Met zijn winst op de kilometer tijdrit vestigt vijfvoudig olympisch kampioen Harrie Lavreysen een nieuw record: geen baanwielrenner won meer WK-titels dan hij: vijftien in totaal.
Harrie Lavreysen kent zijn statistieken. Dat Sir Chris Hoy op alle vier verschillende sprintonderdelen in het baanwielrennen wereldtitels heeft gewonnen, wist hij. Dat de Britse baanlegende tot vrijdagavond de enige was die dat ooit deed, wist Lavreysen dan weer niet. ‘Ja, en nu heb ik dat ook gedaan.’
Nog een record erbij. Met het goud op de kilometer tijdrit vrijdagavond in het Deense Ballerup bracht Lavreysen zijn totaal aan WK-medailles naar vijftien. Voor hij het toernooi begon stond de 27-jarige baanwielrenner op dertien. Met het goud op de teamsprint, woensdag, op de eerste dag van de WK, evenaarde hij het record van de Franse sprinter Arnaud Tournant. Nu hoeft Lavreysen de titel recordhouder in regenboogtruien niet meer te delen. In Parijs werd hij afgelopen zomer al de beste mannelijke olympiër op de Zomerspelen met zijn totaal van vijf keer goud.
Over de auteur
Lisette van der Geest is sportverslaggever voor de Volkskrant en schrijft over olympische sporten als schaatsen, zwemmen en tennis.
In Denemarken versloeg hij vrijdagavond Jeffrey Hoogland, zijn 31-jarige landgenoot die de afgelopen jaren domineerde op het onderdeel, maar nu het zilver kreeg omgehangen. Voor Lavreysen was het zijn eerste optreden op de kilometer tijdrit op het allerhoogste mondiale niveau. Ondanks jarenlang ‘poken’ van Hoogland en andere teamgenoten. ‘Man, wat ben je nou voor kampioen als je niet gewoon alles doet?’, kreeg Lavreysen dan te horen.
Maar de ‘kilo’, zoals de kilometer tijdrit door de mannen van de nationale baanselectie vaak wordt afgekort, is een niet-olympisch onderdeel. Dat is minder hoog aangeschreven. Het is bovendien een zwaar onderdeel. Het wordt middenin een toernooi gereden, wat maakte dat Lavreysen het eerder niet wilde doen. ‘Het kost vandaag ook veel kracht en dat ga ik morgen zéker merken’, zegt Lavreysen na afloop, zittend op een stoel.
Zaterdag staat de kwalificatie voor de sprint op het programma. Het onderdeel waarop hij regerend olympisch en wereldkampioen is. De finale wordt zondag gereden. ‘Ik denk dat de top vier, à vijf van sprinters die morgen de snelste tijden rijden vandaag niet gefietst hebben’, zegt hij, vooruitblikkend op de kwalificatie. ‘Dus ik stel me er wel op in: ook al rijd je niet de snelste tijd, dan is dat ook prima. Dat wil niet zeggen dat je zondag niet kunt winnen.’
Zijn tijd van 57,321 is een record op een laaglandbaan. Hoogland moest bijna een seconde toegeven op Lavreysen, de Brit Joseph Truman was nog eens vier tienden van een seconde langzamer en eindigde als derde.
‘Mijn slechtste kilo op mijn slechtste moment’, zei Hoogland over zijn eigen optreden. Waar het precies aan lag, wist hij niet. ‘Alles ging net niet goed.’ De deelname van Lavreysen gaf geen extra druk. Hoogland zag zichzelf wel als kansrijk op het onderdeel waarop hij al vier wereldtitels verzamelde, maar wist ook dat hij van Lavreysen de meeste concurrentie kon verwachten. Hoogland: ‘Dat hij nooit internationaal gestart had, maakte niet dat we niet wisten dat hij het zou kunnen.’
Snel na de medailles van Lavreysen en Hoogland wist de 26-jarige Hetty van de Wouw voor een verrassing te zorgen met haar zilver in de individuele sprint. Ze moest haar meerdere erkennen in de Britse topfavoriete, Emma Finucane. Eerder deze zomer verraste Van de Wouw ook al, met olympisch zilver op de keirin, het onderdeel dat zondag op het programma staat. ‘Natuurlijk wil je winnen, maar ik wist ook wel: zij is heel sterk’, zei ze na afloop, met een grote zilveren medaille om haar hals.
‘Ik ging hier naartoe met het idee: ik moet zien wat er in mijn benen zit, na een lange periode.’ Voor de baanwielrenners waren de Olympische Spelen het hoofddoel. De WK volgden kort daarop, slechts twee maanden later. ‘Supermooi, dat ik dan hier tweede wordt, dat ik laat zien dat ik erbij hoor en niet voor minder dan het podium meedoe.’
De 24-jarige Philip Heijnen verraste eerder op de vrijdagavond met brons op de puntenkoers. In een sterke, aanvallende race, die hij grotendeels met zijn mond wijd opengesperd en de tong uit de mond reed – ‘dat is wel een beetje mijn stijl’ – moest hij alleen de Spaanse winnaar Sebastián Mora en de Deen Niklas Larsen voor zich dulden.
Het is zijn eerste brons op een WK. Droogjes klonk het vlak na afloop van de puntenkoers: ‘Er zit altijd meer in misschien, maar laten we hier maar eens mee beginnen.’ Hij heeft ‘een grotere motor’, stelt Heijnen. Het gevolg van een andere trainingsaanpak. Hij noemt zichzelf een baanwielrenner, maar toen Heijnen afgelopen januari in eigen huis bij de EK baanwielrennen in Apeldoorn als zevende eindigde op de afvalkoers was dat een teleurstelling. Vier plekken lager dan het jaar daarvoor, toen hij verraste met brons.
Hij besloot dat het anders moest en wel door zijn aandacht te verleggen naar de weg. Sinds dit jaar rijdt hij op de weg voor Parkhotel Valkenburg. Hij wilde meerdaagse koersen op de weg rijden. Sterker worden en zijn uithoudingsvermogen vergroten. Dat doen de beste baanwielrenners ook, ziet hij.
Nu, onder meer vijf meerdaagse koersen verder, zegt Heijnen na zijn wedstrijd over 40 kilometer: ‘Ik kan hier met zwaarder verzet rijden Tegen het einde van de wedstrijd gaat het beter, terwijl het kaarsje eerst sneller uit ging.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant