Had het onderzoek naar vermeend grensoverschrijdend gedrag door Khadija Arib wel mogen plaatsvinden? Met die vraag is de oud-Kamervoorzitter vrijdag haar juridische zoektocht naar eerherstel begonnen. ‘Ik had nooit gedacht dat mijn politieke carrière in de rechtszaal zou eindigen.’
‘Vreselijk’, zegt Khadija Arib als de rechter vraagt hoe zij het afgelopen jaar heeft beleefd. ‘Vreselijk voor mij, mijn kinderen en mijn vrienden.’ Arib is zichtbaar geëmotioneerd als zij in de rechtbank van Den Haag haar verhaal doet. Over het feit dat ze als oud-Kamerlid en oud-Kamervoorzitter in de rechtszaal tegenover haar geliefde instituut van de Tweede Kamer staat. Over de manier waarop aan haar 25-jarige carrière als Kamerlid en gevierd oud-Kamervoorzitter twee jaar geleden abrupt een einde kwam. Via NRC moest zij toen vernemen dat haar collega-Kamerleden uit het presidium een onderzoek tegen haar zouden instellen na signalen van grensoverschrijdend gedrag. ‘Hoe heeft het zover kunnen komen? Waar gaat het eigenlijk over’, vraagt zij zich af. ‘Het onrecht dat ik voel is immens.’
In de zaal zitten ook oud-Kamervoorzitter Frans Weisglas (VVD) en voormalig Kamerlid Renske Leijten (SP). ‘Ik ben hier voor Arib’, zegt Leijten. ‘Zij heeft mij zo ontzettend veel gesteund in de toeslagenaffaire.’ Ook Weisglas is er om zijn oud-collega een hart onder de riem te steken. ‘Om Khadija een steuntje in de rug te geven.’ Onverwachte steun is er ook van PVV-leider Geert Wilders. ‘Ik hoop dat je de rechtszaak tegen het presidium van de Tweede Kamer glorieus wint, wat een onrecht is je aangedaan, vreselijk’, laat hij via X weten. De huidige PvdA-fractie en het partijbestuur schitteren door afwezigheid.
De bodemprocedure die vrijdag dient, vraagt de rechter niet om een inhoudelijk oordeel over de beschuldigingen. Waar het wel om gaat, is of het presidium het onderzoek naar Arib überhaupt had mogen instellen en of onderzoeksbureau Hoffmann en de gedelegeerde opdrachtgevers – die het onderzoek namens de Kamer begeleidden – wel zorgvuldig hebben gehandeld.
Nee, betoogt Aribs advocaat Geert-Jan Knoops. Omdat het presidium, bestaande uit collega-Kamerleden, geen staatsrechtelijke positie heeft om een onderzoek naar een ander Kamerlid te initiëren. ‘Er bestaat geen gezagsverhouding ten opzichte van andere Kamerleden.’ Hij vraagt de rechter het onderzoek onrechtmatig te verklaren en eist niet alleen een schadevergoeding van de Tweede Kamer, maar ook van bureau Hoffmann en de gedelegeerde opdrachtgevers. Zij zouden Arib onvoldoende geïnformeerd hebben over de onderzoeksopzet en niet genoeg ruimte voor hoor en wederhoor hebben geboden. Iets wat door de advocaten van Hoffman en de gedelegeerden wordt verworpen.
Landsadvocaat Reimer Veldhuis, die de afwezige oud-Kamervoorzitter Vera Bergkamp (D66) en de huidige Kamervoorzitter Martin Bosma (PVV, destijds ook lid van het presidium), namens de staat vertegenwoordigt, hamert er juist op dat het presidium de arbeidsrechtelijke plicht had om op te treden na binnenkomst van twee anonieme brieven met beschuldigingen van grensoverschrijdend gedrag.
Arib zou volgens de klagers ‘valse aantijgingen hebben gedaan’ die tot het ontslag van ambtenaren zouden hebben geleid. Andere medewerkers van de Kamer zouden zijn genegeerd of buitengesloten. Er zouden ambtenaren zijn die haar ‘verbale omgangsvormen’ als negatief ervoeren. Van alle beschuldigingen bleven er in de samenvatting van het eindrapport van Hoffmann slecht twee over: Arib zou ambtenaren soms met stemverheffing hebben aangesproken en zich hebben bemoeid met beslissingen die door de ambtelijke organisatie genomen hadden moeten worden.
‘Ik heb al die tijd in angst geleefd’, zegt Arib over de periode nadat de beschuldigingen openbaar werden gemaakt. ‘We leven in een rechtsstaat. Je kunt aangifte doen, naar de rechter. Ik moet u zeggen, ik heb een andere achtergrond. Ik heb me in Marokko verweerd tegen de dictatuur. Hier had ik te maken met een onzichtbare vijand: anonieme brieven’, aldus Arib. ‘Natuurlijk gaat het om mij persoonlijk. Maar ook om de positie van Kamerleden. Op het moment dat collega’s, het presidium, en topambtenaren zichzelf een machtspositie toekennen om Kamerleden aan de schandpaal te nagelen, dan tast je positie van Kamerleden aan.’
Arib wijst de rechtbank erop dat de huidige Kamervoorzitter Bosma haar meermaals heeft gesproken, ook over zijn rol als lid van het presidium. ‘Hij heeft gezegd dat hij spijt had. Ik zou willen dat hij dat ook publiekelijk zegt.’
Het is nog niet bekend wanneer de rechtbank uitspraak doet.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant