De Indonesische leider Joko Widodo, de gewiekste meubelmaker die president werd, treedt na tien jaar af. Veel Indonesiërs prijzen zijn tomeloze inzet voor economische ontwikkeling, ook al ging dat ten koste van burgerrechten en democratie.
Tot vrijwel zijn laatste werkdag zet de Indonesische president Joko Widodo een bouwhelm op en opent hij weer een nieuwe tolweg, luchthaven of waterkrachtcentrale. Of hij informeert op een traditionele markt, ergens in het land, naar de prijs van een kilo uien of een handvol chilipepers. Ondertussen maakt de leider van 284 miljoen Indonesiërs geduldig selfies met dolenthousiaste verkopers en voorbijgangers.
Zo zullen veel Indonesiërs zich ‘Pak Jokowi’ (meneer Jokowi) blijven herinneren als hij op 20 oktober aftreedt: als de gewiekste meubelmaker die president werd en daarbij de gewone man nimmer uit het oog verloor. Mede door zijn befaamde blusukans (verrassingsbezoekjes) aan winkels, overheidskantoren en voormalige rampgebieden – steevast op gympen en met opgerolde mouwen – bleef zijn populariteit ongekend hoog. Nu de 63-jarige president na tien jaar zijn paleis verlaat, is de vraag: hoe laat hij Indonesië achter?
Over de auteur
Noël van Bemmel is correspondent Zuidoost-Azië voor de Volkskrant. Hij woont op Bali.
Een beter leven voor alle Indonesiërs, dat beloofde Jokowi bij zijn aantreden in 2014. Hij stak honderden miljarden euro’s – voornamelijk geleend van China – in grote infrastructurele werken, zoals tolwegen, havens, vliegvelden, spoorlijnen en energiecentrales. Zo verbond Jokowi vele eilanden en markten met elkaar, tot in de verste uithoeken van de archipel. De oud-ondernemer verwijderde bovendien bureaucratische obstakels en lokte meer buitenlandse investeerders.
Dat leverde Indonesië een jaarlijkse economische groei van 5 procent op, een prestatie waar veel landen slechts van dromen. De laagste inkomensgroepen kregen toegang tot onderwijs (gratis, indien nodig) en een (eenvoudige) ziektekostenverzekering. Het aantal Indonesiërs onder de armoedegrens (2,15 euro per dag) daalde tot circa 9 procent.
Na zijn herverkiezing in 2019 presenteerde Jokowi een ambitieus plan om, honderd jaar na de onafhankelijkheidsverklaring (1945), een hoog inkomensland te worden. Belangrijke elementen daarin zijn blijvende investeringen in infrastructuur, verhoging van de arbeidsproductiviteit (onder meer door opleidingen beter te laten aansluiten op het bedrijfsleven) en vereenvoudiging van complexe regelgeving.
Veel opzien baarde het verbod op de export van ruwe grondstoffen als nikkel of bauxiet. Kopers werden verplicht het te laten bewerken in Indonesië, wat nieuwe fabrieken en banen opleverde.
Hij drukte bovendien het plan door om een nieuwe hoofdstad te bouwen op Borneo, ver weg van het economisch en cultureel dominante Java. Over dat omstreden project werd al decennialang gepraat.
Volgens ontwikkelingseconomen zette Jokowi vaak de juiste stappen om de welvaart van veel Indonesiërs te verhogen en beter te spreiden. Een naaste medewerker verklapt in een biografie dat mensen het beste konden doordringen tot Jokowi door ieder probleem te vertalen in economische termen. De president met bouwhelm runde zijn land als een onderneming.
Maar tegenover al dit economische succes staat een geleidelijke uitholling van democratische waarden en burgerrechten, alsmede een verslechtering van klimaat en milieu, stellen waarnemers en activisten. Onafhankelijke instituties die de overheid moeten toetsen (parlement, gerechtshof, anticorruptie-commissie) verloren onder Jokowi aan macht. Religieuze minderheden kwamen verder onder druk te staan. En wie kritiek levert op de president of ongehuwd samenwoont (zoals veel lhbti’ers), riskeert binnenkort gevangenisstraf. Bovendien leverde de belofte om eerdere mensenrechtenschendingen van het leger en de politie te onderzoeken excuses op, maar geen juridische actie.
Wellicht waren de verwachtingen te hoog gespannen toen de partijloze Jokowi aantrad. De voormalige voorzitter van de vereniging van meubelhandelaren in de provinciestad Solo – die ook burgemeester en gouverneur was geweest – zou, zo hoopten veel kiezers, korte metten maken met wanbestuur en corruptie. Eindelijk een leider zonder banden met de politieke, zakelijke en religieuze dynastieën die het land al decennialang in hun greep houden. Eindelijk iemand die niet zijn familie, maar zijn land voorop zou stellen.
Maar op de jaarlijkse ranglijst van Transparency International, die de perceptie van corruptie bijhoudt, bleef Indonesië steken op plaats 115 (van 180 landen). Honderden gekozen bestuurders moesten afgelopen jaren aftreden wegens corruptie. Jokowi zelf bleef wel schoon, concludeert het kritische Indonesische weekblad Tempo, dat vervolgens in een speciale editie al zijn andere zonden opsomt: van het terugdraaien van democratische verworvenheden tot de torenhoge schuld aan China.
De vraag is of Jokowi veel keuze heeft gehad. Als buitenstaander was zijn politieke kapitaal beperkt, stellen waarnemers, en moest hij wel concessies doen om ideeën uitgevoerd te krijgen. De heersende elite had geen belang bij zijn hervormingsagenda.
Dat kan verklaren waarom Jokowi veel wordt vergeven en zijn populariteit onverminderd hoog is gebleven. Maar aan één verbroken belofte tillen veel kiezers zwaar. ‘Het presidentschap betekent níet de macht doorgeven aan je kinderen’, sneerde Jokowi in een autobiografie in 2019. Maar daarna ging de president toch door roeien en ruiten om zijn kinderen benoemd te krijgen op hoge posten (naar verluidt, want Jokowi ontkent betrokkenheid). Een van zijn zoons gaat deze maand aan de slag als vicepresident. Zijn andere zoon zou gouverneur worden, tot duizenden boze demonstranten daar eind augustus een stokje voor staken. Die vieren hun overwinning als het begin van het einde van de democratische neergang in Indonesië.
Dat zal blijken, als oud-generaal Prabowo Subiantio, een 72-jarige telg van een van de rijkste en machtigste families van het land, straks het presidentschap overneemt.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant