De Europese Centrale Bank (ECB) verlaagt opnieuw zijn rente. Het wil daarmee een impuls geven aan de Europese economie, die al een tijdje hapert. Het is de derde verlaging in korte tijd.
Het belangrijkste rentetarief van de ECB gaat van 3,5 naar 3,25 procent. Op deze manier hoopt de Europese toezichthouder investeringen van bedrijven aan te jagen en consumenten aan te sporen hun geld te laten rollen in plaats van te sparen.
Dit moet een impuls geven aan de economie in de eurolanden. Onder meer in Duitsland gaat het niet al te best. De grootste economie van Europa zit momenteel in een recessie. Ook in Nederland wil het met de economische groei niet zo vlotten.
De drie verlagingen komen na een periode van ongekende renteverhogingen. De ECB schroefde vanaf medio 2022 zijn rente in hoog tempo op. Dit moest de gierende inflatie een halt toeroepen. Inmiddels is de prijsstijging redelijk onder controle.
De inflatie in de eurozone kwam vorige maand uit op 1,7 procent. Het was voor het eerst in jaren dat de prijsstijging onder de 2 procent uitkwam, het niveau dat de ECB graag ziet.
Een verlaging van de rente kan gevolgen hebben voor de pensioenen. Zo kan het voor fondsen lastiger worden om de pensioenen komend jaar te verhogen.
Dit komt doordat de fondsen werken met een rekenrente. Die moeten ze gebruiken om te bepalen hoeveel geld ze nu opzij moeten leggen om aan toekomstige verplichtingen te voldoen. Als de ECB zijn rente verlaagt, gaat de rekenrente voor pensioenfondsen vaak ook naar beneden, waardoor ze nu meer geld in kas moeten houden.
Sowieso maakten diverse fondsen eerder op donderdag al bekend dat zij de pensioenen niet verhogen komend jaar. Maar ambtenarenfonds ABP, de grootste van Nederland, is wel van plan om zogeheten indexering toe te passen. Eind november valt het definitieve besluit en de rekenrente is een van de factoren die daarin belangrijk is.
Source: Nu.nl economisch