Home

Opinie: Daar waar de rechtsstaat en zijn instituties onder druk staan, kan ik als VVD-lid niet langer zwijgen

Een zekere mate van pragmatisme is voor de VVD noodzakelijk in een coalitieland. Maar dat geldt niet wanneer een coalitiepartner in woord en daad de rechtsstaat ondermijnt, betoogt VVD-lid Mike Jansen.

In de aanloop naar het partijcongres van november schreef Edith Schippers, voorzitter van de VVD-fractie in de Eerste Kamer, met enige trots aan de leden van de VVD dat de ‘can-do-mentaliteit’ van het kabinet-Schoof haar aanspreekt, net als het motto ‘bevlogen pragmatisme’.

Wat Schippers daarmee precies bedoelt bleef in het midden. Misschien dat ze met ‘can-do’ wilde verwijzen naar de beginselen van het liberalisme. Liberalen staan immers voor het recht en de vrijheid van ieder individu om eigen keuzes te maken, waarbij iedereen zich kan ontwikkelen zoals hij of zij dat zelf wil. Maar het is de vraag of deze liberale uitgangspunten nog wel gelden in een regering die rommelt aan de beginselen van de rechtsstaat.

Over de auteur
Mike Jansen is advocaat in Amsterdam en betrokken lid van de VVD. Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Pragmatisme

Wat ‘bevlogen pragmatisme’ betekent werd evenmin duidelijk, zij het dat de VVD traditioneel geneigd is een pragmatische houding aan te nemen. Een erfenis van onze voormalige minister-president.

Nou is een zekere mate van pragmatisme natuurlijk noodzakelijk in een coalitieland,
waar nu een keer compromissen moeten worden gesloten. Dan moet je soms pragmatisch zijn om overstemming te bereiken over het te voeren beleid. Maar dat geldt niet wanneer een coalitiepartner in woorden of daden de rechtsstaat ondermijnt. Dan past het elke liberaal om op te staan en zich daartegen uit te spreken.

Maar de VVD staat niet op en spreekt zich niet uit, met als excuus dat ze niet op elk stuk rood vlees wil reageren dat de Kamer in wordt geworpen. Ook een erfenis van Mark Rutte, die vaak zo reageerde op uitspraken van Geert Wilders. Maar Wilders zat toen in de oppositie, terwijl de VVD nu onderdeel is van een coalitie waar dit rode vlees sinds de formatie in grote hoeveelheden in de ijskast ligt. Zij kan zich dus niet zomaar hiervan distantiëren.

Toeval of niet, het bericht van Schippers viel samen met de Rechtsstatelijke Toets Regeerprogramma 2024, die onlangs is uitgevoerd en gepubliceerd door de Nederlandse Orde van Advocaten. In haar onderzoek heeft de Orde het rechtsstatelijk gehalte van het regeerprogramma van het kabinet-Schoof getoetst. Kort gezegd is de Orde van mening dat de plannen van de regering op zes onderdelen de rechtsstaat kunnen verbeteren, op 28 onderdelen een bedreiging vormen voor de rechtsstaat en op negen onderdelen in strijd zijn met de beginselen van de rechtsstaat. Een duidelijke conclusie.

Toets

Maar de rechtsstatelijke toets is ook om een andere reden interessant. Het gaat dan om het onderdeel waarin de Orde nog eens aangeeft wat een rechtsstaat eigenlijk is en wat moet worden verstaan onder een rechtsstatelijke bestuurscultuur. Zo stelt de Orde dat binnen een rechtsstaat de burgers erop moeten kunnen vertrouwen dat de overheid zich houdt aan de grondwet en de Europese en internationale verdragen en regelgeving, dat eenieder gelijk is voor de wet en dat geen sprake is van discriminatie. Kern van de rechtsstaat is de ‘rule of law’, hetgeen betekent dat elke vorm van macht binnen de rechtsstaat zijn oorsprong vindt in het recht. Niet mensen, maar wetten regeren ons.

Met betrekking tot een rechtsstatelijke bestuurscultuur stelt de Orde dat sprake moet zijn van een integere en transparante overheid. Die overheid moet publiekelijk verantwoording afleggen en zichzelf waar nodig corrigeren of laten corrigeren. Dat vraagt, aldus de Orde, om voorbeeldgedrag; het openbaar gezag dient niet op zoek te gaan naar wat rechtsstatelijk nog net kan, maar dient actief en betrokken aan de rechtsstaat te bouwen en deze te versterken.

Daarbij behoort de overheid de rechtsstaat niet te zien als een hindernis, maar als een instrument en voorwaarde van goed bestuur. Vertrouwen vormt de basis van de rechtsstatelijke bestuurscultuur.

Kleine stapjes

De Orde geeft ook een waarschuwing: rechtsstatelijk verval kenmerkt zich door kleine stapjes, waarin telkens weer concessies aan constitutionele beginselen en grondrechten worden gedaan. En dat is inmiddels ruimschoots aan de orde. Elke week is het weer een verrassing waar onze ‘can-do’-regering nu weer mee aankomt.

Zo kwam vorige week het voorstel om deelnemers aan een demonstratie het land uit te zetten, evenals de burgemeester van Amsterdam. Toen dat laatste niet leek te lukken, kwam er een voorstel om haar dan maar te ontslaan. Voor de goede orde: we hebben het hier over voorstellen van leden van de Tweede Kamer. Om nog maar niet te spreken van alle uitspraken en gedragingen van onze nieuwe ministers en staatssecretarissen.

Helaas voor minister Faber mogen er geen bordjes in de asielzoekerscentra worden geplaatst die de asielzoeker erop attenderen dat aan zijn terugkeer wordt gewerkt. Overigens is Fabers gedragen motivering voor de noodwet nog niet helemaal rond, maar die komt binnenkort. Ik ben benieuwd. Minister Agema heeft alvast aangegeven dat ze wel eens wil zien wie zo stoer is om het noodrecht tegen te houden en staatssecretaris Chris Jansen staat nog vierkant achter de ‘minder Marokkanen’-uitspraak van Geert Wilders, terwijl deze toch aanleiding was voor een strafrechtelijke veroordeling.

En dit is nog maar het begin. De ijskast ligt vol.

Compromissen

Binnen de VVD wordt dit allemaal zwijgend aangezien. De partij is na jaren van linkse compromissen immers eindelijk in staat om haar rechtse agenda uit te rollen. Misschien bedoelde Schippers dat wel met ‘bevlogen pragmatisme’. Maar dit gaat niet over links of rechts beleid, of over de vele liberale kamers in het huis van Wiegel. Dit gaat over het bewaken van de rechtsstaat en de liberale waarden. Dit gaat over onze vrije democratische samenleving en over het vertrouwen dat de overheid zich aan de regels zal houden, het vertrouwen dat elke burger gelijk is voor de wet en in dezelfde mate toegang heeft tot het recht.

Dat vergt, zo volgt ook uit het rapport van de Orde, voorbeeldgedrag en een actieve betrokkenheid. En daar schort het aan binnen de VVD. Zij kiest ervoor om niet te reageren en om lijdzaam toe te zien dat regels aan de kant worden geschoven om het can-do-beleid mogelijk te maken. Daar waar de rechtsstaat en zijn instituties onder druk staan zwijgt de VVD, met als consequentie dat zij langzamerhand in een positie wordt gerommeld waarin steeds meer afbreuk wordt gedaan aan de liberale waarden die zij zo hoog in het vaandel heeft.

Door deel te nemen aan deze regering heeft de VVD ervoor gekozen medeverantwoordelijk te zijn voor de gedragingen van haar coalitiepartners. Het is dus (ook) haar taak om te zorgen dat deze coalitie binnen de regels van onze democratische rechtsstaat acteert. Ook en vooral wanneer coalitiegenoten daar geen boodschap aan hebben. Een pragmatische houding past daar niet bij; alle bevlogenheid ten spijt.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next