Terwijl PVV-minister Faber asielzoekers de deur wijst, bewijst nieuw grootschalig onderzoek dat het verstandig is om immigranten juist méér gelijke rechten te geven. Migratie-expert Hein de Haas: ‘De voornaamste zorg van mensen is niet zozeer migratie, maar integratie.’
Als het aan het kabinet-Schoof ligt, behandelt Nederland nieuwkomers zo lang mogelijk als vreemdeling. De lijst van draconische maatregelen in het regeerprogramma is lang. Tekenend zijn het voornemen de permanente verblijfsstatus voor vluchtelingen af te schaffen, gezinshereniging ernstig te beperken en tegelijkertijd naturalisatie te bemoeilijken door de taaleisen te verzwaren én de wachttijd te verdubbelen van vijf tot tien jaar.
Linksom of rechtsom wil minister Marjolein Faber van Asiel en Migratie het door de PVV beloofde ‘strengste asielbeleid ooit’ doordrukken. Dit met beroep op een ‘ervaren asielcrisis’. Deskundigen blijven herhalen dat er geen echte crisis is. Faber blijft vooral een gevoel van dreiging benadrukken.
Nieuw onderzoek legt bovendien het gevaar van deze strategie bloot: wie migranten buitensluit, zal zo’n gevoel van dreiging bij bestaande bewoners alleen maar doen toenemen.
Wij/Zij-maatschappij
Kunnen we nog samenwerken tegen klimaatverandering en oorlog? Wie denkt nog in termen van een algemeen belang? De Volkskrant onderzoekt wat de wetenschap zegt, waar struikelblokken liggen en wat we hiervan kunnen leren. Eerdere afleveringen: volkskrant.nl/WijZij
Angst zaaien is volgens deskundigen een van de voornaamste gereedschappen van de rechtse populist. ‘De populist koppelt dit vaak aan een bedachte of een bestaande crisis’, stelt de Oostenrijkse linguïst Ruth Wodak, die haar internationale standaardwerk over rechts populisme dan ook de titel The Politics of Fear gaf.
‘Crisis’ werd ook bijna synchroon met de opkomst van populist Geert Wilders een soort codewoord voor politici: bestuurssocioloog Mark van Ostaijen berekende dat het gebruik van het woord in het Nederlandse parlement de laatste vijftien jaar vrijwel verdubbelde (24.474 keer) ten opzichte van de optelsom van alle 120 jaren ervoor (12.957 keer). Inclusief twee wereldoorlogen en een Koude Oorlog dus.
Nieuw Amerikaans-Europees onderzoek laat nu zien dat angst en spanningen zelfs afnemen waar immigranten niet minder, maar juist méér gelijke rechten krijgen.
Hoe kan het beter? Zeven inzichten.
Over de auteur
Margriet Oostveen is wetenschapsredacteur van de Volkskrant. Ze schrijft over sociale wetenschappen, geschiedenis en maatschappij. Eerder trok ze tien jaar als columnist door Nederland.Klik hier om een nieuwe paragraaf te starten
Wie noemde het woord ‘asielcrisis’ het eerst in de Nederlandse pers? Volgens onlinearchief Delpher was dat geen politicus, maar de commentator van NRC Handelsblad die op 17 augustus 1990 de mening van de krant verwoordde in het hoofdartikel: ‘Het nationale asielrecht en -beleid van de Europese gemeenschap verkeert in een crisis’, luidt de eerste zin. Even verderop vat de auteur de situatie voor het eerst samen in het woord ‘asielcrisis’.
Aanleiding is het voornemen van Aad Kosto, op dat moment namens de PvdA staatssecretaris van Justitie, om Roemeense asielzoekers bij wijze van proef op te sluiten. NRC voorspelt dat dit plan juridisch geen stand zal houden. Het woord ‘asielcrisis’ slaat die eerste keer dus al meer op bestuurlijk gerommel dan op asielzoekers zelf.
En nu? ‘Er is geen reden tot paniek’, stelt UvA-hoogleraar sociologie en migratie-expert Hein de Haas, die het ontnuchterende boek Hoe migratie echt werkt schreef. De Haas, medeoprichter van het International Migration Institute voor langlopend internationaal migratieonderzoek aan de universiteit van Oxford, concludeert na het duiden van ruim dertig jaar aan onderzoeksdata: ‘Asielmigratie bevindt zich niet op een absolute recordhoogte en neemt ook niet toe in intensiteit. De migratie loopt niet uit de hand.’
De ‘absolute piek aan asielzoekers’ in Nederland ligt ver achter ons, zegt De Haas. Dat was in 1994, toen door de oorlog in Bosnië 52.575 mensen in Nederland asiel aanvroegen. Het jaar met het laagste aantal was 2007, toen er maar 7.435 asielzoekers kwamen. Waarna 2015 weer een piekjaar zou worden met 43.095 asielzoekers, vooral als gevolg van de oorlog in Syrië, tot het aantal weer daalde en na de coronacrisis opnieuw steeg, tot 38.375 in 2023.
Deze cijfers zullen ook weer dalen, voorspelt De Haas. Hij vergelijkt asielcijfers met een pingpongballetje dat voortdurend op en neer stuitert: ‘Daarom moet je altijd een buffercapaciteit in je opvangsysteem inbouwen. Iedere expert is het erover eens dat we hooguit een opvangcrisis hebben, omdat de asielketen veel te snel is afgebouwd na de vorige Syrië-piek. Dit is gewoon een managementprobleem.’
Toch is er wel degelijk reden tot zorg, zegt De Haas: de lasten van migratie komen bij gebrek aan goed ander beleid al jaren te hard neer op mensen met lagere inkomens. Zij merken in hun woonwijken onevenredig vaak dat er te weinig betaalbare woningen zijn. (‘Maar de oorzaak zijn niet asielzoekers, dat is de geliberaliseerde woningmarkt.’) En omdat er te weinig opvang is, merken zij het in hun wijken het eerst als een kleine groep asielzoekers zonder kans op een verblijfsstatus (‘veiligelanders’) en uitgebuite arbeidsmigranten overlast kunnen geven.
Voor wie deze echte problemen wil aanpakken, zijn arbeidsmigranten volgens De Haas stukken relevanter dan asielzoekers. Want ze zijn met veel meer: in Nederland werkten vorig jaar ruim 900 duizend arbeidsmigranten, vaak tegen lage lonen.
De welvarende klasse woont vaak niet in migrantenwijken en ervaart intussen vooral de lusten van deze immigranten: zij kunnen het zich veroorloven hen in te huren als schoonmaker of oppas. Migranten verlenen ook allerlei diensten in horeca en transport (van pakjesbezorger tot taxi) waar de beter verdienenden het meest gebruik van maken. Daardoor kunnen welvarende mensen zelf nog meer werken en stijgt hun loon dankzij migranten uiteindelijk meer dan dat van mensen aan de onderkant van de arbeidsmarkt.
De Haas: ‘Net als in de jaren zestig en zeventig riskeren we een nieuwe onderklasse door deze migranten binnen te halen. Als regeringen serieus meer controle over immigratie willen, dan moeten ze economische hervormingen doorvoeren en arbeidsmarkten strenger reguleren.’
Niet een asielcrisis uitroepen die er niet is, maar zorgen voor passend beleid: duidelijke keuzen maken in de arbeidsmigranten die je wilt toelaten en die dan een fatsoenlijk loon bieden. De arbeidsvraag is volgens De Haas de voornaamste motor van migratie. Want als migratie wereldwijd één gezamenlijk kenmerk heeft, zegt hij, dan is het dat die richting groeiende economieën trekt: daar lokken naast hoogopgeleide expatbanen vooral de slechtbetaalde banen die we zelf niet opvullen.
Toen Hoe migratie echt werkt net een half jaar uit was, voltooiden sociale wetenschappers van acht Amerikaanse en Europese universiteiten een grootschalig onderzoek naar het effect van migratie- en integratiebeleid op inwoners van Amerika en Europa. Dit voorjaar werd het voor iedereen toegankelijk gepubliceerd in Science Advances.
Het geheel bestaat uit drie Amerikaanse experimenten en een grootschalig Europees onderzoek. Daarvoor zijn opvattingen over migratie van bijna een half miljoen Europeanen in dertig landen onderzocht over de afgelopen tien jaar. De onderzoekers inventariseerden ook per land hoe het integratiebeleid voor immigranten er deze jaren uitzag.
Sociaal psycholoog Judit Kende coördineerde het geheel vanuit de Universiteit van Tilburg met de onderzoekers in Amerika, Zwitserland, België en Nederland. ‘Nederlanders reageren vaak verbaasd als ik vertel wat ik doe’, vertelt ze in een kamer op de universiteit. Kende is zelf namelijk Hongaars. En veel Nederlanders die ze spreekt ‘blijken te verwachten dat ik daarom laaggeschoold werk doe’.
Migranten worden inderdaad vaak beschouwd als de bedienden van de oorspronkelijke bevolking, zegt ook Hein de Haas. Terwijl ze allang onmisbaar zijn in Europa en ook in de Nederlandse economie, van landbouw tot industrie, van tuinbouw tot transport.
Beluister ook onze wetenschapspodcast met migratiehoogleraar Hein de Haas. Klik hieronder op play.
De resultaten van het Amerikaans-Europese onderzoek in Science Advances gaan in tegen ongeveer alles wat de huidige angstpolitiek ons voorspiegelt: wie werkelijk wil dat mensen migratie minder als bedreigend ervaren, moet immigranten méér rechten geven, bijvoorbeeld het recht op een langdurige werkvergunning, stemrecht of uitzicht op naturalisatie. Hoe kwamen de onderzoekers tot deze uitkomst?
Allereerst het Amerikaanse deel van het onderzoek: in de drie experimenten kregen respectievelijk 469, 733 en 1.745 witte Amerikaanse proefpersonen in verschillende staten de boodschap dat ‘witte mensen een minderheid worden’ of dat immigranten meer of minder rechten zouden krijgen. Daarna moesten ze vragen beantwoorden.
Die verschillende staten zijn belangrijk, omdat Amerikaanse staten over veel integratiebeleid zelf beslissen, zoals scholing, gezondheidszorg, taalcursussen of een uitkering. Zo was na te gaan of mensen in staten met meer of minder gelijke rechten ('inclusief’ of ‘exclusief’ integratiebeleid) anders aankeken tegen toenemende diversiteit.
Dit bleek vaak het geval. Proefpersonen meldden bijvoorbeeld na de boodschap dat ‘witte mensen een minderheid worden’ 9 procentpunt vaker negatieve emoties wanneer hun staat exclusief beleid had dan wanneer ze uit een staat met inclusief beleid kwamen. Let wel: deze antwoorden zijn gecorrigeerd op leeftijd, geslacht, politieke voorkeur, welvaart, of een staat door Democraten of Republikeinen wordt bestuurd en het percentage witte inwoners.
In het grootschalige Europese deel van het onderzoek inventariseerden Kende en haar collega’s de migratiecijfers en het integratiebeleid in dertig landen tussen 2007 en 2017. Dit beleid wordt bijgehouden in het overzicht Migrant Integration Policy Index. Vervolgens keken ze naar de antwoorden van inwoners van deze landen op vragen over migratie over deze jaren, uit alle zes grootschalige internationale enquêteonderzoeken van Europa: van Eurobarometer tot European Social Survey en de Pew Global Attitudes Survey.
Het gaat dan om dit soort vragen:
‘Maken mensen die hier komen wonen vanuit andere landen van [land van de ondervraagde] een slechtere of een betere plek om te wonen?’
‘Zouden we volgens u meer immigranten moeten toestaan om naar uw land te verhuizen, minder immigranten, of ongeveer evenveel als nu?’
De Science Advances-onderzoekers werkten vanuit een eerder door Britse politicologen bepaald gemiddelde van de antwoorden op deze vragen, voor alle dertig landen afzonderlijk. Daarna maten ze wat er per land met de bestaande antwoorden uit enquêtes gebeurde als de diversiteit in dat land in de loop der jaren toenam. Vervolgens controleerden ze na het vaststellen van een gemiddelde ook het integratiebeleid per land. En of het uitmaakte of dit inclusiever dan wel exclusiever van karakter was. Oftewel: meer- of minder verwelkomend voor migranten.
Ten overvloede: er werd opnieuw gecorrigeerd op andere factoren zoals welvaarts- en werkloosheidscijfers, inkomensongelijkheid en het aantal rechts-radicale zetels in het parlement van ieder land.
Judit Kende: ‘Wat we verwachtten gebeurde precies, en nog veel duidelijker dan we dachten.’ Het onderzoek leidde over de volle breedte tot drie belangrijke bevindingen.
Ten eerste: een blijvend hoge gemiddelde immigratie-instroom leidt op langere termijn tot een positievere houding ten opzichte van migranten. Wisselende immigratiecijfers leiden tot meer gevoelens van dreiging.
Ten tweede: meer inclusief integratiebeleid voor nieuwkomers (alles van taal- en inburgeringstrainingen tot het recht op werken, gezinshereniging, een betere begeleiding op de arbeidsmarkt en zicht op een permanente verblijfsvergunning) leidt tot beduidend meer positieve opvattingen over migranten bij de bestaande bevolking.
Kende vat alle tabellen en berekeningen in deze zin samen: ‘Wanneer het integratiebeleid in een land maar 10 procent beter scoort op inclusiviteit dan het gemiddelde, dan voelen de onderzochte inwoners van dat land zich al ruim 25 procent minder bedreigd door migranten dan wanneer het integratiebeleid 10 procent exclusiever scoort. Dit percentage neemt steeds verder toe naarmate het integratiebeleid inclusiever is.’
Ten derde (en hier schuilt het gevaar van Fabers aanpak): als de instroom van immigranten toeneemt terwijl het integratiebeleid migranten minder rechten geeft en ze strenger gaat buitensluiten, dan wordt de houding ten opzichte van immigranten bij de bestaande bevolking ook steeds negatiever.
Met andere woorden: wat politici zaaien, zullen ze oogsten.
De Nederlandse politicoloog Maarten Vink deed volgens De Haas eerder al belangrijk onderzoek naar de noodzaak van 'inclusief' beleid. Vink bestudeerde via big data gedurende lange tijd het effect van burgerschapswetgeving op de integratie in acht landen, waaronder Nederland, Duitsland, de VS, Canada en vier Scandinavische landen.
Vink onderzocht werk en inkomen van 74.500 migranten die tussen 1999 en 2011 in Nederland woonden: naturalisatie bleek vooral in de jaren vlak voor die naturalisatie ‘een enorme boost’ aan hun inkomsten te geven. Als migranten het gevoel hebben dat ze kunnen blijven, geeft dat de rust om te kunnen investeren in het opbouwen van een nieuw leven, zegt De Haas: ‘Als je dat weer gaat inperken tot een tijdelijke verblijfsvergunning, is dat heel slecht voor de integratie. Dat zogeheten Deense model is een recept voor mislukte integratie.’ Denemarken maakt een permanente verblijfsvergunning voor erkende vluchtelingen pas mogelijk na acht jaar.
De Haas leest op verzoek als ‘externe deskundige’ het onderzoek van Kende in Science Advances en concludeert: ‘Ik vind het sterk dat verschillende methodes uit verschillende regio’s worden gebruikt en dat toch vrij consistent wordt teruggevonden dat ik noem het maar even de politieke context er heel erg toe doet.’
De Haas en Kende wijzen beiden op de bekende ‘contacthypothese’ uit de psychologie en sociale wetenschappen. Deze komt erop neer dat contact en interactie tussen de meerderheids- en de minderheidsgroep op langere termijn er uiteindelijk toe zullen leiden dat de vooroordelen afnemen. Deze hypothese is door tal van studies bevestigd.
Keer op keer blijkt uit onderzoek dat de inwoners van een land immigranten gaan waarderen als ze eenmaal contact hebben via bijvoorbeeld werk of sportclub, stelt De Haas. Hij noemt de meeste mensen ‘afwegers’, die zowel de voors als tegens van immigratie zien. ‘Gewone burgers staan meestal veel nuchterder tegenover immigratiekwesties dan politici.’
Maar, waarschuwt De Haas: die positieve houding ontstaat niet automatisch. Integratieproblemen, segregatie en politieke retoriek kunnen negatieve beeldvorming in de hand werken. Niet alleen ergernissen in woonwijken, maar ook ‘het triggeren van die angst voor immigratie door politici’ hebben daar invloed op. Dat was aan de PVV-winst bij de laatste verkiezingen te merken.
Effectief beleid pakt consequent bestaande problemen aan, vat Hein de Haas samen: ‘Overlast in bepaalde woonwijken. Woningnood. Uitbuiting van laaggeschoolde migranten. Slepende asielprocedures.’
Hoe komen we daarbij af van angstpolitiek? ‘Door de problemen eerlijk te benoemen maar tegelijk ook de nuchtere, waarderende onderstroom in het denken over migranten bij de kiezer aan te spreken’, zegt De Haas. ‘Dus plaats mensen niet buiten de samenleving, maar zorg juist snel voor contact.’
En hoe voorkom je dan dat de steeds weer gestimuleerde angst voor asielzoekers deze onderstroom gaat overheersen? ‘Door fluctuerende aantallen en inconsequent integratiebeleid te voorkomen’, zegt Judit Kende. De Haas is het daarmee eens: ‘We moeten veel sneller, maar gedegen besluiten of een asielzoeker mag blijven. Tegelijk moet de opvangcapaciteit omhoog, zodat overlopende centra niet langer het gevoel van dreiging in stand houden.’
En de asielzoekers die mogen blijven? ‘Geef ze veel sneller het recht te werken’, zegt De Haas. ‘Zo komen ze in contact met Nederlanders. En geef ook meteen uitzicht op Nederlands burgerschap.’
Autochtone Nederlanders doen weleens lacherig over de plechtige naturalisatieceremonie en de ‘verklaring van verbondenheid’ die nieuwe Nederlanders daarbij moeten afleggen. De Haas: ‘Maar reken maar dat dit door immigranten enorm wordt gewaardeerd: iedereen wil er uiteindelijk bij horen.’
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant