Hoewel het aantal mensen in armoede afneemt, zakt een groep werkende armen juist dieper onder de armoedegrens in Nederland. Het gaat bijvoorbeeld om mensen die weinig uren werken en niet in beeld zijn bij hulpinstanties.
Vorig jaar leefden 540.000 mensen onder de armoedegrens, blijkt uit voorlopige cijfers van statistiekbureau CBS, het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) en budgetvoorlichter Nibud. Daarmee daalt het aantal armen nu al een aantal jaren op rij.
Mensen onder de armoedegrens hebben niet genoeg geld over voor basisbehoeften in het leven, rekening houdend met de kosten voor een woning, zorg en energie.
Voor een deel van deze armen gaat de situatie er niet op vooruit. 40 procent van de mensen die tot de groep armen behoren, heeft werk. Hun gemiddelde inkomen daalde de afgelopen jaren verder ten opzichte van de armoedegrens.
Zij moesten vorig jaar 23 procent meer verdienen om uit de armoede te komen. Arme mensen die in de bijstand zitten, kwamen gemiddeld 6 procent tekort.
De werkende armen zijn bijvoorbeeld mensen die weinig uren werken. "Omdat ze een beperking hebben of niet genoeg energie hebben voor een voltijds werkweek", zegt CBS-onderzoeker Kai Gidding. "Ook zijn dit mensen met een baan met weinig uren op een dag, zoals schoonmakers en mensen in de thuiszorg", vult een SCP-woordvoerder aan.
Mensen in de bijstand zijn bovendien vaak al bekend bij hulploketten en krijgen daardoor vaker hulp dan werkende armen. Gemeenten kennen inwoners die in de bijstand zitten meestal al. Zo konden zij hen in 2022 en 2023 eerder hulp bieden in de vorm van de energietoeslag.
Arme mensen met een baan zijn vaak niet goed in beeld bij hulpinstanties, bijvoorbeeld doordat ze zelf in hun levensonderhoud willen voorzien. Lang niet iedereen die recht heeft op de financiële hulp die er lokaal is, maakt daar dan ook gebruik van. Terwijl dit soort hulp ervoor kan zorgen dat mensen niet onder de armoedegrens belanden.
Daarnaast zien de onderzoekers van het SCP, CBS en Nibud dat er onder de werkende armen veel zzp'ers zijn. Zij verdienen op maandbasis soms beduidend minder dan het normbedrag wat nodig zou zijn voor een minimaal bestaan.
Er is ook goed nieuws. Het aantal armen in Nederland is de afgelopen jaren flink afgenomen. In 2018 ging het nog om 7,1 procent van de totale bevolking, inmiddels is dat 3,1 procent. In diezelfde jaren daalde het aantal kinderen dat in armoede opgroeide van 8,6 naar 3,6 procent.
De dalende armoede komt onder meer doordat steeds meer mensen werken, de loonstijgingen en de verhoging van het minimumloon. Ook hielpen een aantal tijdelijke maatregelen, zoals de coronasteun en energiesteun voor mensen met hoge rekeningen en lage inkomens.
Nu die tijdelijke steunmaatregelen achter ons liggen, is het de vraag of kwetsbare groepen dit jaar en de komende jaren genoeg geld overhouden. "We kunnen nu niet achterover leunen", zegt Nibud-directeur Arjan Vliegenthart.
De onderzoekers maken zich zorgen over de groep die tot 25 procent boven de armoedegrens zit en geen grote buffer heeft. "1,2 miljoen mensen zijn niet arm, maar wel kwetsbaar", zegt CBS-econoom Peter Hein van Mulligen. "Er hoeft maar weinig te gebeuren en ze zitten onder de armoedegrens."
De vraag is dan ook wat het huidige kabinet gaat doen voor de verdeling van geld onder verschillende groepen. In de kabinetsplannen staat dat het aantal mensen dat in armoede leeft gelijk moet blijven. Dat geldt ook als het om kinderen gaat.
Source: Nu.nl economisch