Home

Kabinet snijdt in kunstsubsidies die bijdragen aan Nederlandse diplomatie in het buitenland

Het kabinet snijdt in de subsidies voor buitenlandse optredens, tournees en uitwisselingen voor theatermakers, musici, ontwerpers en andere kunstenaars. Het gaat om een stapsgewijze bezuiniging van zeker 3,5 miljoen euro tot 2029, oftewel ruim 16 procent op de begroting voor internationaal cultuurbeleid.

Nederland verbindt al meer dan vijftig jaar cultuur en diplomatie met elkaar om bij te dragen aan de ontwikkeling van kunstenaars en om de positie van Nederland in de wereld te versterken. Cultuur geldt in Den Haag al lang als een instrument van ‘soft power’. Aan die visie is onder de rechtse regering op papier nog niets veranderd, maar de bezuinigingsopdracht die de vier coalitiepartijen PVV, VVD, NSC en BBB hebben opgelegd aan de ministeries, slaat wel een gat in de financiële middelen.

De departementen Cultuur, Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingshulp dragen alle drie budget bij voor het internationaal cultuurbeleid, dat voor de ingreep ruim 21 miljoen euro bedroeg. De bezuinigingen stonden in de met Prinsjesdag bekendgemaakte begroting. Ze trokken alleen niet meteen de aandacht van de culturele sector, omdat de kortingen verscholen zaten in de beleidsbrief van het ministerie van Buitenlandse Zaken.

Over de auteur
Alex Burghoorn is kunstverslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft over kunstpolitiek en subsidiebeleid.

De bezuinigingen treffen ambassades, fondsen en netwerkorganisaties die kunstenaars financieren en helpen bij buitenlandse plannen. Het is daarom moeilijk precies aan te wijzen welke projecten sneuvelen. Maar duidelijk is dat er ‘minder subsidies aan Nederlandse cultuurmakers en culturele instellingen’ te vergeven zijn, zegt een woordvoerder van het ministerie Buitenlandse Zaken.

Zuurstof brengen

‘Met alle conflicten in de wereld is internationaal cultuurbeleid belangrijker dan ooit’, zegt Kirsten van den Hul, directeur van DutchCulture, de organisatie die de partner is van de betrokken ministeries bij de uitvoering van het internationaal cultuurbeleid en onder meer kunstenaars adviseert over alles wat bij buitenlandse plannen komt kijken – van visa, subsidies en belastingen tot invoerregels voor muziekinstrumenten.

‘De ruimte voor lokale activisten wordt in veel landen kleiner. De komst van buitenlandse kunstenaars kan ook hun weer een podium geven. Het is belangrijk dat Nederlandse kunstenaars hun werk kunnen blijven laten zien, omdat ze zuurstof kunnen brengen op plekken waar het klimaat verstikkend is. Je hoeft daarvoor niet eens meer ver te reizen: ook in Hongarije of Italië is dat soms aan de hand.’

De afgelopen jaren zijn bijvoorbeeld vertoningen van Nederlandse films op festivals in Polen mogelijk gemaakt door het internationale cultuurbeleid, evenals uitwisselingen tussen Nederlands-Surinaamse en Zuid-Afrikaanse muziek- en dansgezelschappen, een samenwerking tussen Nederlandse en Indiase kunstenaars voor muurschilderingen in New Delhi en de bescherming van cultureel erfgoed in landen in oorlog zoals Oekraïne.

Bezuinigingen

Ontwikkelingshulp bezuinigt vanaf 2025 onder meer een derde op de bijdrage van 2,2 miljoen euro aan het Prins Claus Fonds en halveert de bijdrage van 700 duizend euro aan het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie. Het is in lijn met de grote bezuinigingen die het kabinet voor Ontwikkelingshulp heeft afgekondigd, van om te beginnen 300 miljoen euro in 2025.

Buitenlandse Zaken haalt vanaf januari 1,45 miljoen euro weg van de vrije ruimte die beschikbaar is aan ambassades om eenmalige culturele evenementen te subsidiëren, en vanaf 2027 schroeft het de bijdrage van 900 duizend euro aan netwerkorganisatie DutchCulture met 44 procent terug, een lot dat dan ook de kleinere bijdragen treft die enkele rijkscultuurfondsen, zoals het Fonds Podiumkunsten, krijgen. De komende vier jaar verwacht de minister van Cultuur niet op internationaal cultuurbeleid te bezuinigen, maar vanaf 2029 gaat ook daar worden gesneden, zegt een woordvoerder.

Alle getroffen instellingen moeten de praktische gevolgen van de bezuinigingen nog doorrekenen en bepalen. ‘We moeten scherpere keuzes maken’, zegt Syb Groeneveld, directeur van het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie, dat zich als rijksfonds ontfermt over vormgeving, architectuur en digitale cultuur.

‘Langjarige samenwerkingen kunnen hierdoor in de knel raken. Dat is zonde, want juist door het herhalen van gezamenlijke projecten beklijft de betekenis ervan meer. Tegelijk ben ik blij dat de ministeries alle zeilen hebben bijgezet om te voorkomen dat alles zou worden weggesneden.’

Financieringsproblemen

De bezuinigingen vergroten de noodzaak voor de ondersteunende instellingen de handen ineen te slaan, zegt Marcus Desando, de in Zuid-Afrika geboren directeur van het Prins Claus Fonds, dat al bijna dertig jaar kunstenaars in landen ondersteunt waar cultuur onder druk staat.

‘Als ik naar de trends in de wereld kijk, dan is Nederland nog altijd een van de gelukkige landen waar financiering voor cultuur best goed geregeld is. Maar goed, financieringsproblemen zullen ook hier blijven komen. We moeten daarom met alle instellingen samen een meer duurzame manier vinden om samen het Globale Zuiden te blijven steunen. Kunst en cultuur zijn belangrijk voor de sociale cohesie: ze helpen mensen zich te informeren en zichzelf beter te begrijpen.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next