Wanneer ik mijn dochter naar het kinderdagverblijf breng, vertel ik haar onderweg waar we naartoe gaan. Ze begrijpt me nog niet – of ze negeert me al, wonderkind dat het is – maar hopelijk hoort ze aan mijn toon dat er iets vertrouwds te gebeuren staat. Daar vertrouw ik maar op.
Geregeld stel ik me voor hoe het is om niet te weten wat de volgende tel zal gebeuren. Je wordt opgetild, meegenomen, in een stoel gezet, bij vreemden op schoot, naar buiten, in bad. Wie zijn die mensen, waar ga ik heen, wat moet dat? Een baby kan niet anders dan zich overgeven. Af en toe trekt een wolk van wantrouwen over haar gezicht. Even zet ze zich schrap en verzet ze zich tegen alles. Gelukkig nooit lang: ze vergeet snel, en argwaan helpt haar niet verder.
Over de auteur
Frank Heinen is schrijver en columnist voor de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Wantrouwen is in. Ook Giro 555 – dat eens in de zoveel rampen een nationale tv-actie optuigt, inclusief bekende mensen die zich zo expliciet niet-ijdel opstellen dat het op ijdelheid gaat lijken (wantrouw ik die mensen? Ik vrees het) – heeft het zwaar: er is discussie over waar het opgehaalde geld heen gaat.
(Zei ik discussie? Ik bedoel natuurlijk: giftige-ruzie-met-online-doodsbedreigingen.)
Gevers vertrouwen het voor geen charitatieve cent. De een vreest dat Hamas er met de poet vandoor gaat, een ander jongleert met het aloude strijkstokargument. En Giro 555-voorzitter Harm Goossens zich maar de blaren op zijn tong kletsen. Tegen Loes Reijmer zei hij: ‘Wij maken constant inschattingen waar de nood het hoogst is. (…) Dat is heel fluïde, het gaat bijna om dagkoersen.’
Eerlijk, maar de toch al aarzelende weldoener las: wat het ene moment een goed doel lijkt, kan het volgende een misrekening blijken. Uw geld kan in theorie verkeerd terechtkomen, maar vertrouw ons.
Juist dat vertrouwen wordt krachtig uit de samenleving geperst. Mensen vertrouwen niet meer op de grote kaart waarop ze zelf een minuscuul stipje zijn, maar op hun op persoonlijke wensen gekalibreerde kompas dat hen altijd in het middelpunt plaatst.
De hoofdredacteur van deze krant stelde in een podcast vast dat het ‘politiek niets betekent’ als een partijleider bijvoorbeeld online suggereert dat een burgemeester misschien beter het land uit kan. Kan zijn, maar wie eindeloos argwaan verspreidt, creëert wantrouwen. Dat wantrouwen zet zich om in een verziekte sfeer, in een gebrek aan gemeenschapszin en uiteindelijk: in een nieuwe politieke realiteit.
Zo verrijst een wankele torenflat aan de rand van de wereld, waar plek is voor wie de boel niet meer vertrouwt. Vanuit hun enige venster op de werkelijkheid kijken de flatbewoners uit over het land, ze horen over oorlog en ellende, maar ze ondervinden zelf vooral ellende van poep op de galerij. De buurman zegt dat zijn hond ‘zoiets niet doet’, maar niemand die hem gelooft.
Wegens gebrek aan vertrouwen in alles sluiten de flatbewoners de gordijnen en plaatsen bij alles kanttekeningen – wie zijn die mensen, waar gaat dat geld heen, wat moet dat? Het klinkt nieuwsgierig en erg kritisch, maar het is bovenal voordelig. Niemand in de flat geeft. Immers, niemand kan de boel volledig overzien, laat staan: er zelf iets aan veranderen.
Voor je het weet komt het tientje dat je bedoeld had voor de een terecht bij de ander. Kun je het beter zelf houden, want het vertrouwen van de flatbewoners in zichzelf is wonderlijk genoeg onaangetast.
Maar voor de rest is vertrouwen vooral nog iets voor mensen zonder overzicht, mensen die het nog altijd niet willen snappen, en voor baby’s.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant