Een corruptiezaak in het hart van zijn sociaaldemocratische partij brengt de Spaanse premier Pedro Sánchez in problemen. Zijn voormalige vertrouweling José Luis Ábalos zou betrokken zijn bij een mondkapjesschandaal – dat ook in Spanje een naargeestig overblijfsel is uit de coronajaren.
Strijden tegen corruptie is wat Pedro Sánchez het premierschap van Spanje bracht. In 2018 dwong hij zijn voorganger Mariano Rajoy met een motie van wantrouwen op de knieën, nadat diens rechtse Partido Popular in ongenade was gevallen door een reeks ernstige corruptieschandalen. ‘Sleep Spanje niet mee in uw val, meneer de premier’, beet Sánchez hem toen toe.
Over de auteur
Dion Mebius is correspondent Spanje, Portugal en Marokko voor de Volkskrant. Hij woont in Madrid.
Het maakt het des te pijnlijker dat Sánchez’ partij, de sociaaldemocratische PSOE, nu eveneens verzeild is geraakt in een corruptiezaak. En des te gevaarlijker voor de politieke toekomst van de premier en zijn toch al broze regering. ‘Sleep Spanje niet mee in uw val, meneer de premier’, bijt de rechtse krant El Mundo nu hém toe.
Hoe heeft het zo ver kunnen komen? De spil in dit verhaal is de 64-jarige José Luis Ábalos. Jarenlang was hij de rechterhand van Sánchez, en speelde hij een sleutelrol in diens opkomst: eerst binnen de partij, daarna in het Spaanse Congres. Toen Sánchez premier werd, hield hij zijn vertrouweling dicht bij zich: tussen 2018 en 2021 was Ábalos in twee regeringen minister van Transport.
Dat Ábalos nu van zijn voetstuk is gevallen, heeft te maken met zijn laatste jaren als minister, in de eerste jaren van de coronacrisis. Dat was een tijd van grote paniek - maar ook van grote kansen voor ondernemers zonder scrupules die een slaatje uit de crisis hoopten te slaan.
Eén van die ondernemers was Víctor Aldama, tot voor kort eigenaar van de bescheiden voetbalclub Zamora CF. Toen de Spaanse regering halsoverkop op zoek moest naar mondkapjes – en de betrouwbaarheid van de aanbieders daarvan een zorg was voor later – vond deze gewiekste zakenman een ingang bij een agentschap dat valt onder het ministerie van Transport.
Aldama wist een partij van acht miljoen mondkapjes aan dit agentschap te slijten voor het bedrag van 20 miljoen euro. Niet alleen hijzelf lijkt daar vorstelijk van te hebben geprofiteerd. In februari van dit jaar werd een voormalig adviseur van oud-minister Ábalos gearresteerd; hij zou grote bedragen aan smeergeld van Aldama hebben ontvangen.
Dat Ábalos zelf, die inmiddels Congreslid was geworden, daarvan niets zou hebben geweten, leek de sociaaldemocratische partij onwaarschijnlijk. Ábalos werd meteen de PSOE uit geschopt door Sánchez. Met deze harde opstelling tegenover zijn oude vriend wilde de premier duidelijk maken dat er onder zijn leiding geen enkele ruimte was voor corruptie.
Eind vorige week sloot het net zich verder rond Ábalos. Een politierapport, dat werd aangehaald door diverse Spaanse media, concludeerde dat de geboren Valenciaan een ‘relevante rol’ had gespeeld in de deal rond de acht miljoen mondkapjes. Ábalos zou het licht definitief op groen hebben gezet voor de aankoop ervan.
In ruil daarvoor mocht hij gebruik maken van een villa ter waarde van een half miljoen euro in de buurt van het zuidelijke Cádiz, aldus het politierapport . De villa telde zes slaapkamers, drie badkamers, een riant zwembad en bood uitzicht op zee, de Rots van Gibraltar en Marokko.
Ook zou ondernemer Aldama de huur hebben betaald van het appartement van de vriendin van Ábalos, in het centrum van Madrid. Die gunst zou een waarde hebben vertegenwoordigd van in totaal 82 duizend euro.
Zelf houdt Ábalos vol dat hij onschuldig is. ‘Ik ben onderdeel van geen enkel complot. En het belangrijkste: ik heb me op geen enkele manier verrijkt’, zei vorige week bij het verlaten van het Congres tegen tv-zender La Sexta.
Eerder verzekerde hij al dat hij zijn zetel als onafhankelijk parlementslid niet zou opgeven, hoe hevig de ‘publieke lynchpartij’ ook zou worden. ‘Ik moet mezelf verdedigen. Vandaag overkomt mij dit, morgen kan het een ander overkomen.’
Sánchez zal het met afgrijzen hebben aangehoord. Het is voor hem al lastig genoeg dat zijn vrouw Begoña Gómez wordt achtervolgd door beschuldigingen van corruptie, iets waarvoor overigens veel minder bewijs is. Het laatste waar de premier op zit te wachten, is een slepend mondkapjesschandaal met in de hoofdrol zijn voormalige steun en toeverlaat Ábalos.
Zolang Sánchez aan de macht is, zal corruptie ‘nooit onbestraft blijven’, beloofde de premier eind vorige week opnieuw. ‘Wie schuldig is, zal ervoor opdraaien.’
Stevige taal, die de ernst van de situatie alleen maar onderstreept. ‘Het is duidelijk dat Ábalos premier Sánchez met een probleem heeft opgezadeld’, aldus de centrum-liberale krant La Vanguardia. ‘En een flink probleem ook.’
‘Wij Spanjaarden mogen corruptie en onfatsoenlijkheid niet tolereren als iets normaals’, zei Ábalos in 2018 in het debat dat leidde tot het gedwongen vertrek van de rechtse premier Rajoy.
In 1976 sloot hij zich als 17-jarige aan bij de (jongeren van de) Spaanse Communistische Partij, die destijds nog illegaal was. Vijf jaar later maakte hij de overstap naar de sociaaldemocratische PSOE.
Hij is niet vies van een middagje kijken naar het gevecht van mens tegen stier. In 2019 droeg stierenvechter Román Collado een van zijn zeges op aan Ábalos, die in Madrid in het stadion zat.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant