Home

Een ‘smartlap van twee uur’ over de Jordaan: Diederik Ebbinge wil met zijn musical serieus ontroeren

Na films en satirische tv-programma’s wil Diederik Ebbinge nu het publiek emotioneren met Onze Jordaan, een door hemzelf bedachte, geschreven en geregisseerde musical. ‘Meer dan ooit gaat het in deze tijd om verbinding.’

schrijven voor de Volkskrant over onder meer populaire cultuur.

Diederik Ebbinge (55), acteur, tv-maker, presentator en tegenwoordig musicalregisseur, heeft in de dinerpauze van de repetities voor Onze Jordaan een bord flink volgeschept (rijst, saté, een bergje groente). Tussen twee happen door begint hij in De Meerpaal in Dronten te zingen:

De Jordaan is het hart van ons mooie Amsterdam,
En dat hart is gemaakt om te kloppen
Jullie breken het af en slopen de boel
Dus ik vraag alsjeblieft laat het stoppen
Want die oude Jordaan moet toch blijven bestaan
Na na na na na na na

Het dialect is onmiskenbaar Amsterdams. Een protestlied tegen de sloop van de Jordaan, verduidelijkt Ebbinge, gezongen door lokaal icoon Tante Leen. Later galmen ook een paar fragmenten uit opera’s van Giuseppe Verdi door de artiestenfoyer van het theater. In Onze Jordaan smelten beide fenomenen samen, levensliedjes en opera. De parelvissers en Slavenkoor worden afgewisseld door meezinger Bij ons in de Jordaan en het zoete De glimlach van een kind.

Echt pezen

Ebbinge maakt een montere, lichtelijk gejaagde indruk; in amper zes weken een nieuwe musical instuderen, dat blijkt ‘echt pezen’ te zijn. Anderhalve week voor de première krijgt het door hem bedachte en geschreven script gestalte in wat in jargon de ‘montage’ heet. Na de repetities in Diemen is het het eerste samenspel op één locatie van alle betrokkenen, de acteurs, muzikanten, choreograaf, kleedsters en de licht- en geluidspecialisten.

‘Er is eigenlijk te weinig tijd om rustig te schaven aan alle scènes. Er is altijd haast. Dat conflicteert met mijn karakter. Nooit denk ik aan het eind van de dag dat alle scènes perfect zijn. No fucking way.’

Hij noemt zichzelf een maximalist, volgens de definitie ‘iemand die streeft naar inwilliging van al zijn wensen en verlangens’. De race tegen de klok moet uiteindelijk een ‘smartlap van een krappe twee uur’ opleveren, in een theatervorm, musical, waar Ebbinge zich niet eerder aan waagde. Zijn doelstelling: ‘Ik wil iedereen in tranen hebben.’

Musicaldebuut

Vanaf de première op maandag 21 oktober staan 64 voorstellingen gepland, eerst in het Amsterdamse musicalpaleis DeLaMar en aansluitend in acht grote zalen in het land. Het is een kostbare productie, met achttien acteurs, acht orkestleden en een technische ploeg van meer dan 25 mensen.

De producent, TEC Entertainment (onder meer We Will Rock You, West Side Story en Jesus Christ Superstar), heeft een reputatie hoog te houden. Net zoals de cast, met Ellen Pieters, Richard Spijkers, Yvonne van den Eerenbeemt en Roosmarijn Luyten, de vrouw van Ebbinge.

Dus het is zeker opmerkelijk dat de leider van het gezelschap niet eerder een musical heeft geregisseerd. Alleen in een rol als invaller in de Hazes-musical Hij gelooft in mij, twaalf jaar geleden, stortte Ebbinge zich op het genre. Eerder dit jaar zond Avrotros een komische serie van zijn hand uit óver een musical, Koningshuis the Musical.

Zelfvertrouwen

Van onzekerheid is in Dronten niks te merken, niet tijdens de dinerpauze en niet tijdens de montage. ‘Ik weet wat ik wil.’ Kalm en met oog voor details, van muzikale intermezzo’s tot de positionering van decorstukken en loopbewegingen van acteurs, loodst Ebbinge in de grote zaal de medewerkers door het script. Muzikaal supervisor Jeroen Sleijfer kort op zijn verzoek een muziekstuk met vier maten in, stoelen worden verschoven in de huiskamer van hoofdpersoon Greet (Ellen Pieters), de lichttechnicus past zijn schijnsel erop aan.

Tijdens het eten, als zijn onervarenheid ter sprake komt: ‘Al doende leert men, hè?’ De ondertoon is nonchalant. ‘Dit is één groot avontuur.’ Ook: ‘De gedachte dat dit voor mij te hoog gegrepen is, komt niet bij me op.’

Aan zelfvertrouwen ontbreekt het niet bij de man die na de Kleinkunstacademie aan de zijde van Rutger de Bekker en Remko Vrijdag dertien jaar voorstellingen maakte met cabaretgroep De Vliegende Panters. Daarna zwenkte zijn loopbaan talloze richtingen op. Ebbinge was acteur in dramaseries op tv en in films en regisseerde een film die in de prijzen viel (Matterhorn, in 2013).

Satire

De laatste jaren maakte hij furore als hoofdonderwijzer Anton in De luizenmoeder (hij schreef ook het script, samen met Ilse Warringa), presenteerde hij op tv onder meer Kiespijn en Top 2000 à Go-Go en verdiende hij bij als stem van supermarktketen Aldi – onlangs werd hij vervangen door AI.

In zijn werk is satire zelden ver weg, maar deze grootschalige musical moet het publiek dus vooral serieus emotioneren. Wie nu aan Ebbinge denkt als de net iets te joviale gangmaker in zijn meesterlijke talkshowparodie Promenade, trekt bij zijn Onze Jordaan-missie wellicht een wenkbrauw op. Ebbinge: ‘Een warme voorstelling waarin mensen na een breuk weer nader tot elkaar komen. Meer dan ooit gaat het in deze tijd om verbinding.’

In zijn eigen kring wekte zijn nieuwste project geen verbazing. ‘Dit is gewoon een nieuwe uiting van zijn creativiteit’, zegt Rutger de Bekker. Na hun De Vliegende Panters-tijd hielden ze intensief contact. Als componist werkte De Bekker mee aan diverse projecten van Ebbinge, Promenade onder meer.

Geen verrassing

‘Frank Lammers regisseerde vijftien jaar geleden Dromen… zijn bedrog en won een Musical Award. O, dus nu ben ik musicalregisseur, was zijn ironische reactie. Het is natuurlijk veel simpeler. Je creëert iets, kiest een vorm en gaat ermee een podium op. Het lijkt er misschien op dat Diederik een onverwachte stap heeft gezet, maar het is gewoon een van de creatieve ideeën die hij heeft uitgewerkt.’

Ebbinge: ‘Ik ben hier niet blind ingestapt natuurlijk, ik ben opgeleid als theaterman.’ Met Sleijfer, de ervaren muzikaal leider en arrangeur van Onze Jordaan, trok hij zich in de voorbereiding twee keer een week terug in een huisje, in Twente en de Kennemerduinen. Hun wegen kruisten elkaar eerder toen ze allebei betrokken waren bij Hij gelooft in mij.

Sleijfer: ‘Hij had net zijn eerste film gemaakt. Wat me toen al vooral opviel was zijn wonderbaarlijke ik-ga-het-gewoon-doen-mentaliteit. Als hij iets leuk vindt, gaat hij ermee aan de slag. Dus dat hij een musical wilde maken, verraste me niet.’

Tranen in de ogen

Dat hij het ook daadwerkelijk voor elkaar kreeg, daarover was Sleijfer wel verbaasd. ‘Veel mensen hebben een idee voor een musical en willen er een maken, maar het lukt vrijwel nooit. Vaak heeft het met geld te maken, een musical vergt een enorme investering. Producenten wagen zich er niet snel aan. Dat hij het toch voor elkaar krijgt, is verbazingwekkend. Hij heeft een fantastisch cv, maar niet als musicalmaker.’

Met een Spotify-afspeellijst op zijn telefoon en de synopsis van het script bezocht Ebbinge meerdere producenten. ‘Ze waren allemaal enthousiast’, zegt hij zelf. ‘En iedereen zat op een gegeven moment met tranen in zijn ogen.’

Producent Marc Muller van TEC Entertainment, glimlachend: ‘Ik niet hoor.’

Volgens Roosmarijn Luyten, Ebbinges vrouw, kreeg een van hun twee tienerkinderen – nu 17, destijds 14 jaar – een brok in zijn keel bij het lezen van het allereerste script. ‘Ik ga ervan uit dat er ook het nodige te lachen zal zijn’, wil Ebbinges jeugdvriend Rolf Jan Rutten gezegd hebben.

Authentiek Nederlands

Het plan om opera en het levenslied te combineren beviel hem zeer, zegt producent Marc Muller, mede vanwege zijn eigen Amsterdamse achtergrond. ‘Het sprak me ook aan omdat we op zoek waren naar authentieke Nederlandse verhalen. We wilden iets nieuws maken, in plaats van weer een buitenlands stuk te vertalen.’

De titel die Ebbinge voor de musical in zijn hoofd had, Belcanto, haalde het niet. ‘In het Italiaans betekent het mooi zingen, maar die term kennen veel mensen niet. Met zo’n titel kunnen we een musical niet verkopen.’

De regisseur had Ebbinge ook al uitgekozen: hijzelf. Muller: ‘Hij zou het niet uit handen geven. Ik heb de afweging gemaakt om het risico te nemen.’ De voorzorgsmaatregel: ‘Ik heb mensen om hem heen gezet van wie ik wist dat ze hem konden sturen, mensen met bergen ervaring op elk vlak.’

Verzinner en uitwerker

Het typeert Ebbinge als maker, zeggen vrienden en collega’s. Het liefst is hij zowel verzinner als degene die een idee zo scherp mogelijk uitdenkt en uitwerkt, omringd door mensen die lol en eerzucht op dezelfde manier laten samenvallen als hijzelf doet.

Zoals hij in deze krant opmerkte in een portret van Promenade-lieveling en acteur Ton Kas, met wie hij niet alleen een gevoel voor absurde humor deelt, maar ook een kritische blik op de kwaliteit van de scripts die ze als acteurs opgestuurd krijgen: ‘De onkwaliteit, de gemakzucht waarmee dingen maar in elkaar geflanst worden, het opportunisme. Dat háát Ton. En dat haat ik ook. Wij zijn allebei perfectionisten die van millimeterwerk houden, het kleine gefuck, de details. Dáár zou alles voor moeten wijken.’

Ebbinge is een kunstenaar die in staat is om charmant en groothartig te zijn en tegelijkertijd kritisch, aldus Ruut Weissman. Sinds hun deelname aan het Amsterdams Kleinkunst Festival in 1995 regisseerde hij De Vliegende Panters. Als hij terugdenkt aan die periode, schieten twee woorden hem direct te binnen: ‘Enorme vrolijkheid.’ Als ze in zijn huis in Frankrijk een nieuwe voorstelling bedachten, ‘ging iedereen kruipend van de lach over de vloer’.

Kiek

Ebbinge noemt hij ‘echt de maker’ van het stel. ‘De beste acteur was Remko, en Rutger was de stilist en muzikant. Ik wil de andere jongens niet tekortdoen, want zij waren onmisbaar voor de ongelooflijk grappige aanvullingen en details, maar Kiek groeide gaandeweg uit tot de grote geest, de bedenker.’

Kiek? ‘Zo staat hij in mijn telefoon. Het is zijn bijnaam. Zijn ouders, familie en veel anderen noemen hem zo.’ Weissman leerde hem kennen als ‘een kakjongen uit Baarn’, en die kakjongen uit Baarn ziet hij nog steeds. Waar ’m dat in zit? ‘In hoe hij praat, hoe hij een biertje aan zijn mond zet. Echt als een kakjongen uit Baarn, dat zou ik nooit zo doen.’

Ze zijn bevriend gebleven en even waren ze van plan samen te werken – met de ervaren Weissman, die onder meer de musical Hij gelooft in mij regisseerde, in de rol van een soort souschef bij Onze Jordaan. ‘Daar zagen we allebei toch van af. Bel me maar gewoon als er iets is, heb ik gezegd.’

Stapelmesjokke

Dat deed Ebbinge. Waarover die telefoontjes gingen? ‘Het gedoe. Hoe krijg je alles georganiseerd op het toneel? Een musical optuigen is een ongelooflijke machinerie. Belichters, muzikanten, choreografie, kleedsters; de hele dag komen er mensen bij je met vragen.

‘Bij een film neem je steeds een scène op, en als die goed is, dan is dat klaar. Bij een musical heb je te maken met acteurs die een scène de volgende repetitiedag weer helemaal anders kunnen spelen dan de dag ervoor. Daar word je soms stapelmesjokke van. Hoe je dat soort dingen moet oplossen, leer je pas terwijl je bezig bent.’

Ebbinge appte op een gegeven moment vooral hopeloos over het gebrek aan tijd, zegt Weissman. ‘Als je wat meer ervaring hebt, kun je erop vertrouwen dat je de tijd uiteindelijk weet in te halen. Daarmee probeerde ik hem gerust te stellen: als je goed voorbereid bent en veel aandacht investeert, komt het altijd goed. Ik heb met hem afgesproken dat we na de première gaan eten, en dan mag hij al z’n frustraties bij mij van zich afschreeuwen.’

Lief

Het is gekkenwerk, zegt ook Luyten, in Onze Jordaan de dochter van hoofdpersonage Greet. Haar Amsterdamse familie was een van de inspiratiebronnen van Ebbinge. Op de A6 van de Flevopolder naar huis in de Amsterdamse Watergraafsmeer varieert de stemming zodoende van ‘dit gaat helemaal goedkomen’ tot ‘Jezus Christus, we krijgen het nooit op tijd af’.

Met een regisseur die niet je man is, kom je er nog eens aan toe om het werk thuis los te laten, zegt Luyten. ‘Maar nu liggen we dus allebei met volle hoofden in bed naar het plafond te staren, benieuwd of de slaap zich ooit nog van ons meester zal maken.’

Wat haar opvalt aan zijn werk als regisseur? Ze moet lachen, ze weet dat het uit haar mond niet bijster verrassend klinkt. ‘Dat Diederik echt heel lief is. En duidelijk. Hij weet goed waar hij naartoe wil en zorgt er tegelijkertijd voor dat mensen zichzelf prettig voelen en het gevoel krijgen dat zijn verzinsels ook uit hún koker komen. Hij werkt vanuit het principe: ik vind het sowieso geweldig wat je doet, laten we samen kijken of het nog beter kan.’

Even geen politiek

Top 2000 à Go-Go presenteren vond hij een verademing, liet Ebbinge deze zomer optekenen door theaterblad Scènes. Want: geen politiek, geen mensen met meningen, geen polarisatie, gewoon plezier met muziek. Satire bevalt hem steeds minder, hoewel in het voorjaar een nieuwe reeks van Promenade zal worden uitgezonden, onder de titel Château Promenade.

In Dronten: ‘Het is tijd dat de harten weer zachter worden en de polarisatie wordt bestreden. Dat vind ik nu zinvoller dan Geert Wilders weer eens aanvallen, als hij heeft geroepen dat Femke Halsema op moet rotten en dat het tuig allemaal het land uit moet.’

Speelt misschien ook de wens mee om met een musical een ander, breder publiek aan te spreken, iets toegankelijker te zijn?

Vrolijke man

Generaliserend: de kijkersniche die Promenade beoordeelde als een van de grappigste tv-programma’s ooit gemaakt, bestaat vermoedelijk over het algemeen niet uit diehard musicalfans. Weissman: ‘De meeste bezoekers zullen nu afkomen op ‘musical’ en op ‘Jordaan’. Een kleinere groep is vooral benieuwd naar Diederik Ebbinge en wat die nu weer heeft verzonnen.’

Hij denkt absoluut niet in termen van ‘ik wil nu iets maken dat toegankelijk is’, vertelt Ebbinges beste vriend, Rolf Jan Rutten. Weissman beaamt dat: ‘Het interesseert hem niet wie er in de zaal zit, hij maakt gewoon wat-ie wil maken. En dat kan hij doen vanuit de luxe dat er voor zijn ideeën steeds genoeg belangstelling en geld beschikbaar is geweest.’

Weissman zou het evengoed een leuke bijkomstigheid vinden als dit project erin resulteert dat een groter publiek ziet dat het woord ‘verbinder’ nog helemaal zo gek niet gekozen is voor Diederik Ebbinge. ‘Hij kan in de goede zin over grenzen heen denken, durft veel en is een briljant observator van de tijdgeest. Maar zijn grote kracht is dat hij zo’n aanstekelijk vrolijke man is.’

Drijfveer

Het narrige van een Ton Kas, dat zit er volgens Weissman ook wel in bij hem, alleen komt het bij Ebbinge vooral tot uiting in zijn humor. ‘Naar buiten toe is hij altijd die goedlachse, geïnteresseerde, enthousiasmerende man die met dat charisma veel voor elkaar krijgt.’

Ontroering is al die jaren een drijfveer van hem geweest, zegt Weissman. ‘De humor van De Vliegende Panters was slim, stout, gelaagd, op een bodem van oprechte ontroering. Er was altijd weer een typetje als een achtergebleven jongen die goed een duif kon nadoen.’ Bij Promenade was het vooral de muziek die richting zachtere emoties dirigeerde, de vertolking van Eva Crutzen van Janis Ian’s At Seventeen bijvoorbeeld.

Luyten: ‘Tegen de klippen op hoopt hij dat zijn werk een beetje bijdraagt aan hoe mensen naar elkaar en de wereld kijken.’

Universeel verhaal

In dit geval dus: een onsje milder. ‘Onze Jordaan gaat uiteindelijk over het feit dat we allemaal op zoek zijn naar een beter leven, voor onszelf, voor onze kinderen, voor de generatie na ons, en dat het daardoor op plekken in de wereld een komen en gaan is van mensen. In dit stuk gaat het over de Jordaan, maar het is een universeel verhaal over dingen die voorbijgaan en dingen die daar weer voor in de plaats komen.’

Weissman: ‘Als de scudraketten straks over Nederland vliegen, dan moeten we gewoon Kiek vragen om het land moed in te spreken.’

Onze Jordaan, de musical, première 21 oktober in theater Delamar in Amsterdam. Daarna te zien in Groningen, Amstelveen, Breda, Hoofddorp, Alkmaar, Haarlem, Purmerend en Leusden.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next