In Nederland leven veel minder mensen dan gedacht onder de armoedegrens: zo’n 540 duizend personen. Dat lijkt goed nieuws, maar er is ook kritiek. Is het geschetste beeld te optimistisch?
is verslaggever van de Volkskrant en schrijft over jeugdzorg en de toeslagenaffaire.
De nieuwe armoedecijfers die deze week werden gepresenteerd, vallen verrassend gunstig uit: er leven zo’n 540 duizend mensen onder de armoedegrens, niet het eerder vaak genoemd aantal van ruim 800 duizend Nederlanders.
Deels komt dat omdat de armoede sinds 2018 snel is gedaald: vijf jaar geleden leefden ruim twee keer zo veel mensen onder de grens. Maar ook een nieuwe rekenmethode draagt bij aan de afname. Die is gezamenlijk ontwikkeld door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) en het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP).
Niet iedereen is gelukkig met het lagere armoedecijfer. Hulporganisaties vrezen dat het leidt tot een verdere afname van de politieke aandacht voor bestaanszekerheid.
‘Een papieren werkelijkheid’, noemt de directeur van het Armoedefonds de nieuwe uitkomst. Hij hoort van organisaties juist dat er steeds meer mensen voor hulp aankloppen. Het roept de vraag op of het nieuw geschetste beeld van armoede niet te rooskleurig is.
De instituten ontwikkelden de nieuwe methode om duidelijkheid te brengen. De verschillende uitkomsten van de verschillende meetmodellen die tot nog toe naast elkaar werden gebruikt, leidden tot verwarring in het debat over bestaanszekerheid.
Volgens de nieuwe definitie is iemand arm als er na het betalen van de vaste lasten te weinig geld overblijft voor de boodschappen en andere basisbehoeften. Hiervoor heeft het Nibud berekeningen gemaakt voor 35 verschillende gezinssamenstellingen en situaties: alleenstaanden, stellen, twee ouders met jonge of oude kinderen en eenoudergezinnen. Er is ook gekeken naar verschillende kostenplaatjes.
Dat de armoedecijfers lager uitvallen, komt voornamelijk omdat mensen met een eigen vermogen, naast een laag inkomen, niet langer tot de armen gerekend, legt hoofdeconoom Peter Hein van Mulligen van het CBS uit. Dit geldt bijvoorbeeld voor zzp’ers met weinig inkomsten die wel wat spaargeld hebben.
De ontwikkelaars erkennen dat er kanttekeningen zijn te maken bij de nieuwe rekenmethode. Zo worden bijvoorbeeld extra zorgkosten, schulden en kinderopvangkosten niet meegerekend, vanwege het ontbreken van bruikbare data. Daklozen tellen niet mee. Ook zullen er minima zijn die bijvoorbeeld door hogere woonkosten dan de opgestelde normbedragen toch onder de gestelde grens vallen.
De uitkomst verbaast socioloog Godfried Engbersen niet. Hij is voorzitter van de commissie sociaal minimum: ‘Het is een realistisch getal als je armoede meet in een rijk land.’ Wel gaat de methode uit van de aanname dat mensen daadwerkelijk alle toeslagen aanvragen waar ze recht op hebben. ‘We weten dat dat niet het geval is.’
Ook Anna Custers, lector armoede-interventies aan de Hogeschool van Amsterdam, vindt de rekenmethode wetenschappelijk sterk onderbouwd. Beide deskundigen noemen het bovendien een enorm winstpunt dat er met de gezamenlijke methode een einde komt aan de spraakverwarring rond armoede.
‘De instituten hebben berekend wat nodig is om rond te komen en mee te doen in de samenleving, met reële woon- en energielasten’, zegt Engbersen. ‘Er zit veel denkkracht in.’
De berekeningen laten duidelijk zien waardoor de armoede de afgelopen jaren is afgenomen. De werkloosheid is gedaald, het minimumloon is gestegen en sommige toeslagen zijn verhoogd. Engbersen: ‘Dit maakt duidelijk dat armoede voor een belangrijk deel is op te lossen met beleid.’
Sommige maatregelen zullen echter ook weer verdwijnen, zoals de energietoeslag. De effecten daarvan zullen te zien zijn in de toekomstige cijfers, verwacht Engbersen.
De socioloog denkt niet dat de politieke aandacht voor bestaanszekerheid zal verslappen. ‘Het blijft een substantieel vraagstuk. 540 duizend Nederlanders onder de armoedegrens is dan misschien minder dan eerder gedacht, het is nog steeds het inwonertal van een stad als Den Haag.’
Wat opvalt aan de cijfers is dat het aandeel werkenden in de groep onder de armoedegrens sterk is toegenomen. In 2023 was zo’n 40 procent aan het werk. Zij komen gemiddeld meer geld tekort dan mensen met een uitkering.
Custers vindt het zorgelijk dat de intensiteit van de armoede in deze groep toeneemt. Daarbij vraagt zij aandacht voor de 1,2 miljoen mensen die volgens de nieuwe rekenmethode net boven de armoedegrens zitten en weinig financiële buffers hebben. ‘Het is niet zo dat je situatie oké is als je net 100 euro meer hebt te besteden.’
Ook CBS-hoofdeconoom Van Mulligen ziet die, wat hij noemt, ‘kwetsbare groep’. De armoedegrens is geen magische grens, beklemtoont hij. ‘Als je daar net boven zit, hoeft er maar iets te gebeuren en mensen kunnen er onder zakken.’
Daarom vindt onder meer het Armoedefonds dat er meer oog moet zijn voor de 1,2 miljoen net boven die grens, omdat bij wijze van spreken een kapotte koelkast soms al tot problemen kan leiden. Er zijn zeker nog stappen te maken, zegt Custers. ‘Maar duidelijk is dat de armoede de laatste vijf jaar aanzienlijk is afgenomen. Daar mogen we blij mee zijn.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant