Home

Na ‘Luister’ heeft Sacha Bronwasser opnieuw een prachtboek geschreven: ‘De lotgevallen’

De lotgevallen is een schitterend uitgegeven verhalenbundel over kunst, die je langer laat kijken en dieper laat lezen. Het is opvallend hoe snel Sacha Bronwasser overtuigende personages kan oproepen.

De mensheid is in tweeën opgedeeld: zij die de bordjes in musea lezen en zij die dat niet doen. Oftewel: de mensen die context nodig hebben om het kunstwerk beter te begrijpen en de mensen die ongehinderd door de feiten hun eigen fantasie vrijuit laten gaan. Hoe komt dat kleine meisje op dat doek? Waar denkt dat portret met rode tulband aan? Wat heeft die grote geschilderde schoenenverzameling te betekenen?

Sacha Bronwasser (1968) doet er een gooi naar in de bundel De lotgevallen, waarin ze zestien verhalen verbindt aan kunstwerken; schilderijen, foto’s, sculpturen, een installatie en nog meer. In het (prachtig uitgegeven!) boek staat een kleurenafbeelding van elk kunstwerk. Over de plek van de afbeelding is nagedacht.

Verrassend

Soms staat die direct aan het begin van het verhaal, zoals bij het eerste, waarin het leven van een klein meisje zich ontvouwt en daarbij generaties overstijgt: ‘Ik pas in het kanten lijfje, in de crinoline, in de hoge broek, ik draag een minirok in precies dat oudroze.’ Maar dan hebben we het bijbehorende schilderij (Portret van een overleden meisje door Johannes Thopas, 1682), waarop een doodstil peutertje met gesloten ogen in een te groot bed ligt, dus al gezien en weten we: dat beschreven leven is er nooit geweest. Het kinderhandje op de rand van het witte laken lijkt zich even naar je uit te strekken.

Andere verhalen lees je vóórdat je te zien krijgt welk kunstwerk erbij hoort. Wie de verleiding van het stiekem vooruitbladeren kan weerstaan, wordt dan verrast: ineens kijkt de jonge vrouw uit het verhaal ‘Kruis’ je recht aan, en wordt ook duidelijk wat haar geheimzinnige opdracht was. De Kouros van Flerio lijkt niets meer dan een oud en grijs beeld, nog omgevallen ook. Maar wie het bekijkt ná het lezen van het verhaal over een dementerende man die zijn verongelukte zoon mist, zal erdoor worden geraakt. Vaak treedt een sterke wisselwerking op tussen verhaal en kunstwerk; je gaat langer kijken en dieper lezen.

Over de auteur
Bo van Houwelingen is literair recensent voor de Volkskrant. Ze schrijft met name over nieuwe Nederlandse fictie.

Bronwassers literaire carrière nam vorig jaar een vlucht nadat haar tweede roman Luister onder lof, sterren en nominaties werd bedolven. Een uitgever wil in zo’n geval het liefst zo snel mogelijk nog iets publiceren, iets dat meegesleurd kan worden in het kielzog van het succes. Vaak wordt dat een ietwat teleurstellende bundel van haastig bij elkaar gescharrelde, eerder verschenen verhalen. Als lezer voel je je dan een beetje bekocht; dit is niet de real deal, een nieuwe roman wil je!

Hoewel ook Bronwassers verhalen eerder zijn gepubliceerd, blijft dat gevoel weg. De stukken in deze bundel zijn niet lukraak bij elkaar gezet, maar vormen een coherent geheel doordat ze steeds op een verrassende manier teruggrijpen naar de beeldende kunst. Bronwassers achtergrond als kunstcriticus, haar goede oog voor detail en haar wat smeuïge manier van vertellen doen de rest.

Veel variatie

Natuurlijk zijn niet alle verhalen even goed. Het verhaal waarin twee influencers een experimentele pigmentbehandeling ondergaan, is hooguit amusant. Het verhaal over de man die zijn jonge vriendin verliest aan wat al te gezellige buren is te nadrukkelijk toegeschreven naar de kunstfoto van een man die een enorme pijl door de duinen sjouwt.

Daartegenover staat een geweldig en origineel verhaal over de foto van de Boulevard du Temple in Parijs, genomen in 1838, om 8 uur ’s ochtends, door Louis Daguerre. Beter bekend als ‘de eerste foto van een levend mens’. Omdat de camera die Daguerre gebruikte een sluitertijd had van bijna vijf minuten, zou je dus, op een bepaalde manier, op de foto moeten kunnen zien wat er die ochtend van 8.00 tot 8.05 uur is gebeurd, daar op die boulevard. Bronwasser maakt dat in elk geval zo aannemelijk dat ik de foto minutieus heb bestudeerd in de hoop het onzichtbare tóch te zien.

Ook sterk is het verhaal over de suppoost Martha, die de hele dag bij een vervreemdende kunstinstallatie moet zitten om ’s avonds thuis te komen bij een invalide moeder, vastgesnoerd op de bank, eindeloos klanken uitstotend – het laat subtiel zien dat het leven in feite óók een vervreemdende kunstinstallatie kan zijn.

Wat opvalt in vrijwel alle verhalen, is dat Bronwasser zo snel overtuigende personages kan oproepen. Zoals beveiliger Atom, die op het punt staat zijn moeder te verlaten, of Kara, die in een verre toekomst voor de fascinerende ‘Associatiedienst’ werkt. En de vrouw die elke eerste van de maand op ‘groene lakleren muiltjes’ en gehuld in een lange mantel een paar honderd meter over de gracht moet lopen. ‘Haar blote enkels glanzen onder de zoom van de pluizige, opgeborstelde jas, een jas die een fortuin heeft gekost en waaronder een mens alleen maar naakt kan zijn.’

Het zijn figuren die je best wat langer zou willen volgen dan de paar bladzijden die het korte verhaal ze toebedeelt. En zo verlangen we alsnog naar een nieuwe roman.

Sacha Bronwasser: De lotgevallen. Ambo Anthos; 224 pagina’s; € 24,95.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next