Minister Fleur Agema (Volksgezondheid) maakte donderdag bekend te stoppen met het programma ‘pandemische paraatheid’, maar vrijdag meldde ze dat ze toch op zoek gaat ‘alternatieve financiering’. Dat lijkt goed nieuws, want zo’n bezuiniging zou grote gevolgen kunnen hebben, zeggen experts.
is nieuwsverslaggever van de Volkskrant.
De PVV-minister is zich ‘bewust van de onwenselijkheid van de bezuinigingen’ en verzekerde vrijdag dat het programma doorgaat in 2025. Ze licht niet toe welke alternatieve financiering ze in gedachten heeft. Met het schrappen van het programma pandemische paraatheid, een jaar geleden opgezet door Agema’s voorganger Ernst Kuipers, wilde het kabinet de komende jaren zo’n 300 miljoen euro bezuinigen.
Dat zou ‘penny wise, pound foolish’ zijn, stelt Anja Schreijer, medisch directeur van het Pandemic and Disaster Preparedness Center van het Erasmus MC, een onderzoeksgroep die niet verbonden is aan het overheidsprogramma in kwestie. ‘Het is alsof je in 1953 had gezegd: we hebben die overstromingen nu gehad, laat maar zitten, dat Deltaplan.’
Het programma omvat onder meer investeringen in GGD’s, opleidingen van medisch personeel zodat het sneller en flexibeler inzetbaar is bij pandemieën, en manieren om te bewerkstelligen dat medische producten beter voorhanden zijn, zoals geneesmiddelen, vaccins en beschermingsmiddelen.
Ook Aura Timen, voormalig hoofd Landelijke Coördinatie Infectieziektebestrijding bij het RIVM en nu hoogleraar eerstelijnsgeneeskunde aan het Radboud UMC, ziet veel verloren gaan als het kabinet de bezuiniging zou doorzetten. ‘Dit programma beoogde expertise die we in de pandemie op hebben gedaan, te bestendigen. Mijn grootste zorg is dat als er straks weer een pandemie is, we die expertise niet zomaar tevoorschijn kunnen toveren.’
De bezuiniging van Agema zou voornamelijk de GGD’s treffen, die belangrijks zijn voor bron- en contactonderzoek, testen en vaccineren. Dat was volgens Timen de belangrijkste pilaar van de coronabestrijding.
Het vergroten van de capaciteit van de GGD’s zou worden tenietgedaan. ‘Ik denk dat de opschaling van het afgelopen jaar heel erg nodig was’, zegt infectieziekten-epidemioloog Alma Tostmann van het Radboud UMC. ‘Als je dat nu in de kiem smoort, mis je straks slagkracht, ook bij zoiets als een mazelenuitbraak.’
De GGD’s zijn volgens Tostmann cruciaal om nieuwe uitbraken zo vroeg mogelijk te stoppen. ‘Daar ligt de basis, waar je met bron- en contactonderzoek verspreiding kan stoppen. Als je dat niet doet, heeft iedereen daar last van: het stroomt door tot op de intensive care. De ic-capaciteit breidt je niet zomaar uit, dus snijden in de preventie die de GGD’s kunnen bieden, is echt heel dom.’
Ook Timen denkt dat de bezuiniging van Agema bij een nieuwe pandemie uiteindelijk de reguliere gezondheidszorg kan raken. ‘Een zwakkere GGD kan ziekteverspreiding niet op tijd opsporen en dat verhoogt de druk op de ziekenhuizen.’
Daar sluit Schreijer, die in het verleden hoofd algemene infectieziekten bij de GGD Amsterdam was, zich bij aan. ‘Als er een nieuwe pandemie komt, hebben we niet genoeg mensen om snel de ziektegevallen op te sporen en een uitbraak in te dammen, wat juist in die beginfase belangrijk is.’
Volgens haar kan een nieuwe pandemie zo weer ontstaan. ‘De manier waarop we reizen of met dieren omgaan, is hetzelfde. Agema lijkt te denken dat het haar tijd wel zal duren, maar het staat vast dat we een nieuwe pandemie krijgen. Dat kan over tien jaar zijn, maar ook morgen.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant