De politie haalt twee keer zo veel honden weg bij hun baasjes vanwege bijtincidenten als vóór corona. Wat gebeurt er daarna met deze dieren? Stichting HondenCampus in Dongen is een van de Nederlandse organisaties die zelfs de grootste probleemhonden weer naar het rechte pad loodsen.
De HondenCampus in het Brabantse Dongen staat op een grijs terrein onder een grijze lucht. De enige kleur in het tafereel zijn de oranje geverfde kozijnen van het gebouw. In eerste instantie geen vrolijke plek voor honden, totdat je de bomen naast de kliniek ziet en de enorme grasvelden daarachter. Een paradijs voor elke hond.
Wanneer we de kennel in lopen, breekt er een enorm kabaal los. Honden beginnen te blaffen en te grommen. Hella van den Beemt, medeoprichter van de stichting, loopt zelfverzekerd door alsof het muisstil is.
"Ze reageren territoriaal", legt ze uit. "Als er een nieuw iemand op hun kleine plek komt en ze niet weg kunnen, denken ze dat ze er iets tegen moeten doen." Dat gedrag is een van de dingen die zij en haar team proberen te verbeteren.
Het gebouw bestaat uit drie rijen met hondenhokken. In de eerste gang, gang A, zitten honden die bij een nieuw baasje geplaatst kunnen worden. Gang B heeft honden die al goed op weg zijn of ook geplaatst kunnen worden. In gang C, waar het meeste kabaal vandaan komt, verblijven honden die enorm agressief zijn.
Bij een van de honden in gang B, een pitbull genaamd Barry, stopt Van den Beemt even. Met veel enthousiasme springt het dier tegen haar op. "Barry is een van de honden die binnenkwamen waarvan we dachten: die moeten we laten inslapen."
Barry was verwaarloosd en was zelfs te agressief om door de dierenarts nagekeken te worden. Daarom is hij naar de HondenCampus gebracht.
Hoewel het team er alles aan doet om het te voorkomen, moeten sommige honden inderdaad ingeslapen worden. Het is het vervelende deel van dit werk. "We helpen de honden die binnenkomen altijd", vertelt Van den Beemt. "Anders zou ik dit werk niet kunnen doen. Soms helpen we met pijnstillers of euthanasie en soms is dat met training."
Als een hond binnenkomt bij de Campus, probeert het team de hond rustig te laten wennen aan de nieuwe omgeving. Een van de trainers ontfermt zich over de hond. De dieren komen uit een stressvolle situatie en elke prikkel is dan te veel.
"In het gemeentebos hierachter mag niemand komen. Voor een hond die schrikt van elke andere hond en elk mens dat ze tegenkomen, is dat prikkelvrij." In het bos en op de velden rond de campus leren de trainers de honden opnieuw basisvaardigheden, zoals rustig aan de lijn lopen.
Barry lukt dat inmiddels aardig, al wil hij nog weleens tegen mensen opspringen. Zo'n grote hond als hij beukt mensen en kinderen al snel omver. Dat Barry een ommetje kan maken, is een hele prestatie die maanden heeft gekost.
Eerst keek Van den Beemt naar wat Barry motiveert. Op deze manier kon ze een positieve associatie creëren met de dingen waarvoor hij bang is.
"Een hond die bijvoorbeeld bang voor mannen is, krijgt elke keer als er een man langskomt een snoepje. De hond denkt dan: 'hé, ik zie een man, dus ik krijg iets lekkers', in plaats van te bijten of te blaffen."
Voor snoepjes vertoont Barry graag goed gedrag. Als hij opeens wil gaan springen, stopt Van den Beemt hem meteen. Wanneer hij stilzit en haar met zijn bruine ogen aankijkt, krijgt hij een hondenkoekje. Hij loopt daarna weer rustig naast haar.
"Het mooiste deel van mijn werk is wanneer een hond je weer vertrouwt", zegt Van den Beemt trots. "Dat een hond ondanks alle pijn alles achter zich laat en kan worden herplaatst, is erg mooi."
Bij zo'n herplaatsing krijgen het baasje en de hond een gedragscursus, zodat ze allebei alles weten wat ze moeten weten. Uiteindelijk herplaatst de stichting meer honden dan dat er moeten worden ingeslapen. En daar is een hond zoals Barry waarschijnlijk blij mee.
Source: Nu.nl algemeen