Home

Beijing zet druk op Pakistan wegens zorgen over aanslagen op miljardenprojecten

Na een reeks aanslagen op Chinese projecten probeert de Pakistaanse regering Beijing te overtuigen dat Chinese investeringen veilig zijn. Als eerste door woensdag een bijeenkomst in Islamabad van een door China opgericht internationaal veiligheidsberaad tot de tanden te beveiligen. Is dat voldoende? Vijf vragen.

Waarom is deze vergadering zo belangrijk voor Pakistan?

Als hoogwaardigheidsbekleders uit negen landen langskomen voor een vergadering over veiligheid, is een aanslag wel het laatste wat het gastland kan gebruiken. Zeker als de eregast op de top van deze Shanghai Cooperation Organisation (SCO) in de Pakistaanse hoofdstad Islamabad China is, de geldschieter en architect van ambitieuze ontwikkelingsprojecten in Pakistan ter waarde van 65 miljard dollar.

De Chinese premier Li Qiang plakt twee dagen aan de SCO-top vast om te hameren op betere beveiliging van Chinese projecten in Pakistan.

Over de auteur
Marije Vlaskamp is buitenlandredacteur van de Volkskrant en schrijft over de positie van China in de wereld. Ook volgt ze de ontwikkelingen elders in Azië. Ze was achttien jaar correspondent in Beijing.

Wat gaat er mis met die miljardenprojecten?

De China-Pakistan Economic Corridor (CPEC) is in 2017 aangekondigd als vlaggenschip van het economische masterplan BRI, waarmee China wereldwijd infrastructuur en industriegebieden bouwt. Er komt een grote haven in de armetierige vissersplaats Gwadar, compleet met een nieuwe spoorlijn naar de West-Chinese provincie Xinjiang.

De 25 miljard dollar die China al in deze monsteronderneming heeft gepompt, krijgt Pakistan niet afgelost, waardoor Chinese investeerders twijfelen of dit een goede bestemming voor hun geld is. De industriegebieden die CPEC tot bloei zouden brengen, komen moeilijk van de grond.

Terrorisme is ook een groot probleem. Inmiddels zijn ongeveer zestig Chinese CPEC-werknemers gedood bij aanslagen. Schadevergoedingen aan hun nabestaanden kostten Pakistan meer dan 14 miljoen dollar.

Wie zitten er achter de aanslagen?

Chinezen zijn wereldwijd actief in risicogebieden, maar nergens worden zij zo zwaar getroffen als in Pakistan, waar sinds jaar en dag islamitische extremisten het onder meer hebben voorzien op Chinese projecten.

De laatste jaren kwamen daar aanslagen bij door militante groeperingen die streven naar afscheiding van de provincie Balochistan, in het zuidwesten van Pakistan. Na een aanval op een Chinees consulaat in 2018 en een zelfmoordaanslag op Chinese universiteitsdocenten in 2022 is het Balochistan Bevrijdingsleger (BLA) steeds professioneler geworden. Deze separatisten beschuldigen China van assistentie aan Pakistan bij ‘uitbuiting’ van gebieden die zij als hun thuisland beschouwen.

In augustus kwamen ruim zeventig mensen om het leven toen BLA spoorlijnen, politiestations en bussen overviel. Schokkend was een door BLA geclaimde zelfmoordaanslag met een stoutmoedige timing: een week voor de aftrap van de SCO-vergadering en precies op het moment dat een veertigtal Chinezen op de luchthaven van Karachi arriveerde, werd vlak bij het vliegveld een konvooi van Chinese ingenieurs geramd door een Toyota Hilux vol explosieven. Twee Chinezen en de bestuurder van de Toyota vonden de dood. Vandaar dat Chinezen in Islamabad deze week in lockdown zitten om tijdens de SCO-top geen doelwit te worden.

Hoe beïnvloedt dit geweld de relatie tussen China en Pakistan?

Op papier verandert deze ‘vriendschap in weer en wind’ niet. De CPEC-projecten worden opgehemeld, en premier Li kondigde de tweede fase van CPEC aan. China zit te diep in de Pakistaanse economie om zich terug te trekken.

Maar de Chinese regering, vooral het ministerie van Staatsveiligheid, vraagt steeds dringender om invloed op het Pakistaanse veiligheidsbeleid. Er worden al Pakistaanse politiemensen opgeleid aan politieacademies in Xinjiang, waar China anti-terrorismebeleid tegen opstandige islamitische Oeigoeren voert.

Nu zou Beijing ook ijveren voor meer speelruimte van zijn eigen inlichtingendiensten op Pakistaanse bodem, en wellicht aansturen op meer bevoegdheden voor Chinese private bewakingsdiensten.

Dat raakt aan twee taboes. Normaal is China tegen inmenging in andermans interne aangelegenheden. Islamabad staat ook geen activiteiten van buitenlandse veiligheidsorganisaties in Pakistan toe. Die vertrouwde posities worden onhoudbaar nu Beijing steeds luider vraagt om betere beveiliging, maar er toch steeds opnieuw Chinese doden vallen.

Hoe gaat dit verder?

Nu het Chinese geduld opraakt, heeft Pakistan weinig andere opties dan doen wat Chinese veiligheidsdiensten willen. Zelfs als dat ten koste van de Pakistaanse autonomie gaat.

China heeft immers meer ijzers in het vuur. In het verleden heeft China zelf onderhandeld met separatisten in Balochistan om daar veilig te kunnen werken, en het is niet ondenkbaar dat Beijing weer een lijntje legt met de BLA. Dat zou in het voordeel van de afscheidingsbeweging kunnen zijn: als het machtige Beijing haar eisen voor het voetlicht brengt bij de Pakistaanse regering, bereiken de separatisten daar misschien meer mee dan met terreurdaden.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next