Op de heilige plekken van Jeruzalem is het sinds 7 oktober niet meer hetzelfde. De sfeer is gespannen. Vooral rondom de Rotskoepel.
In de Rotskoepel valt iedereen stil, want de Israëlische politie walst binnen. Twee vrouwen en een man, bewapend, in zwarte uniformen. Op hun zware gevechtslaarzen dreunen ze door de schrijn met het gouden dak, beeldbepalend voor de aanblik van Jeruzalem, het oudste islamitische bouwwerk ter wereld (bouwjaar circa 691) dat nog overeind staat.
Over de auteur
Ana van Es is rondreizend columnist voor de Volkskrant. Eerder was ze onder meer correspondent in het Midden-Oosten.
De agenten maken een ronde langs de rots. Die is omgeven door een hoog houten hek. Je moet op je tenen gaan staan om eroverheen te kijken, om de steen der stenen te zien, zandkleurig, plat en grillig, waar het volgens de heilige geschriften en de oude verhalen allemaal gebeurde.
Op deze rots werd volgens Joden de wereld geschapen. Hier bleek Abraham bereid om zijn zoon Isaak te offeren voor God. Hier steeg de islamitische profeet Mohammed van een stralend wit rijdier met vleugels, zo snel als de bliksem, tijdens zijn ‘nachtreis’ vanuit Mekka. Vanaf de rots beklom Mohammed een ladder naar de hemel.
De politie werpt een laatste blik op de gelovigen en verdwijnt in het voorportaal. Niemand begrijpt precies wat ze hier doen. Zeker is dat dit soort invallen sinds enkele maanden het nieuwe normaal zijn in de Rotskoepel. ‘Zo gaat het tegenwoordig elke dag’, fluistert een vrouw.
Want ja, dit religieuze kruitvat is een wonderwereld vol verrassingen: de Rotskoepel is het domein van vrouwen. Op stapelbare plastic tuinstoelen zitten ze in groepjes rondom de rots. Zodra de agenten zijn vertrokken, zwellen hun stemmen en gelach aan.
Een vrolijk ‘goedemorgen’ klinkt, er is thee in kartonnen bekertjes. De sfeer is die van een buurthuis, alle vrouwen kennen elkaar uit Oost-Jeruzalem. Ze lezen in de Koran. ‘We leren hier en dan hopen we dat we later naar het paradijs mogen, naar de profeet’, legt een van hen uit.
Mannen verkiezen meestal de naastgelegen Al Aqsa-moskee, groter, statiger, iets moderner qua bouw. De enkele meneer die zijn Koran wil bestuderen in de Rotskoepel, gaat uit goede gewoonte met zijn rug naar de dames zitten.
Als niet-moslim mag je de Rotskoepel officieel niet bezoeken. Maar dit is het Midden-Oosten, dus officieus is alles mogelijk. Wel eerst een lange rok en een witte hoofddoek lenen bij de Katoenverkopers-poort. De bewaker bij de ingang wil niet zichtbaar hebben dat je ‘een buitenlander’ bent.
Moslims noemen de heuvel waar de Rotskoepel en de Al Aqsa-moskee staan Haram al Sharif, het heilige toevluchtsoord, de belangrijkste plaats in de islam na Mekka en Medina. Joden en christenen spreken over de Tempelberg, naar de twee Joodse tempels die hier in de oudheid volgens de overlevering stonden.
De berg staat synoniem voor bloedvergieten, ook in onze tijd. Koning Abdullah van Jordanië werd hier in 1951 vermoord. Een bezoekje van de toenmalige premier van Israël, Ariel Sharon, betekende in 2000 het begin van de Tweede Intifada. Tientallen mensen zijn hier gedood, meestal Palestijnen, soms ook Israëlische agenten.
Aan de westkant van de berg, buiten het zicht als je boven staat, bevindt zich dat andere heiligdom voor Joden, de Westelijke Muur of Kotel, door christenen ook de Klaagmuur genoemd, een restant van de buitenmuur van de tweede tempel (verwoest in 70 na Christus).
Het plein voor de muur waar de gelovigen zich verzamelen, het Westmuurplaza, mist de grandeur van eeuwen. Dit is nieuwbouw van na 1967, druk, zonnig en krap. Alleen al daarom is het niet verwonderlijk dat sommige Joden het liefste bijeen zouden komen op de berg waar zo’n drie millennia geleden koning Salomo de eerste tempel liet bouwen.
Maar in het belang van zoiets als gezamenlijke vrede in het Heilige Land zag de Israëlische politie er eerder op toe dat dit niet gebeurde. Toen Israël in 1967 Oost-Jeruzalem veroverde, bleef het dagelijkse beheer van de berg in handen van de stichting de Waqf, onder gezag van Jordanië. Dit is de afspraak met de Waqf: hoe heilig deze berg voor Joden ook is, ze mogen hier niet bidden.
De opperrabbijnen van Israël doen er een schepje bovenop. Die achten elk Joods bezoek aan de Tempelberg ‘streng verboden’. De gedachte is dat men per ongeluk de tempelruïnes kan ontheiligen door eroverheen te lopen. Maar steeds meer orthodoxe Joden zoeken andere rabbijnen. Die vinden dat je wel de Tempelberg mag betreden, mits je vooraf een ritueel bad neemt.
Afgelopen zomer voltrok zich in de Israëlische regering een aardverschuiving. Joden die op de Tempelberg willen bidden, worden niet langer door de politie tegengewerkt, maar krijgen juist hulp van de overheid. Een gewapende politie-escorte moet hen beschermen tegen de moslims op de berg.
De koerswijziging komt van minister van Nationale Veiligheid Itamar Ben-Gvir, de meest rechtse loot van het toch al rechtse kabinet-Netanyahu. Hij komt graag op de Tempelberg. Het liefste ziet hij hier een synagoge verrijzen.
Radicale Joodse organisaties gaan verder. Zij dromen hardop over de bouw van een Derde Tempel. De ruim 1300 jaar oude Rotskoepel en de Al Aqsa-moskee zouden dan eerst opgeblazen moeten worden. Nog niet zo lang geleden gold de Derde Tempel-beweging als gevaarlijk extremisme, maar na 7 oktober 2023 begint ook dat te veranderen.
Daar komt een groepje Joodse mannen bij de Marokkaanse Poort, een van de elf toegangspoorten naar de berg, de enige onder controle van Israël. De mannen negeren een verbodsbord van de opperrabbijnen dat nadrukkelijk boven de poort hangt. Ze dragen religieuze boeken mee. Neuriënd lopen ze via een houten brug de berg op.
Onder bewaking van de politie lopen ze oostwaarts, langs de Al Aqsa-moskee, naar de afgesloten Gouden Poort aan de oostrand van het complex, waar volgens de Joodse traditie de Messias zal arriveren. In de schaduw van bomen bidden de mannen richting de Olijfberg.
Rondom de Rotskoepel is de sfeer gespannen. ‘De mensen zijn bang, ze wachten op wat komen gaat’, zegt Maysoon Siam, een gepensioneerde docent wiskunde uit Oost-Jeruzalem die onder een afdakje de Koran uit haar hoofd leert.
Ze komt hier graag, omdat ze ‘iedereen kent’, en je zomaar met andere vrouwen aan de praat raakt, ‘je hoeft niks af te spreken’. Zo leerde ze het geloof kennen. ‘Voordat ik hier kwam, droeg ik geen hoofddoek.’ Maar nu blijven veel vrouwen thuis. ‘Vanwege de Joodse kolonisten die hier komen.’
In oneerbiedige vastgoedtermen zou je kunnen zeggen dat de moslims beschikken over een A-locatie met uitzicht. Haram al Sharif is een aaneenschakeling van pleinen met trappen, ruim veertien hectare groot, die panoramisch uitkijken over de oude stad en de Olijfberg. ‘Het paradijs van Jeruzalem’, glundert een gids.
Dit is niet alleen een religieus heiligdom, maar ook een ontmoetingsplaats en stadspark. ‘Het moet een plaats zijn waar een jonge pasgetrouwde vrouw met haar vriendinnen gaat picknicken, en haar echtgenoot zich geen zorgen maakt’, zegt Yussuf al Natsheh, een Palestijn die jarenlang in het bestuur zat van de Waqf.
De koning van Jordanië betaalt nog altijd de salarissen van Waqf-ambtenaren. Maar in een steeds rechtser Israël is zijn gezag nauwelijks nog voelbaar, dat is een van de problemen, fluistert men hier. (Het zittende Waqf-bestuur geeft geen interviews.)
‘We komen omdat het hier fijn is’, zegt een jonge moeder met in de kinderwagen zoontje Saïd (1 jaar). ‘In de bibliotheek gaan we boeken en speeltjes voor hem lenen.’ Het moskeecomplex kent twee bibliotheken. Die in de kelder van de Al Aqsa-moskee staat vol met islamitische standaardwerken, zoals je zou verwachten.
De tweede bibliotheek, in een zijvleugel, heeft een collectie over moderne geschiedenis, woordenboeken, politiek, planken vol over het Israëlisch-Palestijnse conflict en een kinderafdeling met kasten vol prentenboeken. Voor jonge moeders is een les over ‘goed ademhalen’ in volle gang. Ademhalen door je neus is goed, door je mond niet.
Enkele tientallen meters bergafwaarts, op het overvolle Westmuurplaza, komen Joden vooral om te bidden, niet zozeer om te spelen, te picknicken of cursussen te volgen. Voor een bibliotheek is geen ruimte. Wel zijn hier boekenkasten met Torahs die je kunt lenen.
Boven op de berg arriveren alweer Joodse bezoekers, ongeveer vijftien mannen en vrouwen. Ze zijn vrolijk, ze maken selfies met op de achtergrond de Rotskoepel. Ze worden omringd door agenten.
Een van de Israëlische politiemannen zwaait zijn rubberkogelgeweer (in beginsel niet dodelijk, al kan een schot ernstige verwondingen geven) naar iedereen die voor hem te dichtbij staat en Palestijns oogt. Onder hen is ook de journalist van de Volkskrant (want ik draag nog steeds die geleende hoofddoek).
Moeders met kinderwagens verdwijnen in de schaduw. Mannen uit Haifa stoppen met het eten van kaak, zoet Palestijns sesambrood. ‘Ze willen dat we bang worden’, verzucht een gepensioneerde aannemer, hij komt hier met zijn volwassen dochter. Op de berg houdt iedereen de adem in. Dan lopen de bezoekers met hun politie-escorte naar de uitgang. Met hen verdwijnt de dreiging, voor even, voor zolang dit nog goed gaat.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant