Niemand was de laatste jaren zo succesvol op de kilometer tijdrit als Jeffrey Hoogland. Zelf spreekt de baanwielrenner over ‘toeval’. Toch was dit niet olympische onderdeel vorig jaar zijn reddingsboei.
is sportverslaggever voor de Volkskrant en schrijft over schaatsen, zwemmen en tennis.
Jeffrey Hoogland kun je ’s nachts wakker maken, stelt bondscoach Hugo Haak, om hem een rugnummer op te spelden en op een baanfiets te zetten. ‘En vervolgens rijdt hij een tijd waarvan iedereen steil achterover slaat. Zelfs al is hij niet in vorm.’ Vrijdag staat zijn succesnummer op het programma op de WK baanwielrennen. Hoogland: ‘Maar ik ben er nu eigenlijk angstiger voor dan ik ooit was.’
Hoogland (31) is de man van ‘de kilo’, zoals de baanwielrenners de tijdrit over een kilometer doorgaans afkorten. Hij won vier wereld- en vier Europese titels op het onderdeel, is sinds vorig jaar wereldrecordhouder.
Maar in aanloop naar de WK in het Deense Ballerup twijfelde hij in eerste instantie over zijn deelname. ‘Nu wordt er natuurlijk wat van me verwacht’, zei hij een week voor het toernooi, met de nodige zelfspot. ‘Eerder reed ik ’m als een leuke toevoeging op de WK.’ Met een verontschuldigend lachje: ‘En dat won ik dan toevallig.’
In Hooglands opmerkingen zit vaak een droge ondertoon. Na de Spelen was hij een aantal weken niet op de wielerbaan te vinden om specifiek op die ondergrond te trainen – anders dan hoe hij zich doorgaans voorbereidt op een belangrijk toernooi.
‘Maar goed’, zei hij over het houten ovaal, in een vooruitblik op de WK, ‘hij gaat nog steeds linksom, is rond, en 250 meter lang.’
Bondscoach Haak roemt zijn kracht en intuïtie op de fiets. ‘Jeff bewijst dat je niet alles over moet analyseren. Dat je ook op intuïtie moet rijden.’
Hoogland kwam in Ballerup al uit op de teamsprint en keirin, rijdt vrijdag de kilometer tijdrit en heeft zondag nog de sprint op het programma. Daarmee heeft hij voor het eerst in jaren hetzelfde programma als Harrie Lavreysen, die doorgaans de kilometer tijdrit aan zich voorbij laat gaan.
Het onderdeel, waarbij renners vanuit stilstaande start vier rondes rijden, is niet olympisch. Anders dan de teamsprint, de keirin en de sprint, die wel aan bod kwamen afgelopen zomer in Parijs. Toch was juist de kilometer voor Hoogland in aanloop naar de Zomerspelen van groot belang.
De kilometer gaf Hoogland afleiding en was zo goed voor extra motivatie na een periode waarin baanwielrennen niet altijd leuk was. Zijn route naar de Spelen van Tokio, die door corona met een jaar vertraging in 2021 werden gehouden, vond Hoogland zwaar.
Hij leefde met oogkleppen op, maakte zijn wereld klein terwijl hij eigenlijk floreert door af en toe de afleiding te zoeken bij vrienden of op zijn motor. ‘Ik ben met een beetje burn-out-achtige klachten – al moet ik het misschien niet zo noemen, want ik weet niet precies hoe een burn-out is – en fysieke pijn richting Tokio gegaan. Daar werd ik zo ongelukkig van.’
Hij bemachtigde in Tokio met Roy van den Berg en Lavreysen goud op de teamsprint, werd tweede op de sprint, achter Lavreysen. ‘Ik presteerde ontzettend goed, maar heb alles uit mijn lijf getrokken wat ik kon.’ Daarna begon zijn zoektocht: eerst naar motivatie, vervolgens naar een manier om zijn lijf blessurevrij te houden en toch hard te trainen.
Zijn wereldrecordpoging op de kilometer in de ijle lucht in Mexico, een klein jaar geleden, werd een doel om aan vast te klampen. Een uitdaging, los van zijn succesvolle teamgenoot Lavreysen, die vier jaar jonger is, een olympische cyclus minder meemaakte, en nooit moeite had zichzelf te motiveren.
Hoogland verbeterde op hoogte in Mexico het oude record van de Fransman François Pervis met 0,896 seconden naar 55,433. Zijn gemiddelde snelheid was bijna 65 kilometer per uur.
Door zijn motivatieproblemen na Tokio moest Hoogland zijn doel voor Parijs bijstellen: de teamsprint werd het hoofddoel. Daar bemachtigde de Nederlandse ‘bullet train’, zoals de teamsprinters zich noemen, het goud met een wereldrecord. Zijn route naar Parijs noemt Hoogland een ‘eye-opener’: ‘Ik merkte: het kan misschien toch, zonder pijn aan de start staan. Het heeft mij meer plezier gegeven in het fietsen.’
Daardoor stelt hij nog zeker twee jaar door te gaan als baanwielrenner. Dat is anders dan Lavreysen (27) en Van den Berg (36), die vol overtuiging zeggen er over vier jaar in Los Angeles, bij de Spelen van 2028 ook bij te willen zijn.
Hoogland: ‘Ik wil die beslissing niet klakkeloos nemen. Mijn lijf voelt goed, met de jongens is het nog mooi, we zijn wereldkampioen en winnen’, zei hij woensdagavond na zijn winst op de teamsprint.
‘Ik ben om te kopen hoor’, grapt hij naar Lavreysen voor hij gevraagd wordt naar zijn toekomst op de teamsprint. Hij is van cruciale waarde bij een goed lopende teamsprint. De trein domineert al jaren op wereldniveau, maar is tegelijkertijd kwetsbaar; vervangers van hetzelfde niveau staan niet klaar.
Een beslissing voor vier jaar moet je niet overhaasten, vindt Hoogland. Tegelijkertijd wil hij rond januari de knoop doorhakken. ‘Wil ik Harrie verslaan, moet ik dat deze winter beslissen, want daar heb ik wel vier jaar voor nodig, denk ik.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant