘een kind kleineren of uitschelden, fysiek straffen, in een sfeer van angst laten leven of gebruiken voor eigen seksueel gewin’.
Van de ernstige zaken die naar boven kwamen in dit archiefonderzoek is destijds door rechtsvoorgangers van Pluryn aangifte gedaan bij de politie. Maar ‘hoe dit uiteindelijk is afgelopen’ was volgens de jurist die voor Pluryn onderzoek deed ‘niet in alle gevallen te achterhalen’. En: ‘Er zijn geen casussen gevonden waar Pluryn als organisatie nu nog aangifte op kan doen.’
Van Steensel struikelt over dit soort conclusies, omdat ze er geen bewijs voor heeft gezien. De onderzoekers vinden het niet alleen ‘heel jammer dat rondom het archiefonderzoek Pluryn zo weinig transparant heeft gehandeld’, ze hebben ook bezwaren bij de omvang ervan.
De jurist die in opdracht van Pluryn door het archief ging, en daarbij zonder toezicht van een adviescommissie te werk is gegaan, heeft alleen de papieren bestuursarchieven van grofweg 1987 tot 2000 doorgenomen, niet de perioden ervoor en erna. En ook niet de kinddossiers en de digitale archieven.
Het liefst zou Harder zien dat het archiefwerk opnieuw gebeurt, en dan op een wetenschappelijke manier. ‘Als aan de andere kant informatie wordt achtergehouden, of weggemoffeld, blijf ik het onethisch vinden slachtoffers hun verhaal te laten vertellen.’
Pluryn-baas Van Doorn is het ‘pertinent oneens met de beschuldiging’ dat zaken worden weggemoffeld. ‘We hebben ons toegespitst op de periode en meldingen waarover Omroep Gelderland in 2022 berichtte. Anders waren we weer jaren verder.’ Waarmee hij voorbijgaat aan tientallen meldingen van misstanden ná 1987-2000.
Op het verwijt te voorzichtig te werk te gaan, zegt Van Doorn: ‘Je wilt ook geen fouten maken. We willen recht doen aan oud-bewoners die erkenning zoeken en tegelijkertijd de privacy bewaren van mensen die iets uit het verleden hebben afgesloten, en daar niet meer mee geconfronteerd willen worden.’
De archieven kennen na verhuizingen en fusies ook veel gaten en beperkingen, benadrukt Van Doorn. Hij verwacht veel meer van het ervaringsonderzoek, omdat dat geen beperkingen kent; iedereen die wanneer dan ook in De Glind heeft gewoond, kan zijn of haar verhaal doen bij Harder en Van Steensel.
Van Steensel is behalve onderzoeker ook oud-bewoner van De Glind. Als tiener woonde ze er in de jaren zeventig bij een pleeggezin, vanwege gewelddadige uitbarstingen van haar door oorlog getraumatiseerde vader.
Maar zoals voor veel anderen werd De Glind een volgende halte waar ze trauma’s zou oplopen. In Van Steensels geval niet vanwege pleegouders die over de schreef gingen, maar omdat ze last kreeg van gewelddadige ‘gewone kinderen’, wat volgens haar kon plaatsvinden binnen de afgesloten cultuur in het dorp waar pleegkinderen werden gestigmatiseerd.
Van Steensel en andere oud-bewoners, zoals klankbordgroeplid Ritzer, voelden zich tweederangsburger in De Glind. ‘Er was niet alleen een aparte school voor ons, er was ook geen privé’, zegt Van Steensel over de jaren zeventig. ‘Post van pleegkinderen werd gelezen of soms ongelezen in de vuilnisbak gegooid. Velen dachten: ‘We worden vergeten’, terwijl biologische ouders dachten: ‘Waarom sturen ze niets terug?’’
Ze bracht over haar ervaringen vorig jaar de roman de Erfschat uit, waarin ze de beklemmende gereformeerde sfeer schetst in het dorp, waar kerkgang voor pleegkinderen tot ver in de vorige eeuw verplicht was. ‘Zorgmedewerkers woonden destijds ook in het dorp’, zegt ze. ‘Het waren buren, vrienden. In die setting kon (machts)misbruik tegen kinderen jarenlang ongestraft doorgaan.’
Toch werd De Glind lange tijd geprezen. De uitdrukking it takes a village to raise a child werd hier echt in de praktijk gebracht, was een veelgehoorde bejubeling. Terwijl verhalen over misstanden altijd de ronde deden, en soms openlijk werden gedeeld, zoals in de documentaire Ga je voorgoed? uit 1990.
‘Vorig jaar kwam ik terug van vakantie’, zegt een pleegvader in de documentaire over De Glind. ‘Nou, toen werd me verteld dat twee van mijn pleegdochters mij beschuldigd hadden van, zeg maar, ongewenste intimiteiten. Of incest, net hoe je het noemen wilt.’
De vraag of de kinderen misschien echt door hem zijn misbruikt, wordt niet gesteld. In plaats daarvan krijgt de pleegvader de ruimte om te zeggen dat hij destijds wel wat meer steun had verwacht van de directie, want achteraf wist hij van ‘sowieso vijf gevallen op het dorp waar precies hetzelfde mee is gebeurd’.
Suggererend dat zij allen vals waren beschuldigd: ‘Op een gegeven ogenblik krijg je natuurlijk ook dat kinderen van elkaar merken: als ik ergens weg wil, ik hoef dat verhaal maar te vertellen en ik ben weg.’
Het fragment maakt volgens Van Steensel feilloos zichtbaar hoe kinderen in die tijd pertinent niet werden geloofd. Maar de pleegvader werd later wel degelijk ontslagen vanwege meerdere klachten over misbruik.
Het gebeurde in De Glind vaker dat pleegouders op non-actief werden gesteld na aantijgingen, maar omdat niet standaard werd overgegaan tot aangifte door het jeugddorpbestuur konden (vermeende) daders zonder strafblad op andere plekken in aanraking blijven komen met jongeren. Zoals de pleegvader uit de documentaire.
Recenter kwam een man in het nieuws die in de periode 1986-1992 zeker vier pleegkinderen zou hebben misbruikt in De Glind. Hij vertrok vanwege de klachten tegen hem in 1992. Pluryn zegt dat De Glind destijds aangifte heeft gedaan tegen hem, maar hij werkt nu nog altijd als therapeut in de zorg. In augustus deden de vier pleegkinderen zelf aangifte tegen hem.
‘Ze doen dit’, zei hun advocaat in de Volkskrant, ‘om te laten zien dat het nooit te laat is om op te staan en te zeggen: blijf met je fikken van kinderen af’.
De grootste pijn die bij veel oud-bewoners nog steeds doorwerkt, is dat ze niet werden geloofd. Van Steensel: ‘Op het moment dat kinderen uit huis waren geplaatst, bijvoorbeeld na mishandeling, waren ze geen slachtoffers meer, maar kinderen met wie wat was, die een diagnose hadden en logen.’
Voor Ritzer, die niet in detail wil treden over wat ze in De Glind meemaakte, was dat het meest ontwrichtend: ‘Volwassenen die mij als kind moesten beschermen, deden dit niet, en hebben vervolgens verteld dat het niet klopt wat ik had meegemaakt. Daardoor durfde ik niet meer op mijn intuïtie te vertrouwen, wat nog altijd grote impact heeft op mijn leven.’
Over tal van instellingen waar kinderen werden toevertrouwd aan anderen dan hun ouders, kwamen de afgelopen jaren vergelijkbare verhalen naar buiten. De katholieke kloosters van de Goede Herder, de gesloten jeugdzorginstelling Ottho Gerhard Heldringstichting in Zetten. En er was het Vlaardingse meisje, het zwaar mishandelde pleegkind.
Na het rapport-De Winter konden slachtoffers van jeugdzorginstellingen uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven een ‘financiële tegemoetkoming’ van 5.000 euro krijgen. In de ruim 27 duizend meldingen die daar binnenkwamen, werd De Glind 194 keer genoemd, bevestigt het fonds na vragen van de Volkskrant over een hertelling. Tot nu werd uitgegaan van 89 meldingen, maar uit de nieuwste cijfers blijkt dat over de periode na 2000 alleen al 76 meldingen zijn gedaan over De Glind.
Na alles wat ze in het dorp meemaakte, frustreert het Ritzer des te meer dat ze nu nog steeds moet sleuren en trekken voor grondig en transparant onderzoek naar het verleden. ‘In de eerste gesprekken werd ons bijvoorbeeld al snel gevraagd of we met pleegouders van nu wilden spreken’, zegt Ritzer. ‘‘Wat?’, dachten wij. ‘Kunnen we het eerst even hebben over erkenning?’ Zij wilden ons gelijk aan het werk zetten om hun pleegouders beter te maken. Jullie helpen ons niet, dachten wij, laat staan dat jullie begrijpen wat er is gebeurd.’
En zo vindt nog steeds plaats wat De Winter al concludeerde: dat mensen extra worden beschadigd ‘doordat de getroffene geen gehoor kon vinden voor verhalen over geweld’.
Hoe verder? Een dossier als De Glind, daarvan heeft Van Doorn als bestuursvoorzitter van een van Nederlands grootste zorginstellingen geen tweede op zijn bureau liggen. ‘Het is complex, hier zijn geen protocollen voor, maar het heeft allemaal te lang geduurd’, erkent hij. ‘Er is de afgelopen jaren veel misgegaan, dat spijt Pluryn.’
Hij zegt nu alles in het werk te stellen zodat het ervaringsonderzoek in 2025 is afgerond. In nauwere samenspraak met oud-bewoners en onderzoekers, met wie in november een gesprek is gepland om ‘de voortgang van het onderzoek beter te bewaken’.
In De Glind is net als bij andere jeugdzorginstellingen de laatste jaren al veel veranderd. Kon vroeger misbruik lang doorgaan, bij gezinsouders die nagenoeg werden vrijgelaten, tegenwoordig heeft minstens een van hen een zorgdiploma en is er met vertrouwenspersonen en begeleiders een ‘acht-ogenprincipe’. Sinds 2019 doet Pluryn ook jaarlijks verslag aan de inspectie over grensoverschrijdend gedrag.
Maar Van Doorn ziet ook dat met de gesloten structuur van de Glind de ouderwetse jeugdzorgwereld daar langer kon voortbestaan. ‘Wat ik het meest schokkend vind van alle gesprekken die ik voerde’, zegt hij, ‘is dat de mensen die als kinderen aan ons zijn toevertrouwd, nog steeds bang zijn voor represailles als ze hun verhaal vertellen.’
Pluryn en Van Doorn mogen zich hun lot zeggen aan te trekken, een groepje oud-bewoners communiceert geregeld over de grote twijfels die ze daarbij hebben in de ‘Doofput’. Als hij van de appgroep met die naam hoort, zegt Van Doorn gelaten: ‘Ik snap dat er veel wantrouwen naar ons is, te meer na alles wat deze mensen hebben meegemaakt in zorginstanties. Wat wij ook doen, dit kunnen we slechts deels wegnemen. Het enige wat we wel kunnen, is hun verhalen horen en een helpende hand bieden.’
Het blijven voor Ritzer ‘de zoveelste mooie woorden’ vanuit Pluryn. ‘Laat nu eindelijk maar eens zien dat jullie het echt voelen, en het belang van kinderen vooropstellen.’
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant