Home

‘Kwetsbaar: tekening!’ Kunstenaars over hun voorliefde voor werken op onhandelbaar groot formaat

Het tekenen zelf duurt vaak maanden. Het eindresultaat kan scheuren en verkleuren, en wordt daarom zelden (of heel kort) in musea getoond. Toch doen deze kunstenaars niets liever dan héél groot werken, zo blijkt bij de opbouw van Size Matters in Museum More.

​is kunstredacteur van de Volkskrant.

Het is maandagochtend 10 uur en Museum More blijft vandaag dicht, net als alle maandagen. Toch is er aan de zijkant van het museumgebouw in het Gelderse Gorssel een hoop bedrijvigheid. Een deur opent naar een goederenlift. Daar wordt een hoogwerker behendig naar binnen gereden. Dat past precies. In het kielzog van de hoogwerker volgen tentoonstellingsopbouwers. En aan de deur ernaast, de kantooringang, dient een ander publiek zich aan: kunstenaars. Ook zij komen helpen opbouwen. ‘Ik heb speciale spijkers mee’, belooft een van hen alvast.

Zondag opent in Museum More Size Matters, een tentoonstelling vol grote tekeningen van 28 kunstenaars uit binnen- en buitenland. Zij tekenen op vellen papier, op karton, op kunststof, op doek en zelfs in virtual reality. ‘We hebben nog een tijd zitten steggelen over wat groot is’, zegt senior conservator Marieke Jooren.

Zij stelde de tentoonstelling samen met als gastconservator kunstenaar Raquel Maulwurf, die zelf metersgrote tekeningen maakt. Conservator en kunstenaar kwamen samen uit op: minstens twee meter hoog of breed. Vandaar die hoogwerker.

Scheuren en verkleuren

Zo’n grote tekening maken duurt maanden, vertelt Maulwurf. En elke kunstenaar die zich hieraan waagt neemt een enorm risico. De kans dat die wordt aangekocht of geëxposeerd is klein. Verzamelaars hebben er geen plek voor, musea willen liever kunst die ze gewoon kunnen laten zien. Tekenkunst is kwetsbaar, het kan scheuren en verkleuren.

Daarom worden in de meeste musea tekeningen maximaal drie maanden achtereen tentoongesteld of ze blijven veilig in het depot. Veel van de kunstwerken die Jooren en Maulwurf hebben uitgekozen zien ze de komende dagen voor het eerst in het echt.

Sommige reuzentekeningen liggen uitgerold al klaar in de zalen met gewichtjes op de hoeken om ze plat te krijgen. Elders liggen ze opgerold met in grote letters en uitroeptekens op het bubbeltjesplastic: ‘Kwetsbaar: tekening! Horizontaal dragen!’

De hoogwerker staat nu klaar om een kunstwerk van Carlijn Mens op de hoogste muur van het museum te hangen: in de vide. Wie op de begane grond staat in de collectieopstelling van het museum voor ‘modern realistische kunst’, kan zo een glimp van de tentoonstelling op de eerste verdieping opvangen. De kunstenaar kijkt nu zelf omhoog naar de nog lege witte muur.

‘Dit doe je liever zelf, begreep ik?’, vraagt tentoonstellingscoördinator Marieke Ensing aan Mens. Samen halen ze vervolgens behoedzaam vellen vloeipapier van de tekening af. In diep houtskoolzwart zijn vormen van boomstammen, bladeren en lichtvlekken te zien.

Op het vloeipapier is lichtjes een afdruk te zien van de houtskool. En niet alleen daar. Voordat Mens een hand schudt inspecteert ze geroutineerd haar vingertoppen waar een grijze waas op zit: ‘Dit is nog niet zo erg.’ In haar andere hand houdt ze een stuk kneedgum, voor als er per ongeluk vegen ontstaan op de delen van het papier die ze wit liet. Of op de museummuur.

Schaduwen van het bos

Hoe haar metersbrede kunstwerk nu ligt, plat op de grond, zo hoort het eigenlijk, vertelt ze. Mens tekent namelijk schaduwen. Deze rol papier had ze op de grond gelegd in het Duitse natuurgebied Steigerwald om te tekenen. Het kunstwerk maakt deel uit van Mens’ serie Preserved Places. Door de schaduwen van het bos op ware grootte vast te leggen, wil ze dit stuk natuur ‘behouden’ voor de toekomst.

Dat idee ontstond na de aangestoken branden die tussen 2009 en 2011 woedden in het duin- en bosgebied bij Schoorl en Bergen. Mens kon de donkergrijze rookwolken zien vanuit haar toenmalige atelier in Den Helder. Later bekeek ze de ravage van dichtbij. Wel apart, de natuur conserveren in zwart: ‘De kleur groen is zo overweldigend, en moeilijk. Dat leidt af.’ Houtskool klopt ook inhoudelijk beter, legt Mens uit, aangezien bosbranden de aanleiding vormden.

Net als de andere kunstenaars in de tentoonstelling heeft Mens zich gespecialiseerd in tekenen op groot formaat. Haar allergrootste tekening is zelfs 40 meter lang, zegt Mens. Waar die zich nu bevindt? ‘Helaas in mijn opslag.’ Musea wagen zich er niet aan.

Deze tekening die ze in het Steigerwald maakte is gemakkelijker op te hangen: die heeft ze in zes delen gesneden. Voordat de tentoonstellingsbouwers de tekening aanpakken geeft Mens de laatste instructies: ‘Alleen in het zwart beetpakken. En niet van het zwart naar het wit pakken.’

‘Carlijn, is het waar dat jij nog steeds niet fixeert?’ vraagt Maulwurf als ze van een afstandje toekijkt. ‘Je bent echt de enige!’ Allebei werken ze in houtskool, maar dat betekent niet dat hun kunstwerken op elkaar lijken.

Ruzie met die vellen

Maulwurf werkt op museumkarton, het soort zuurvrij karton dat wordt gebruikt voor passe-partouts. ‘Als je grote vellen papier op rol koopt en je wilt gaan tekenen, dan rolt het steeds weer op. Ik had echt ruzie met die vellen.’ Museumkarton kun je rechtop zetten, dat maakt het ook handzamer. Ze gebruikt verschillende soorten houtskool en krast daarna met een stanleymes delen van het karton open, waardoor de tekening extra diepte en contrast krijgt.

Haar tekening Black sea II (1,53 bij 2,63 meter) maakte Maulwurf naar aanleiding van de enorme milieuramp die volgde op de explosie van het Amerikaanse boorplatform Deepwater Horizon in 2010. Te zien is een gitzwarte onrustige zee. De golven breken in schuimige koppen die in de donkerte haast licht lijken te geven.

Maar als je dicht op het kunstwerk staat zie je geen golven of zee, dan zie je alleen vormloze vlekken. Ook dat is een uitdaging van werken op groot formaat: ‘Ik tekende dit in New York, mijn atelier was maar klein. Ik moest de gang op lopen om goed te kunnen zien wat ik maakte.’ Andere trucs die Maulwurf kent: je tekenmateriaal aan een lange stok bevestigen. En voor wie een groot atelier heeft kan een bureaustoel op wieltjes helpen, dan zet je even stevig af om afstand te nemen.

Mysterieus pakket

Ander materiaal dat geregeld in de ateliers van deze kunstenaars voorkomt: ladders en steigers. Kunstenaar Cathelijn van Goor heeft naast haar grote kunstwerk ook een ietwat mysterieus pakket naar het museum laten transporteren. Het gaat om een plastic tas waarop staat ‘hondje’ (inclusief aanhalingstekens).

Ze pakt het ding zelf uit: een plank met eronder zwenkwieltjes. Er hoort nog een plank bij en een meterslange pvc-buis. Dit bouwpakket gaat het mogelijk maken haar gigantische tekening op te hangen. ‘Die rollen we straks op, met vloeipapier en al en schuiven we om de buis,’ instrueert ze de opbouwers.

Dit is de reden dat deze week tien kunstenaars zelf komen helpen installeren. Zij kennen hun werk, zij weten hoe het moet worden opgehangen. ‘Jij deed dit wel eens helemaal alleen, toch?’ vraagt Maulwurf aan Van Goor. Dat klopt: ‘Ik stond op de ladder en ik had onderschat hoe zwaar de tekening is. Die begon over te hellen, tegen mij aan.’ Door snel naar voren te leunen wist Van Goor haar evenwicht te bewaren, bijna was ze met ladder en al onder haar eigen kunstwerk bedolven.

Van Goor baseerde haar tekening Glitch Panorama #1 (2015) op een foutje van Google. Het Amerikaanse plaatsje New Baltimore (in de staat New York) was zo’n tien jaar geleden gefotografeerd voor Google Streetview, maar door een softwarefout leverde dat heel hallucinante beelden op. Spookachtig, alsof de huizen en bomen van het stadje waren gesmolten, met veel zwart en felle kleuren: geel, paars, roze, oranje.

Dit mislukte stukje Streetview kwam als Geheimtipp terecht op een paar internetfora. Via een Facebookbericht van een vriend kwam Van Goor het tegen: ‘Ik heb er echt uren doorgebracht, het was zo freaky.’ Het deed haar denken aan sciencefictionverhalen waarin machines zelfstandig beslissingen beginnen te nemen. Eerst wilde Van Goor het gebied dat ze als een ontdekkingsreiziger verkende op kleinere schaal in kaart brengen: ‘Maar dan mis je de ervaring dat je het kunt betreden.’

Afgesleten vingertoppen

Daarom is ze een deel met pastelkrijt en houtskool gaan natekenen, 2,4 meter hoog, bijna 11 meter breed. En dat alles in minder dan vier weken tijd: ‘Ik heb avonden en nachten doorgewerkt.’ Als je zo veel uren tekent, slijten je vingertoppen, vertelt ze. Pleisters had ze niet in haar atelier: ‘Dus deed ik wc-papier erop, plakte ducttape erom en ging weer door.’

Het is Maulwurf ook overkomen, doortekenen tot bloedens toe: ‘Ik was vooral bang dat er bloed op mijn tekening zou komen. En die afgesleten vingertoppen hebben me weleens moeilijkheden opgeleverd op het vliegveld in Amerika, dan willen ze je vingerafdrukken scannen.’

De spectaculaire glitch-tekening van Van Goor lag al vijf jaar opgeborgen: ‘​Je moet maar net een museum treffen dat het aandurft en zo’n lange muur heeft.’ Dat ze haar grote werk zelden kan tentoonstellen of dat het haar soms haar vingertoppen kost, kan haar niet ontmoedigen. Enorme tekeningen vergen nou eenmaal een enorme toewijding.

Size Matters – Monumentale tekenkunst nu, Museum More, 20/10 T/M 02/02/2025

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next