Home

‘Wilders gaat voorbij aan de essentie van vrijheid’

Met de PVV als grootste partij heeft de Nederlandse politiek een wezenlijke verandering ondergaan, stelt hoogleraar staatsrecht Ingrid Leijten. ‘De rechtsstaat moet nu beschermd worden.’

schrijft voor de Volkskrant over zingeving.

Op de ochtend na de overwinning van Geert Wilders en zijn PVV bij de laatste Kamerverkiezingen, nu bijna een jaar geleden, is het voor Ingrid Leijten zonneklaar wat haar te doen staat: ‘Ik nam me voor: ik ga de rechtsstaat van de daken schreeuwen.’ Met de PVV als veruit de grootste partij van het land heeft zich in haar ogen een ‘wezenlijke verandering’ in de Nederlandse politiek voorgedaan, aangezien de macht is beland bij een partij die geen tegenmacht duldt en die er niet voor terugdeinst andere actoren in de rechtsstaat te beschimpen. ‘Daarmee is het niet een kwestie van ietsje meer naar rechts, nee, we zijn in een andere werkelijkheid beland.’

Met die opvatting bedrijft Leijten, hoogleraar staatsrecht in Tilburg, geen partijpolitiek, benadrukt ze – haar uitgesproken stellingname vloeit voort uit haar ‘liefde voor de democratische rechtsstaat’. Collega-juristen die menen dat het met de bedreiging daarvan niet zo’n vaart loopt, omdat er voldoende checks-and-balances in het systeem zitten, noemt ze naïef. Voor haar onderstreept de poging van de PVV om de asielcrisis met een noodwet buiten het parlement om te willen aanpakken, de urgentie van het probleem.

Over deze serie
In Het Ideaal interviewt Fokke Obbema mensen die hun leven aan een ideaal wijden.

Dat het die partij ook nadien in de peilingen goed is blijven gaan, vergroot haar alertheid. Voeg daarbij dat een op de vijf Nederlanders tegenwoordig voorstander is van ‘een sterke leider die zich niet druk hoeft te maken over parlement en verkiezingen’ (aldus onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut) en de conclusie is volgens haar gerechtvaardigd dat de democratische rechtsstaat niet langer vanzelfsprekend is.

Een ‘eerste zaadje’ van liefde voor het politieke systeem is door haar vader geplant. Die was akkerbouwer in Tollebeek, een dorp in de Noordoostpolder, maar ook decennialang CDA’er in de lokale en provinciale politiek – haar keuze voor de studies politicologie en rechten in Leiden valt er niet los van te zien. In Leiden wordt ze lid van het studentencorps en weet ze een felbegeerde studiebeurs binnen te slepen. Een jaar lang mag ze studeren aan Columbia University in New York, waar ze haar man ontmoet, een Duitse jurist.

Haar ster stijgt daarna snel: na een proefschrift over grondrechten wordt ze op 37-jarige leeftijd als hoogleraar de opvolger van CDA-kopstuk Ernst Hirsch Ballin. Politiek filosoof Hannah Arendt ziet ze als haar inspiratiebron: ‘In 2006, toen ik 22 was, las ik haar boek De menselijke conditie. Wat de mens uniek maakt, zegt zij, is het vermogen tot handelen in de publieke ruimte, door te spreken of te schrijven. Dat geeft zin aan het bestaan. Dat resoneerde erg sterk bij mij. Het voelde als thuiskomen en heeft richting aan mijn leven gegeven.’

Handelen in de publieke ruimte klinkt als een neutrale bezigheid. Ziet u dat ook zo?

‘Nee, zeker niet. De reden waarom ik daarin wil handelen door voor onze rechtsstaat op te komen, is dat die onze vrijheid garandeert. Die vrijheid is van wezenlijk belang voor de mens, daarom wil ik hem verdedigen. Die vrijheid is ook politiek geladen: het gaat mij niet om de liberale, private vrijheid van het individu die in zijn eentje met een dure auto rondrijdt en met niemand iets te maken wil hebben. Nee, mij gaat het om de vrijheid andere perspectieven in de publieke ruimte te ontmoeten en ermee in debat te gaan.

‘Pas in die pluraliteit, pas wanneer je met andere opvattingen aan dezelfde tafel wordt geconfronteerd, wordt je eigen bijdrage zichtbaar, word je zelf als mens zichtbaar. Dan kun je ook de inherente waarde van verschillende perspectieven zien – de schoonheid van de publieke ruimte, waarin al die perspectieven naast elkaar mogen bestaan.

‘Mij gaat het dus om een vrijheid die groter is dan die van jezelf: in verbondenheid, in relatie tot anderen. Wanneer iedereen zich in de publieke ruimte gezien weet, is een juiste belangenafweging mogelijk. Dat mag als een ideaalbeeld klinken, maar geeft aan hoe we op een goede manier politiek kunnen bedrijven.’

Wordt die manier bedreigd?

‘We zitten nu met een belangrijke regeringspartij die tegenstellingen wil creëren en verscherpen tussen politiek en recht, tussen democratie en rechtsstaat. Politiek en democratie worden gereduceerd tot dat wat de meerderheid wil; er wordt geschermd met onwrikbare standpunten waarmee alle tegenstand uit de weg mag worden geruimd. Het recht is in die optiek een obstakel – de rechter iemand die dwarsligt, de Europese Unie een organisatie die politici verhindert door te pakken.

‘Die tegenstelling tussen recht en politiek is vals. Het gaat voorbij aan het feit dat de politieke macht bestaat bij de gratie van een juridisch systeem dat aan de regering bevoegdheden toekent. Dat we daarbij voor de rechtsstaat en grondrechten hebben gekozen, is om machtsmisbruik te voorkomen. We zijn het wellicht vergeten, maar vroeger bepaalde de koning als ‘sterke leider’ alles en kon hij zomaar burgers hun rechten afnemen. Onze rechtsstaat met al zijn waarborgen is er om dat soort machtsmisbruik te voorkomen – hij garandeert onze gezamenlijke vrijheid. De rechtsstaat is dus niet iets links, zoals de PVV suggereert, maar van waarde voor iedere burger.’

Hoe heeft dat beeld van de linkse rechtsstaat kunnen aanslaan?

‘Dat heeft met links én rechts te maken. Op links heb je activisten die de mensenrechten als instrument zijn gaan zien om progressieve idealen te bereiken. ‘Hoe meer mensenrechten, hoe beter’ geldt voor hen, dus meer internationale verdragen, het liefst met rechters erbij. Op zich prima, maar keerzijde is wel dat het beeld is ontstaan dat mensenrechten er vooral voor asielzoekers en gedetineerden zijn.

‘Op rechts is te weinig aangegeven dat de grondrechten in ieders belang zijn, dus ook van gewone burgers. Iedereen is gebaat bij een systeem waarin de macht niet in één hand ligt en waarin minderheidsbelangen meetellen. Die nalatigheid van rechts heeft het idee bij burgers versterkt dat een progressieve elite met de mensenrechten eigen doelen is gaan najagen, met daarbij als misvatting dat die er niet voor hen zouden zijn. We moeten dus veel beter duidelijk maken dat de rechtsstaat er voor iedereen is.’

Hoe kunnen burgers dat gaan inzien?

‘Ik zou graag een actievere overheid zien die de sociale grondrechten, zoals het recht op werk, huisvesting en onderwijs, serieus gaat nemen. De Nederlandse politiek heeft er een handje van laatdunkend over sociale grondrechten te doen – ze zouden te vaag zijn, dus niet iets om je echt mee bezig te houden. Maar in mijn ogen helpen ze onze problemen bij de wortel aan te pakken.

‘Willen burgers kunnen meekomen in de publieke ruimte dan moeten ze niet voortdurend bezig hoeven zijn de eindjes aan elkaar te knopen en hebben ze goed onderwijs nodig. Is dat niet op orde en neemt daardoor de ongelijkheid toe, dan dreigen grote groepen burgers buiten de publieke ruimte te vallen. Hoe meer ongelijkheid, des te minder vertrouwen in de overheid. Dan stemmen mensen eerder op Wilders.’

Die het liefst het parlement tijdelijk buitenspel wil zetten via noodwetgeving.

‘Wilders drukt het uiteindelijk wellicht niet door, maar zijn grondhouding is: ‘We weten wel wat de meerderheid wil. Dus hoeven we helemaal niet met het parlement te praten.’ Daarmee gaat hij voorbij aan wat voor mij de essentie van vrijheid is, namelijk verschillende perspectieven aan bod laten komen. Zonder dat proces liggen onvrijheid en machtsmisbruik op de loer.

‘De regering weet dat de mogelijkheid van noodwetgeving alleen bedoeld is voor zeer schaarse gevallen, waarin vanwege acute, vitale belangen de normale, juridische route niet mogelijk is. Daar zit het idee achter dat in beginsel altijd de voorkeur moet worden gegeven aan de parlementaire weg. Die dwingt een regering tot een goede afweging van alle belangen binnen onze wettelijke kaders, een waarborg van onze rechtsstaat. Ik zie het als een vorm van machtsmisbruik wanneer de regering met een beroep op een meerderheid van het volk zijn zin doordrukt. Dan lapt zij de spelregels van de rechtsstaat aan haar laars.

‘Wilders zet die regels weg als obstakels, terwijl ze juist onze vrijheid garanderen en een uitnodiging vormen tot goede politiek. Hij wil tegenmacht buitenspel zetten, terwijl de toeslagenaffaire heeft geleerd hoe belangrijk die is. Daarom hebben we parlementaire controle, rechterlijke controle, de Raad van State, de media die hun eigen rol spelen. Wilders zet al die actoren in een kwaad daglicht door ze af te doen als ‘nep’, lastig of eenzijdig. Nu hij in het centrum van de macht is beland, wordt het echt link.’

Kunnen we er niet op vertrouwen dat het systeem voldoende tegenwicht bevat?

‘Nou, zo veel checks-and-balances zijn er niet. Onze grondrechten kunnen in wetten worden ingeperkt, en die wetten worden niet door de rechter aan de Grondwet getoetst. Wanneer ik dat laatste aan mijn Duitse collega’s vertel, zetten ze grote ogen op. Onze Grondwet is geschreven voor fatsoenlijke mensen die haar naar eer en geweten in de praktijk proberen te brengen.

‘Maar goede wil is niet een gegeven, alleen op het systeem vertrouwen is naïef. Advies door de Raad van State is op papier een voorbeeld van tegenwicht, maar je ziet nu dat die bij voorbaat niet serieus wordt genomen. De noodwetgeving over asiel kan door de Tweede Kamer worden doorgedrukt. Later kan dat spaak lopen, maar dan kan Wilders de schuld geven aan de rechter of aan Europa. Bovendien is de schade aan de rechtsstaat dan al toegebracht. Het zou een gevaarlijk precedent zijn.’

Ziet u ook lichtpuntjes?

‘Bij de Algemene Politieke Beschouwingen is gelukkig erg veel stampij gemaakt over de asielnoodwet, dat vind ik een hoopvol teken. Dat liet zien dat er in politiek Den Haag het besef leeft dat hier een belangrijke grens wordt overschreden.

‘Aan het bewustzijn over dat soort basisprincipes probeer ik mijn eigen bijdrage te leveren. Ik geef college aan vijfhonderd eerstejaarsstudenten, van wie de meesten bij binnenkomst niet het verschil zien tussen een noodwet waarmee een minister zijn zin doordrukt en een wet waarover het parlement drie maanden heeft gediscussieerd. Het vergt tijd om ze dat bij te brengen.

‘De rechtsstaat staat onder druk, maar hij functioneert nog wel. Met artikelen en interviews hoop ik de stille meerderheid van de bevolking wakker te schudden. Tegenover iedere vervelende reactie die ik krijg van types die ik toch niet ga overtuigen, staan hopelijk honderd anderen die denken: ja, dat is eigenlijk wel zo. Mensen die misschien sympathiek staan tegenover het idee van doorpakken, maar ook bedenken: een regering met autoritaire trekjes, dat gaat me te ver.’

Als verdediger van de rechtsstaat lijkt u vooral in het defensief.

‘Wat vanzelfsprekend zou moeten zijn, moet nu worden verdedigd. Ik probeer dat positief te zien. Er is dringend werk aan de winkel om de rechtsstaat uit te leggen, maar dat kunnen we benutten om hem sterker en duurzamer te maken. Er valt nog veel te winnen – ik zou bijvoorbeeld willen dat de politiek minder met kortetermijndenken bezig is.

‘Er is nu momentum het bredere verhaal van democratie en rechtsstaat te vertellen, het geloof in een sterke leider tegen te gaan en duidelijk te maken dat iedereen baat heeft bij een regering die zich aan de spelregels houdt. Dat is wat ons te doen staat.’

Boekentip: Vrij. Opgroeien aan het einde van de geschiedenis, Lea Ypi

‘Als 18-jarige maakte hoogleraar politieke theorie Lea Ypi de val van het communistische regime in Albanië in 1997 mee. Meeslepend en soms grappig beschrijft ze niet alleen haar familiegeschiedenis, maar laat ze ook zien hoe vrijheid anders kan uitpakken dan je verwacht en hoe een afwezige overheid tot ontgoocheling leidt.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next